Katholiek zijn of niet, dat is de vraag

Een onbekende Shakespeare-uitgave vol aantekeningen uit die tijd leidt tot een golf van opwinding en werpt intrigerende vragen op. Zoals: bewoog de bard zich in verboden katholieke kringen?

Foto’s AP

Opeens is de Engelse toneelschrijver William Shakespeare de held van een Noord-Frans stadje. Rémy Cordonnier, de 35-jarige bibliothecaris van Saint-Omer, is nog beduusd van de „golf van opwinding” die zijn vondst in de hele wereld veroorzaakte, nadat The New York Times er vorige week als eerste over berichtte. Hij ontdekte een nieuwe First Folio, de zeldzame vroege uitgave van Shakespeares verzamelde theaterwerk.

Sinds dat moment dienen Shakespearevorsers, literatuurwetenschappers, buitenlandcorrespondenten en tv-zenders zich aan bij de Bibliothèque d’Agglomération aan de rue Gambetta van het provinciestadje in het achterland van Calais.

Wat is er gebeurd? Op plank 8 van vak 25 in de pronkkamer van de zeventiende-eeuwse bibliotheek sluimerde eeuwenlang te midden van 16.000 zeldzame boeken een foliant. Gebonden in bruin leer, zonder titelpagina of inhoudsopgave. In september, bij het samenstellen van een tentoonstelling over Engels historisch drukwerk, stuitte Cordonnier op het boek, dat afkomstig is uit de boekencollectie van een voormalig jezuïetenklooster in de stad.

De bibliothecaris, geen Shakespeare-specialist, voerde bij Google een combinatie aan gegevens in: omvang, drukwijze en titels in de volgorde die hij aantrof: The Tempest, The Merry Wives of Windsor, Measure for Measure, Macbeth, As You Like It en zo verder. Resultaat: dit móest een onbekend exemplaar zijn van de beroemde First Folio uit 1623, de eerste gedrukte verzameling met 36 van Shakespeare’s 38 toneelstukken.

Cordonniers zoektocht bracht meer sensationeels aan het licht: aantekeningen uit de tijd van het boek zelf. Shakespeareanen zijn verzot op elke splinter nieuws, juist omdat er biografisch nauwelijks iets over hem bekend is. Degenen die er al langer over speculeren dat Shakespeare in het geheim katholiek was, voelen zich gesterkt: Shakespeare-werk dat opduikt bij een jezuïetenschool in Frankrijk! Dat biedt perspectief.

De First Folio verscheen zeven jaar na Shakespeare’s dood, uitgegeven door twee van zijn collega’s, John Heminges en Henry Candell. Zij beroepen zich op „authentieke bronnen”: de gesproken teksten zelf. De oplage was 900 exemplaren, waarvan er nu, met de nieuwste vondst, 233 zijn getraceerd. Op recente veilingen brachten exemplaren vier tot vijf miljoen euro op. Tal van Shakespeare-werken, zoals The Tempest, Macbeth en Romeo en Julia, zouden zonder de First Folio vermoedelijk verloren zijn gegaan. Hamlet zou er wel zijn geweest, maar alleen in dubieuze edities van malafide drukkers.

Reno

„Ik kon niet geloven dat ik een First Folio had ontdekt”, zegt Cordonnier. „Ik ben geen Shakespearekenner; middeleeuwse handschriften zijn mijn specialiteit. Om zekerheid te krijgen heb ik de hulp ingeroepen van een wetenschapper. Na enig zoeken kwam ik terecht bij Eric Rasmussen, hoogleraar aan de universiteit van Nevada, in Reno. Hij staat bekend als de grootste kenner van de First Folio en schreef er enkele studies over. „Toevallig was Rasmussen aan het werk in de British Library in Londen. Hij sprong meteen op de Eurostar. Toen hij het boek zag, wist hij binnen een minuut dat het om een nieuwe First Folio ging.”

