Column

Nooit meer naar een natuurvoedingswinkel

Waarom komen er steeds meer winkels waarin alles draait om eerlijk, puur, eco, reform en duurzaam? Vooral vanwege de winstmarge. Het concept is dat de doelgroep wat langer wacht en extra betaalt en dat de winkelier wat meer verdient.

Ik ben bevooroordeeld. Ik woonde jarenlang tegenover een natuurvoedingswinkel waar ik uit gemakzucht vaak kwam. Wat daar opviel waren de lange rijen voor de kassa waarop de producten nog handmatig werden aangeslagen. Hielden ze in dat soort winkels niet van ‘snel’ en ‘efficiënt’ of gingen ze er daar onbewust van uit dat een klant die drie euro betaalde voor eerlijke rijstcrackers daarvoor alle tijd had? De bedrijfsleider daar stond altijd in de buurt van de ‘plastictassenbol’. Als je daar een tasje uit trok zei hij: „Weer een kwartje bespaard.”

„En het milieu meneer!”, zei ik dan braaf, waarop hij antwoordde: „Dat is nog veel belangrijker!”

Na mijn verhuizing nam ik me voor om nooit meer zo’n concept binnen te lopen, maar deze week was het dan toch weer zover. Ik was vergeten cashewnootjes te kopen, iets waar ze zeer nadrukkelijk om had gevraagd, en passeerde een ‘puur concept’. Een ingelijst krantenartikel aan de muur deelde mee dat de winkelier vorig jaar door de politieke partij GroenLinks nog was onderscheiden met een ‘groen lintje’ vanwege ‘meer bereikbare duurzaamheid in de wijk’.

Ik had alle tijd om het te lezen want ik stond al een minuut of tien voor een lege toonbank en daar had ik nog steeds gestaan als de mevrouw voor me niet vanuit het niets heel hard op het belletje naast de kassa was gaan slaan.

Daar was de verkoper, we hadden hem duidelijk gestoord.

„U hoeft niet zo lang op het belletje te slaan.”

De mevrouw verexcuseerde zich, maar de verkoper bleef beledigd.

„Misschien omdat ik even bezig was.”

Even later: „Misschien zat ik wel op het toilet.”

Er schoot van alles door me heen.

Waarom noemden ze kinderen hier ‘kleintjes’ en als kleintjes dan al behoefte hadden aan een eigen thee – hoezo? – wie had dan de namen ‘kabouterthee’ en ‘drakenvuur’ verzonnen? En waarom kostte een zakje met twintig cashewnootjes hier 3 euro 99? Ik vroeg het de verkoper.

„Misschien omdat wij de indianen normaal betalen?”

Ik: „Twintig cent per nootje?”

Hij: „Misschien willen wij ook wel in leven blijven.” Vooral dat dus. Net toen ik wilde beginnen over waar die cashewnoten plukkende indianen dan woonden zei hij: „En achter mijn laatste zin stond een punt.”

Misschien was dat maar het beste.