Na een reis van bijna 9 jaar (!) komt-ie aan. Op Pluto

Vandaag ontwaakt ruimtesonde New Horizons uit haar winterslaap. Op weg naar Pluto, de laatste planeet die nog geen aards bezoek kreeg.

Een nieuwe stap in de verkenning van het zonnestelsel komt eraan. Vanavond, om 21 uur Nederlandse tijd, moet de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons uit zijn winterslaap ontwaken. Hij is op weg naar Pluto – een nog geen 2.400 kilometer groot, ijsachtig hemellichaam dat lang te boek stond als de negende planeet van ons zonnestelsel. Pluto is de enig (ex-)planeet van het zonnestelsel die nog niet bezocht is door een sonde. En voor zijn energievoorziening is New Horizons afhankelijk van plutonium, het radioactieve element dat naar Pluto is vernoemd.

Het ontwaken uit de slaapstand zal geen problemen opleveren: sinds zijn lancering, op 19 januari 2006, zijn de systemen van het 478 kilogram zware toestel al achttien keer in en uit sluimerstand gezet.

Of het lukt weten we pas zes uur later. Anderhalf uur nadat zijn inwendige wekker is afgegaan stuurt New Horizons een berichtje naar de aarde, maar dat radiosignaal doet er 4 uur en 25 minuten over om ons te bereiken. De ruimtesonde is ver van huis: een slordige vijf miljard kilometer.

De verkenning van onze kosmische achtertuin begon in 1959 met de eerste (Sovjet-)Russische vluchten naar de maan. De eerste planeet die aards bezoek kreeg was Venus: in december 1962 vloog de Amerikaanse ruimtesonde Mariner op een afstand van slechts enkele tienduizenden kilometers voorbij. Twee jaar later volgde de eerste geslaagde missie naar Mars.

De kleine planeet Mercurius en de grote ‘buitenplaneten’ Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus kwamen pas in de jaren 70 en 80 aan de beurt. Als laatste werd Neptunus verkend – op 25 augustus 1989, door de ruimtesonde Voyager 2. Sindsdien ontbreekt er nog maar één trofee in NASA’s prijzenkast: Pluto.

Pluto geldt al sinds zijn ontdekking in 1930 als een buitenbeentje. Aanleiding voor de ontdekking waren kleine afwijkingen in de baanbeweging van Uranus. Hierdoor ontstond het vermoeden dat zich buiten de baan van Neptunus nóg een planeet bevond.

Niet ver van de verwachte positie van de vermeende planeet werd inderdaad een onbekend object aangetroffen. Maar al snel bleek dat dit hemellichaam – Pluto dus – veel te nietig was om van invloed te zijn op Uranus. Bovendien hebben latere analyses laten zien dat het met de baanafwijkingen wel meevalt: de ontdekking van Pluto was een gelukkig toeval geweest.

Dat Pluto 76 jaar lang zijn planetaire status wist te behouden, is onder meer te danken aan de ontdekking in 1978 dat er een forse maan om hem heen draait. Maar op 24 augustus 2006 – amper zeven maanden na de lancering van New Horizons – besloot de Internationale Astronomische Unie om Pluto tot dwergplaneet te ‘degraderen’. Belangrijkste reden: vanaf 1992 zijn voorbij de baan van Neptunus nog duizenden andere hemellichamen ontdekt. De meeste zijn kleine objecten, maar sommige zijn net zo groot als Pluto.

New Horizons moet onthullen hoe dit planetaire bouwpuin eruitziet. Over ruim een half jaar weten we het. Maar de scherpste foto’s zullen pas op 14 juli worden gemaakt: dan scheert de ruimtesonde met bijna 50.000 kilometer per uur op niet meer dan tienduizend kilometer langs de mysterieuze dwergplaneet.