Koorts, en toch doorwerken

Minder werknemers melden zich ziek. Zijn we gezonder geworden? Nee, in tijden van werkloosheid moeten we onszelf bewijzen. We geven minder snel toe aan zwaktes.

Foto Mieke Meesen

Ze ontbijt iedere dag met yoghurt en superfoods zoals chiazaad en gedroogde cranberry’s. Ze sport één of twee keer per week en ze eet veel verse groente en fruit. Of dat de verklaring is, weet ze niet. Maar Mireille Kuijpers (31) heeft zich in de ruim negen jaar dat ze werkt nog nooit één dag ziek gemeld. Niet dat haar baan niks voorstelt: Kuijpers is senior PR manager Beauty & Health bij MaisonPR, geen „rustig van-negen-tot-vijf-werk”. „ Als ik me een keertje niet helemaal top voel, ga ik toch naar kantoor. Met wat extra vitaminen en veel thee met honing lukt het best.”

Mensen zoals Kuijpers lijken er steeds meer te zijn. Vorig jaar meldde 52 procent van de werknemers zich geen enkele keer ziek op zijn werk, blijkt uit onderzoek van TNO en het CBS dat vorige week verscheen. Dat percentage loopt al jaren op. In 2011 meldde nog maar krap de helft zich nul keer ziek, in 2005 was het nog 46 procent.

De verzuimcijfers zijn dan ook historisch laag. Op een doorsnee werkdag zaten vorig jaar op duizend werknemers gemiddeld 39 mensen ziek thuis. Nooit eerder sinds het CBS achttien jaar geleden begon met verzuimtellingen, waren er zo weinig zieken.

Zijn we gezonder? Nou, nee. Het is een bekend gegeven dat baanonzekerheid de verzuimcijfers doet dalen. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau weten we bijvoorbeeld dat de stijging van de werkloosheid met één procentpunt, leidt tot een daling van het ziekteverzuim van 0,25 procentpunt. „Werknemers zijn bang hun baan te verliezen”, legt een woordvoerder van het CBS uit. „ In tijden van crisis en hoge werkloosheid blijven ze minder snel weg voor een griepje of verkoudheid. En de bulk van het korte verzuim bestaat uit dat soort meldingen.” Uit onderzoek van ArboNed onder ruim 1 miljoen werknemers bleek dan ook dat vorig jaar 66 procent soms ziek naar het werk ging, in 2012 was dit 56 procent. Een tiende van de werknemers zei dit te doen omdat ze bang waren voor ontslag. Verreweg de meesten gaven als reden dat anders werk bleef liggen.

Baanonzekerheid en crisis spelen bij Kuijpers naar eigen zeggen geen rol. „Ik voel me verantwoordelijk naar mijn klanten en wil mijn collega’s niet met mijn werk opzadelen”, zegt ze. „Bovendien vind ik mijn werk gewoon heel leuk.” Haar werkgever reikt een beloning uit aan werknemers die een jaar lang niet ziek zijn geweest: twee extra vakantiedagen. „Op mij heeft dat geen invloed, want ik was bij mijn eerdere werkgevers ook nooit ziek. Maar misschien kan het doorslaggevend zijn wanneer je je een dagje niet lekker voelt.”

Survival of the fittest

Er vindt op de arbeidsmarkt een heuse gezondheidsselectie plaats, vertelt Irene Houtman, onderzoeker bij TNO. Bonussen voor niet-verzuimers herkent Houtman niet, maar in een onderzoek dat Houtman vorig jaar publiceerde, concludeerde ze wel dat gezondheid voor werkgevers verreweg de belangrijkste beweegreden is om iemand aan te nemen of zijn tijdelijke contract te verlengen.

Die selectie was er volgens Houtman altijd al, maar de gevolgen zijn tijdens de crisis groter doordat er minder banen zijn. „In een periode van hoge werkloosheid zijn de gezondste werknemers aan het werk gebleven en krijgen alleen de gezondste een baan.”

Zie daar de survival of the fittest op de arbeidsmarkt. „Er is eigenlijk steeds minder ruimte op de arbeidsmarkt voor mensen met een zwakkere gezondheid. Hun contracten worden niet verlengd, ze worden bij reorganisaties eerder ontslagen, of ze komen in uitzendbanen terecht.”

Zwakke schakels

Deze ‘zwakke schakels’ worden bovendien ongezonder, blijkt onder andere uit een onderzoek in opdracht van het UWV naar zogenoemde ‘vangnetters’. Dat zijn zieken die geen vaste werkgever hebben, zoals uitzendkrachten, zieken bij wie het tijdelijke contract niet werd verlengd en mensen die ziek werden na ontslag. In vergelijking met 2007 bleek de situatie van de vangnetters tijdens de crisis danig verslechterd, toonde het onderzoek aan. In 2012 was het aandeel vangnetters dat in langdurige ziekte terecht kwam gestegen met 10 procentpunt.

Ook bedrijfsarts en onderzoeker bij ArboNed Rob Hoedeman ziet een tweedeling ontstaan. „Over het algemeen zijn er sinds de crisis meer mensen die ziek doorwerken. Het interessante is: een deel van de werknemers wordt juist sterker door de crisis. Ze hebben zich ingesteld op moeilijke tijden, en hebben zelf oplossingen bedacht voor hun problemen. Dat vergroot hun veerkracht.”

Als je hoofdpijn hebt of je grieperig voelt, kun je vaak heus wel een manier vinden om met die hoofdpijn door te werken, zegt Hoedeman. Bij bijna iedere ziekte is er een beslissingsruimte om tóch aan het werk te gaan.

Maar doorwerken met een griepje kunnen alleen mensen die een solide basis hebben zich af en toe veroorloven. Die basis krijg je volgens Hoedeman wanneer je gebruik kunt maken van bepaalde „hulpbronnen”. Sociale steun op de werkvloer is volgens Hoedeman zo’n hulpbron, omdat die ervoor zorgt dat een werknemer zich gewaardeerd en onmisbaar voelt. Ook belangrijk: autonomie en flexibiliteit, bijvoorbeeld de mogelijkheid om thuis te werken.

Werknemers die weinig hulpbronnen hebben en toch blijven doorbikkelen met gezondheidsklachten „trekken het op den duur niet meer”. Dit is een kleine groep, met zware problematiek. Wanneer ze uiteindelijk toch gaan verzuimen, is het ook echt raak. „Vaak komen ze met psychische klachten, het duurt dan gemakkelijk 180 dagen voor ze weer helemaal beter zijn.” Sommige werknemers herstellen niet, of worden ontslagen en verlaten het arbeidsproces.

Voor mensen die deze hulpbronnen wél hebben, ziet het er minder somber uit, zegt Hoedeman: „Die slaan zich er wel doorheen”.”