In de pronkzaal van de bibliotheek, het Patrimôme genoemd, heerst een eerbiedige stilte. Als een kostbaar juweel ligt de First Folio op een roodfluwelen kussen. Het eerste waar de bibliothecaris op wijst is de afdruk van de voet van een wijnglas: „Kijk, het boek heeft geleefd, mensen hebben het gebruikt.” Voorzichtig slaat hij het open op de eerste bladzijde, die van The Tempest. Goed leesbaar staat er in zwarte inkt een naam, die uitloopt in een vlek. De pen is blijven haken. „Daaraan zie je dat het goedkoop en dun papier is”, zegt hij met een dun lachje. Als mediëvist is hij beter gewend. De naam is duidelijk leesbaar: ‘Nelvill’.

Daar zal hij zo iets over zeggen, maar eerst bladert hij verder, wijst op doorhalingen in de tekst, gekriebelde aantekeningen in de marge en correcties. Hij slaat Hamlet open bij de beroemdste passage. Daar staat het, van zo dichtbij in Shakespeare’s tijd heb ik het nooit gelezen: „To be, or not to be, that is the Question:

Ondertussen zijn we heel wat aantekeningen en oneerbiedig ogende krassen gepasseerd. Zeer opvallend zijn de weggestreepte vrouwelijke rollen, zoals hostess en wench. Ernaast staat keurig vermeld host en fellowman. Dus ‘gastvrouw’ of ‘waardin’ werd ‘gastheer’. En wench, dat ‘grietje’, ‘wicht’ of zelfs ‘sloerie’ betekent, werd jongeman. Deze foliant lijkt van zijn vrouwelijke personages ontdaan. Wie heeft dat gedaan?

Bekend was dat in de tijd van Shakespeare (1564-1616) jongensacteurs alle vrouwenrollen voor hun rekening namen, maar dit is een opzienbarende schifting. „Voor de garçons op het internaat moet die rolwisseling van meisje in jongen in seksueel opzicht verwarrend zijn geweest”, zegt Cordonnier.

Hij wil niet speculeren, maar houdt er sterk rekening mee dat een leraar aan het jezuïetencollege de rolverdeling heeft gewijzigd. „We hebben nu vrijwel zekere bewijs dat Shakespeare werd opgevoerd op jongensinternaten, al in de vroege zeventiende eeuw”, zegt Cordonnier. „Aan de hand van inktproeven konden we dat dateren.”

Godsdienstoorlogen

De bibliotheek ontleent zijn collectie aan twee jezuïetencolleges in de stad, een Frans en een Engels. Tijdens de godsdienstoorlogen onder de protestantse Elizabeth I werden katholieken vervolgd en verbannen uit Engeland. Ze vluchtten vaak het Kanaal over en kwamen via Calais naar Saint-Omer, dat bekendheid genoot als een van de meest vooraanstaande katholieke opleidingen van West-Europa.

Vlak achter de bibliotheek ligt inderdaad het Engelse jezuïetencollege. Nu dit spoor is gevonden, kunnen we het tweede geheim van deze Folio achterhalen. Wie ís deze ‘Nelvill’, ook ‘Nellville’ gespeld, die zijn naam zo prominent op de eerste bladzijde schreef? Voor Shakespearevorser Rasmussen is dat volkomen duidelijk: het is de schuilnaam van Edward Scarisbrick, afkomstig uit katholieke kringen in Londen. Rasmussen had hem al langer in het vizier, zijn naam is bekend in katholieke kringen rondom Shakespeare. Rond 1660 week Scarisbrick uit naar Saint-Omer, zo staat vast. Deze Folio moet zijn exemplaar zijn geweest, hij nam het mee.

Cordonnier: „Het Engelse jezuïetencollege in deze stad werd opgericht door de bisschop en had als belangrijkste doel de katholieke godsdienst te verspreiden, zodat de studenten als priester terug konden keren naar het protestante Engeland. Maar dat was niet zonder gevaar. ”

We bladeren nog eens door de First Folio en bestuderen de talloze doorhalingen en regieaantekeningen. Die zijn in elk geval met andere, lichtere inkt geschreven dan de naam Nelvill. Zonder moeite is vast te stellen dat Shakespeare op dit jezuïetencollege op de planken is gebracht door jongens, die kennelijk niets mochten weten van het vrouwelijke geslacht. Hiermee is Shakespeare natuurlijk nog geen katholiek. Toch komt de overtuiging dat Shakespeare in katholieke kringen verkeerde of katholieke connecties had dankzij deze Nelvill een flinke stap dichterbij.