TU’s deden al in de jaren 90 aan valorisatie tijdens het onderzoek

In de bijlage Wetenschap van 28 november wordt gepleit voor valorisatie gedurende de promotieperiode. Dat is niet een nieuwe gedachte, want het werd vanaf het begin van de negentiger jaren al toegepast als een onderdeel van het lopende onderzoek aan de technische universiteiten van de IOP-projecten die door Economische Zaken (EZ) mogelijk waren gemaakt. Senter was het agentschap dat namens EZ de projecten beheerde.

Binnen het Innovatieve Onderzoeksprogramma (IOP) Metalen van EZ werden in het kader van de kennisoverdracht een groot aantal activiteiten uitgevoerd. Die bestonden o.a. uit deelname aan tentoonstellingen, congressen, workshops en kleinschalige themabijeenkomsten (max. 40 deelnemers). En de Teleac-cursus ‘Lassen, lijmen en plaatbewerken’.

Vooral in de kleinschalige bijeenkomsten presenteerden promovendi de resultaten van hun lopend onderzoek. Uitnodigingen werden aan specifieke vertegenwoordigers van vooral het MKB gestuurd. Deze werden in hun sector beschouwd als innovator in het vakgebied. Wij noemden ze ‘Gatekeepers’. Dat zijn figuren die door anderen worden gezien als een extraverte deskundige, die kennis absorbeert en uitdraagt.

Thomas Allen (VS) heeft in een 10-jarige studie vastgesteld hoe de ‘gatekeeper’ zich gedraagt. Dat is beschreven in zijn boek Managing the Flow of Technology.

Met name de hoogleraren, onder wie de promovendi werkten, waren enthousiast over deze aanpak. Het optreden van deze studenten was hartverwarmend. In een voorgesprek werd hun duidelijk gemaakt dat ze geen wetenschappelijke verhandelingen moesten houden. Twee formules waren toegestaan. In die bijeenkomsten was ca. 50% van de tijd uitgetrokken voor discussie. Het waren avondbijeenkomsten en we hadden dikwijls moeite om na afloop van de officiële presentatietijd niet al te lang in het tijdschema uit te lopen. Er werden kaartjes uitgewisseld en afspraken gemaakt.

Senter heeft deze brede aanpak van valorisatie aan de andere in uitvoering zijnde Innovatieve Onderzoeksprogramma’s als gewenste werkwijze aangegeven. Het succes hiervan is in 1998 door de technische-adviseurs van Coopers&Lybrand in hun beoordeling van het project bevestigd. Wellicht kan NWO met zijn pleidooi voor valorisatie iets meenemen van wat in het verleden al eens is toegepast.