Marie werd weggeschilderd

Joyce Roodnat

Over de zege(n) van effectbejag. Toulouse-Lautrec; Adriaan de Lelie; John Leerdam.

In het Rijksmuseum drijft Henri de Toulouse-Lautrec op zijn rug in een baai bij Bordeaux. Zijn baardje piept boven het water uit. Hij staat op een foto van 7 bij 8 centimeter in de vernieuwde Philipsvleugel, en hangt direct om de hoek van de entree van de tijdelijke expositie Modern Times. Die titel is gepikt van de beste film van Charles Chaplin. Die had er iets heel anders mee voor, denk maar aan hét beeld uit die film: Charlie tussen de raderen, als prooi van de lopende band. Hij verwees naar volgens hem mensonterende technische ontwikkelingen. Het Rijksmuseum bejubelt juist de nieuwe techniek en wat die deed voor de kunsten: de fotografie.

Het hangt hier propvol, maar juist dat grijze kiekje uit 1896 houdt me vast. Ik zie de kringen in het water om het schriele lijf, het golfje bij de trappelende voeten, en in de verte de schimmen van twee schepen. Ik voel de zomerwarmte in de lucht, de koelte van het wijde water. Ik besef dat Lautrecs vriend Maurice Guibert deze foto maakte toen de fotografie nog zo nieuw was dat álles bijzonder werd zodra je het isoleerde op de, toen nog letterlijk, gevoelige plaat.

Badderde er hier zomaar een man, dan was dit ook aardig geweest. Maar we zien Toulouse-Lautrec en via hem roept het fotootje zijn schuimende schilderijen op. Met de Parijse cabarets, met de cancan en chanteuse La Goulue. Met de bleke meisjes die Lautrec teder schilderde terwijl ze uitrustten van andermans plezier.

Dat is het geschenk van de beroemde naam en met dat effect moet zuinig worden omgesprongen. Dus als de filmer Lars von Trier naar aandacht hengelt met een proclamatie dat hij van drugs en drank af is en dat hij daarom denkt in het vervolg „shitty films” te maken, is het idioot om verslag van zijn gezeur te doen. En toch gebeurt het, ook deze krant kon zich niet bedwingen. Gelukkig zonder de bijbehorende foto: Von Trier in zijn zware blote bast. Ik vergelijk zijn foto met die van Lautrec en kokhals van het verschil tussen onvruchtbaar exhibitionisme en onbevangen effect.

Ik ben niet tegen effectbejag, het kan prachtvol zijn. In museum Van Loon aan de Amsterdamse Keizersgracht zie ik op de tentoonstelling Het achttiende-eeuwse familieportret een schilderij van Bartholomeus Weddik Wendel bij de open kist met zijn na haar bevalling gestorven vrouw. Dit is rouw in opdracht, geschilderd door Adriaan de Lelie (1755-1820). En hoe. Wendels drie kleine dochters in hun poppenjurken, de nieuwe baby én zijn schoonmoeder schoof de schilder naar de randen. Alle aandacht gaat naar de wenende weduwnaar en zijn enorme linnen zakdoek. Dit moment van zijn grote verdriet wilde hij vasthouden, precies dát. Als familieportret slaat het nergens op, maar De Lelie maakte een spectaculair doek dat vooruitloopt op de fotografie. En dat geldt voor veel van de familieportretten. Stijfjes gecomponeerd, spreken ze van braaf, liefst kinderrijk geluk. Maar als je even langer kijkt zie je allerlei drama. Zoals de leegte tussen Jacob Feitama en zijn vrouw. Wie is daar opgestaan? Hun enige dochter Marie. Zij volgde haar hart, trouwde een garde-officier en werd weg geschilderd. Of neem de schim van het overgekwaste dienstmeisje van de familie Van Haarst. Photoshop avant la lettre.

De fotografie zou de schilderkunst verdringen. Dat werd ooit gedacht. En de film het toneel. Gebeurde niet, de kunsten werden alleen maar rijker en er wordt lustig heen en weer geschakeld. Ik verheug me sinds ik hoorde dat het Noord Nederlands Toneel de tv-serie Borgen gaat ‘doen’ en Theu Boermans de theatervertaling van The Hunger Games overweegt.

En nu is er al Snorder van John Leerdam. Een soapserie in het Amsterdamse theater De Balie, in zes maandelijkse afleveringen. Deel één: ‘Zwarteklaas’. Leerdam schudt iedereen die binnenkomt huiselijk de hand, en dan gaat het los: een dampende sitcom over een illegaal taxibedrijf in de Bijlmer. We joelen bij de vuige grappen over de zwartepietendiscussie, uitgerold door gave types (mijn favorieten: de Black Power-activiste Makeba in camouflagekleuren en haar ijdele broer, zijn ogen dik in de guyliner).

Ik wist niet dat het nog kon. Dit is volkstoneel zoals het hoort (en de soap is daar ontegenzeggelijk een versie van). Uitzending gemist is hier niet van toepassing. Dit is theater, je bent erbij óf je hebt het gemist. De volgende aflevering valt moeilijk, op 27 december. Maar ik móet weten hoe het verder gaat.