Krant stroopte de mouwen over Engelen te hoog op

Het was een week van verzengend licht voor de man van de ‘schaduwelite’, opiniemaker en hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen. Na zijn ‘biecht’ dat de namenlijst van complotteurs in zijn boek De schaduwelite maar een gimmick was, bedacht door zijn uitgever, werd de aanklager van de financiële elite op een rail door de media gedragen, met pek en veren.

NRC Handelsblad bracht een goed, genuanceerd portret van hem (Rel-hoogleraar betrapt zichzelf op radicalisering, 27 november), waarin naast zijn omstreden status onder ‘echte’ economen ook zijn „retorisch talent” werd onderkend, en zijn vermogen kwesties voor een groot publiek aan te kaarten. Maar het commentaar van de krant haalde een dag later snoeihard uit: de hoogleraar had zichzelf met die „verzonnen” lijst „onsterfelijk” geblameerd, „ontmaskerd”, en zijn geloofwaardigheid als auteur „om zeep geholpen” (De lezer is echt geen sukkel, 28 november).

Twitteraars én briefschrijvers stoorden zich hevig aan dat commentaar. „Wat een grof geschut”, schreef een lezer. Er werd een „strontkar” over Engelen uitgereden, las ik op een blog. Op sociale media, altijd op zoek naar daders, ontbrandde het gezelschapsspel: wie had dit geschreven? Het was een „wellustige afrekening”, dus, meldde iemand met gevoel voor Twitterhumor, „moet het wel een vrouw zijn geweest”.

Geen wonder: een echte roepende in de woestijn heeft een schare militante volgelingen die erop beducht is dat hun held het zwijgen wordt opgelegd. Al vonden ook sympathisanten van Engelen de lijst „stupide” en „onnodig”.

Misschien nuttig om eerst nog even toe te lichten, waarom commentaren ongesigneerd zijn – nogal een hors d’oeuvre in het meningenmenu anno 2014.

Het commentaar, resultaat van dagelijks overleg tussen een kleine groep commentatoren en de hoofdredactie, vertolkt niet de mening van een redacteur, maar die van het instituut, de krant. Signeren zou er een column van maken – en daar zijn er al zoveel van.

Wie is er dan op aanspreekbaar? De krant. Dus: de hoofdredacteur.

Hij zegt: er was wel discussie over. Was dit relevant genoeg? Wat de doorslag gaf, zegt hij, was dat Engelen een bekende opiniemaker is, die het gezag van de wetenschap achter zich heeft, en dat we ons „gepakt” voelden toen bleek dat die lijst met namen maar een gimmick was.

Drie hoogleraren – sociologie, geschiedenis en ‘populaire cultuur’ – namen het voor Engelen op in een gekrenkt stuk: Karaktermoord op Engelen, dat commentaar was lasterlijk (2 december).

Ook daar ontstond discussie over. Had de krant dat nu moeten afdrukken?

De hoofdredacteur vindt van wel – en ik ook. Wie uitdeelt, moet kunnen incasseren. Dat geldt voor Engelen (die zich een „intellectuele provocateur” noemt), maar ook voor de krant.

Je kunt je wel afvragen: was dat verwijt in de kop terecht? ‘Lasterlijk’, of ‘leugenachtig’, is, nog afgezien van de juridische connotatie, van een andere orde dan overgekookt, onheus, infaam, beledigend of laag-bij-de-gronds. Het houdt in: het willens en wetens verkondigen van kwaadaardige onwaarheden.

Welke waren dat dan? Het stuk gaf er geen uitsluitsel over, behalve dan dat Engelen die lijst niet had „verzonnen”, zoals het commentaar meldde.

Maar dat woord – kennelijk ontleend aan het bericht over de affairette (Lijst ‘schaduwelite’ verzonnen om boek Engelen te promoten, 25 november) – slaat toch vooral op het geinige idee van uitgever AUP om de hoofdpersonen bij elkaar te harken als ‘ledenlijst’ van een ‘schaduwelite’ die ons voorliegt en bedriegt.

Dat kun je een grap noemen, maar ook best een verzinsel. En dat is kwalijk.

Voor de rest klagen de hoogleraren vooral dat „alle aandacht” nu uitgaat naar die gimmick en niet naar de „argumenten” van hun gewaardeerde collega.

Ja, dat heb je met gimmicks.

Dat neemt niet weg dat het commentaar van de krant er ook in mijn ogen (of oren) te hard op los hamerde.

Het is terecht dat de krant het publicitaire effectbejag van een hoogleraar aan de kaak stelt, en het opstellen van een lijst (altijd een riskant idee) van bad guys waar achteraf ook, sorry, sorry, good guys tussen blijken te zitten.

Maar is daarmee zijn geloofwaardigheid „om zeep geholpen”? Dan wil je toch eerst weten wat er allemaal nog méér in dat boek staat behalve die lijst, en hoe degelijk dat is: een recensie dus. De krant had het beter andersom kunnen doen: eerst laten bespreken, dan oordelen in een commentaar.

Engelen is geen Stapel – hij pleegde geen fraude. Ook al is er een overeenkomst: de zuigkracht van – laat ik ook eens een complot benoemen – het populair- wetenschappelijk-publicitaire complex.

En dan krijg je dit: de krant drukte vanaf 1997 maar liefst 41 stukken af van Ewald Engelen, en één per abuis, over verzonnen namen gesproken, van ‘Ewoud Engelen’. Dat waren nu ook niet allemaal staaltjes van zuivere, belangeloze wetenschapsbeoefening. Ik noem: Vijftien jaar dronken van geleende welvaart (8 februari 2013), De lulkoek van de beleidselite (22 juli 2011), en Klopt meneer Bosma, ik mag u ook niet (20 november 2011).

Zijn polemische radicalisering – zijn stijl is er een van „verschroeide aarde” las ik op een blog, mooi gezegd – is in die stukken onmiskenbaar. Maar de krant bleef ze afdrukken – natuurlijk, want dit waren opinies die er niet om logen.

Klap op de vuurpijl: de voorpublicatie van het nu gewraakte boek (Van die ravage heeft de financiële elite niets geleerd, 18 oktober). Over twee pagina’s.

Zou NRC Handelsblad het toen wél allemaal geloofwaardig hebben gevonden en nu opeens niet meer, alleen maar door die slecht bedachte gimmick? De chef Opinie zegt dat Engelen nog steeds welkom is op de pagina’s.

De krant had in dit commentaar de mouwen te hoog opgestroopt – al maakte het een goed punt.

Nu dan maar de ‘schaduwelite’ van het populair-wetenschappelijk-publicitaire complex in kaart brengen.