Misdaad en straf kan ook in tien bladzijden’

Begin volgend jaar wordt de J.M.A. Biesheuvelprijs voor de beste verhalenbundel voor het eerst uitgereikt.

Foto Vincent Mentzel

Een groot deel van zijn leven is hij getergd door het lot dat hem depressies en angsten bracht. Relatief gesproken gaat het goed nu. „Dat heb ik te danken aan één pilletje”, zegt Maarten Biesheuvel.

We spreken de 75-jarige P.C. Hooftprijswinnaar en schrijver van veel prachtverhalen (waaronder klassieke als ‘Brommer op Zee’, ‘De Huldiging’ en ‘Oculare’) in zijn huis in Leiden, waar hij al zo lang woont met zijn vrouw Eva. „Ah, is bekendgemaakt dat de prijs er komt?”, vraagt hij. Inderdaad. De nieuwe J.M.A. Biesheuvelprijs, voor de beste in het Nederlands geschreven en uitgegeven verhalenbundel van het voorgaande jaar, wordt op 14 februari 2015 uitgereikt.

„Het gaat allemaal helemaal buiten mij om”, zegt Biesheuvel er zelf over. Hij zit ook zelf niet in de jury. „Ik heb er gelukkig niks mee te maken. Eva gaf mij laatst de telefoon en ik kreeg de vraag: ‘Vind je het goed als er een Biesheuvelprijs komt voor het korte verhaal?’ Ik zei: ‘Dat is goed.’ Ik zei niet: ‘Dat is een enorme eer.’ En zo is het. Het is goed.”

Heeft u zelf ooit bewust een keuze gemaakt voor het schrijven van verhalen?

„Nee, het bleek alleen bij mij te passen. Ik wil kort en bondig zijn. Dan kom je altijd uit op 6 of 12 bladzijden. Mensen lullen altijd maar een eind weg. Driehonderd bladzijden voor een verhaal is veel te lang. Kort, een goeie stijl en hier en daar een mopje, zo moet het. Ik heb een keer een roman geschreven, Koning David. Eva vond het niks. Vierhonderdtachtig bladzijden. Die heb ik in de kachel gegooid. De kachel ging ervan uit. Veel boeken zijn te langdradig. Dostojevski’s Misdaad en straf had ook in tien bladzijden geschreven kunnen worden.”

Wat is het geheim van een goed verhaal?

„Het moet een begin hebben en een eind en een lief middendeel dat meeslepend is. Liefde moet je uitstralen met hart en ziel, en wat je terugkrijgt moet je aan het lot overlaten. Dat is van Nabokov. Dat zei zijn moeder tegen hem toen hij vier jaar was. Je moet jezelf helemaal blootgeven. Dat gaat vanzelf. Alles draait om liefde. Liefde voor mens en dier.”

Wat vindt u ervan dat het boek zoveel concurrentie heeft gekregen van dramaseries op televisie, als ‘Breaking Bad’ en ‘The Sopranos’?

„Ik vond de series Pride en Prejudice en The Forsyte Saga prachtig op de televisie. Eva en ik draaien nog iedere dag de soundtrack van Pride and Prejudice.

De schrijver begint enthousiast te zingen: „Tam, tam ta-da-tám… Nee, je ziet prachtige programma’s! Alleen ze zijn vaak zo laat. Om drie, vier uur in de nacht begint het pas mooi te worden. Maar over het algemeen zie je autoreclames, en al die blote benen en die blote tieten, al die meisjes... En botoxreclame, en make-upartikelen. Zo kaal. Zo hol. En leeg. Nee hoor, niets voor mij. Dan zet ik liever de tv uit. Dan lees ik liever een verhalenbundel.”

Van wie?

„Alleen Tsjechov, Elsschot, Biesheuvel en Nabokov.”

Heeft u niettemin een jonge schrijver in gedachten die voor ‘zijn’ prijs in aanmerking zou komen?

Biesheuvel, resoluut: „Franca Treur! In NRC Handelsblad stond zo’n mooi verhaaltje, dat heette ‘Slacht’. Een koe werd doormidden gezaagd en een deel werd op tafel gelegd. De lever ging naar de buren, er waren buitenlanders, daar ging het hart heen, het hart werd er uitgesneden en op het laatst was de hele halve koe gestolen en ‘we weten wel wie dat gedaan hebben… dat zijn die buitenlanders natuurlijk’. Een heel treurig verhaaltje. Daar moest ik tranen met tuiten bij huilen.”