Jagen op de daklozen

In de Braziliaanse stad Goiânia zijn in twee jaar tijd 57 daklozen vermoord. Waart er een seriemoordenaar rond? Of is dit het werk van de politie?

Ondina Gonzaga Coelho voelt geen wrok, ze begrijpt er alleen niets van. „Marcos Aurélio Nunes da Cruz was misschien geen lieverdje, maar een slechte jongen was hij zeker niet.” De vrouw kijk naar een ingelijste foto van haar zoon en klemt de zakdoek in haar hand stevig vast. „Van kinds af aan al wilde hij vrij zijn, als een vogel. Daarom leefde hij op straat.” Haar stem slaat over. „Maar waarom is hij toch vermoord?”

Op 5 november 2012 om drie uur ’s nachts lag Marcos Aurélio te slapen op een stuk karton in de nis van een goedkope supermarkt. Op beelden van bewakingscamera’s is te zien hoe een in het zwart gehulde motorrijder behoedzaam nadert. De man met helm kijkt kort om zich heen, neemt een paar passen en pakt een pistool uit zijn rugzak.

Hij buigt voorover, pauzeert, vuurt. Koelbloedig, eenmaal. Marcos Aurélio wordt in zijn linkerslaap geraakt.

Marcos Aurélio is niet de enige dakloze die zonder reden is gedood. In de Braziliaanse stad Goiânia, de hoofdstad van de centrale deelstaat Goias, zijn sinds augustus 2012 maar liefst 57 daklozen vermoord. Het merendeel werd doodgeschoten, sommigen neergestoken. Een enkeling werd verbrand of gestenigd. Anderen verdwenen spoorloos.

Brazilianen kijken nauwelijks van de moorden op, al zijn deze aantallen zelfs voor Braziliaanse begrippen fors. Lokale media berichten erover, maar landelijke media besteden slechts sporadisch aandacht aan de gebeurtenissen. En dat terwijl het aantal geregistreerde moorden in twee jaar meer is dan 1 op 20 op de totale daklozenpopulatie van Goiânia. Dat is tien keer hoger dan het reguliere aantal moorden op daklozen in het land.

Moord is een groot probleem in Brazilië. In heel het land is het aantal moorden schokkend hoog. In absolute aantallen kent Brazilië het hoogste moordcijfer te wereld, meer dan het aantal moorden in de VS en Europa bij elkaar – vergelijkbaar met oorlogsgebieden als Syrië of Irak.

In Brazilië werden 53.636 gewelddadige doden geregistreerd in 2013. Het land staat op de achttiende plek van meest gewelddadige landen ter wereld.

En daarin is een opvallende ontwikkeling te zien: voor blanken werd Brazilië de afgelopen jaren veiliger, dat moordcijfer nam af met een kwart. Maar het aantal moorden op zwarten nam volgens het jaarlijkse geweldsrapport van de internationale non-gouvermentele organisatie Flasco juist met 40 procent toe.

De seriemoordenaar van Goiânia

Goîania is een doorsnee stad in het droge binnenland van Brazilië, ver weg van de hagelwitte stranden waar het land bekend om staat. In de bloedhete provincie Goias hebben sojaproducerende grootgrondbezitters grote invloed op de lokale politiek, de meerderheid van de bevolking stemt conservatief. De straten zijn stoffig. Voor jongeren is er alleen vertier in anonieme winkelcentra naar Amerikaans model.

De stad, een tekentafelproject uit de jaren dertig, staat vol karakterloze architectuur. De voor Brazilië zo karakteristieke rode aarde kruipt overal tussen de grijze bebouwing door. In korte tijd barstte de stad uit zijn voegen. Het aantal inwoners groeide van een miljoen rondom de eeuwwisseling tot 1,5 miljoen nu.

Ook het aantal daklozen nam toe, schattingen variëren tussen de 900 en 1.100. Voorbijgangers struikelen over ze. In het verloederde centrum liggen ze op kartonnen platen, de haren door de war, sommigen hebben alleen wat lompen aan. Ze scholen samen bij smeulende vuurtjes, delen pijpjes crack of >> >> schuimen juist alleen de straten af.

„Velen van ons slapen overdag”, zegt José Raimundo de Almeida (54), een lokaal bekende dakloze muzikant die van een oud blik verf een ukelele maakte. „’s Nachts is het veel te gevaarlijk”, vervolgt hij, „dan zie je ze niet aankomen.” Veel daklozen in Brazilië wonen niet voor hun lol op straat. Het zijn verschoppelingen, niet zelden met een niet-erkende psychische aandoening. Sommigen leven al zo van kinds af aan.

Over de vraag wie de moorden in Goiânia pleegt, bestaat onenigheid. De politie zegt dat verslaafden elkaar afmaken. Het zijn geïsoleerde zaken, houden zowel de civiele als de militaire politiediensten vol, die hebben niets met elkaar te maken.

Even dacht de politie toch één dader aan te wijzen. Begin oktober werd een 26-jarige ziekenhuisbewaker opgepakt: de vermeende ‘seriemoordenaar van Goiânia’. Hij bekende de moorden – met een enkel schot, gepleegd vanaf een motor – op vijftien jonge vrouwen sinds januari dit jaar. In totaal zou de man 39 moorden hebben bekend – maar de verdachte trok een deel van zijn bekentenissen later in.

Medewerkers van mensenrechtenorganisaties en evangelische pastoraten geloven niet dat hij ook de daklozen vermoordde. De moordenaars zijn juist agenten, zeggen zij.

„Doodseskaders”, aldus Nelson Antônio, coördinator van een lokaal straatpastoraat, die met zijn vrouw wekelijks eten uitdeelt op straat. „Leden van de militaire politie die de straten willen zuiveren van slechtheid. Zij zien slechtheid vooral in armoede en drugsgebruik.”

Een federale mensenrechtencommissie onderschrijft de aanklacht van de activisten: zij bevestigt dat er politiegestuurde doodseskaders in het spel zijn. Op basis van onderzoek van die commissie in het voorjaar van 2013 – het dodental stond toen nog op 27 – verzocht de toenmalige minister van Mensenrechten Maria do Rosário het hooggerechtshof om het onderzoek op federaal niveau te laten plaatsvinden. Dat is tot op heden niet gebeurt.

Militairen voelen zich superhelden

De militaire politie in Brazilië kent een lange traditie van geweld. Volgens een recent onderzoek doodde de Braziliaanse politie in de afgelopen vijf jaar 11.197 mensen, het equivalent van zes per dag – zoveel zijn er althans geteld. Ter vergelijking: de Amerikaanse politie doodde in de afgelopen dertig jaar nog niet zoveel mensen.

De cijfers verbazen onderzoeker Adilson Paes de Souza niets. De Souza werkte dertig jaar voor de militaire politie, twee jaar geleden promoveerde hij op een onderzoek naar geweld onder diezelfde politiedienst.

„Ja, er bestaan doodseskaders”, zegt hij. „Militairen die zich nota bene superhelden voelen: ze denken werkelijk dat ze de wereld beter maken door die te ontdoen van drugsgebruikers en armoedzaaiers. En de meerderheid van de bevolking stemt daar ook mee in.”

Het probleem, zegt De Souza, is dat het systeem van de militaire politie nog altijd is geworteld in het militaire dictatoriale bewind dat Brazilië tussen 1964 en 1985 leidde. Sindsdien bestaat het politieapparaat uit de civiele politie, verantwoordelijk voor onderzoek en opsporing, en de militaire politie, voor ordehandhaving en het voorkomen van misdaden.

Hoewel de militaire politie officieel niet onder de gewapende macht valt, opereert de dienst volgens militaire principes en discipline. De militaire politie mag niet staken of zich in vakbonden verenigen. Individuele agenten wordt het bovendien verboden om ‘feiten of documenten te onthullen die de politie in diskrediet kan brengen, of die verstorend kunnen werken voor hiërarchie en discipline’.

„In Brazilië heerst straffeloosheid”, zegt De Souza. „En het ontbreekt aan de politieke wil om daar iets aan te veranderen. Kijk maar naar de recente presidentsverkiezingen. De drie belangrijkste kandidaten hebben geen woord vuilgemaakt aan hervorming op dit vlak”, vervolgt hij. „Zolang zowel burgers als de politie zich in de steek gelaten voelen door het systeem, zal er niets veranderen.”

Natuurlijk vermoord je zo’n jongen

Voor Ondina Gonzaga Coelho is het ondraaglijk dat ze niet weet of haar zoon heeft geleden. Nadat de politie haar had ingelicht over de dood van Marcos Aurélio, heeft ze nooit meer iets vernomen. „Ik zal niet rusten voordat ik precies weet wat er is gebeurd”, zegt de vrouw op een versleten bank in een huis honderdtwintig kilometer ten noorden van Goiânia.

Maar de kans is klein dat ze wat hoort. De politie informeerde Coelho nooit over de dader, terwijl de zaak van haar zoon juist een van de weinigen is waarvoor een verdachte werd opgepakt: een agent van de militaire politie, Rogério Moreira da Silva, op straat bekend als Zinca.

Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van drie moorden, maar voor de rechter kwamen zijn zaken (nog) niet. De redenen: de politie kon een belangrijke getuige niet vinden, en raakte een getuigenrapport kwijt. Ook een derde zaak ging niet door: die stond gepland op de dag van een wedstrijd van het Braziliaanse elftal tijdens het WK.

Ook andere leden van de militaire politie in Goîania worden in verband gebracht met illegale zaken. Openbare aanklagers begonnen in 2009 een onderzoek in de deelstaat vanwege het grote aantal verdachte moorden dat werd gepleegd door de militaire politie. In dat jaar kreeg het OM wel toestemming het onderzoek te federaliseren.

In Operatie ‘Het Zesde Gebod’ gebruikte de federale politie telefoontaps om inzicht te krijgen in de lokale cultuur binnen de politiedienst. Daarop is onder meer kolonel Carlos Cézar Macário te horen, op dat moment subcommandant van de militaire politie en voormalig commandant van elite-eenheid ROTAM. Macário praat met een collega over een jongen die vermoord zou zijn door zijn eigen dienst: „Als we zo’n jongen niet vermoorden, zouden we gedemoraliseerd raken.”

Het onderzoek wees uit dat Macário tien jaar lang een doodseskader leidde, een groep binnen de militaire politie die tientallen mensen had laten verdwijnen in massagraven rondom de stad. Macário wordt beschuldigd van moord, samenzwering, het verbergen van een lijk, marteling, fraude en het illegaal bezitten van een vuurwapen. Samen met 18 anderen werd hij in 2011 opgepakt. Tot processen is het nooit gekomen.

Dus loopt Macário vrij rond. Hij ontkent iedere betrokkenheid. Afgelopen oktober was de kolonel parlementskandidaat voor de deelstaat Goiás, met steun van de gouverneur. Op zijn verkiezingsposter stonden twee neppe kogelgaten naast de slogan ‘tegen tuig, ter verdediging van de familie’. Macário werd niet gekozen. De kolonel reageerde niet op herhaalde verzoeken om commentaar.

Specht, Kroon, Kolibrie

Dat het aantal dakloze slachtoffers in Goiânia – met leeftijden tussen de 13 en 52 jaar – wordt bijgehouden, is te danken aan een mensenrechtenorganisatie. Die telt er 57, de politie erkent maar 52 namen van de lijst. „Maar het exacte aantal weten we niet, het verzamelen van informatie is moeilijk”, zegt Eduardo Mota van het João Bosco Burnier Centrum voor de Verdediging van Mensenrechten. Mota schat dat het werkelijke aantal slachtoffers rond de 70 ligt, anderen wijzen richting de 100 doden in twee jaar.

Niemand bekommert zich werkelijk om de slachtoffers. Van sommigen is de hele naam bekend, van anderen alleen de bijnaam: Specht, Kroon, Kolibrie. Zeventien lichamen zijn helemaal niet geïdentificeerd. Zij verdwenen naamloos in de rode aarde.

Op het publieke kerkhof Vale da Paz, een kale rode vlakte waar de losgewoelde >> >> aarde aan het einde van het veld herinnert aan de verse lijken in de grond, zijn alle graven genummerd. Een medewerkster gaat met haar vinger langs de dikke, handgeschreven boeken. Ze vindt acht slachtoffers van de lijst.

„Hier komen dagelijks acht tot tien onbekende lijken binnen”, zegt Osmar Lacerda Xavier, een grafdelver. Met een gietertje gooit hij water over een mooi onderhouden graf. „Als mensen betalen, zorgen wij voor alles”, zegt de man. „Maar de meesten hebben geen familie. Wij laten de lichamen dan stilzwijgend ter aarde gaan.”

De favoriete martelplek

De dood is overal in Goiânia, angst overheerst. „Het is beter niets te zien en niets te weten”, zegt José Annanias Fereira (57). Onder een brug heeft hij een schuilplaats gebouwd. „Wie toch iets heeft gezien, is zelf de volgende op de lijst.” Met enige regelmaat ziet hij lijken de rivier afdrijven. Stroomopwaarts heeft elite-eenheid ROTAM zijn favoriete martelplek, zegt hij.

De meeste daklozen durven alleen te praten onder de belofte van anonimiteit. Ze zijn als de dood voor de politie. Zoals Paulo (38), die in verschillende Braziliaanse steden zwierf, en nergens zoveel angst ervoer als in Goiânia.

„Het is nergens zo gevaarlijk als hier”, vertelt hij. Tijdens een politieaanval tien jaar geleden verloor hij drie vrienden. „Het is dat ik hier geworteld ben, weg ga ik niet meer. Maar voor daklozen voelt Goiânia als schaakmat.”

Ook de mensenrechtenactivisten die zich bekommeren om hun lot, zijn bang. Maria Madalena Patrício de Almeida, die sinds de jaren tachtig werkt met daklozen, wordt sinds kort bedreigd. „De provincie Goiás is wetteloos”, zegt de vrouw. Uit veiligheidsoverwegingen spreekt ze af bij haar zus thuis. „Jezus zou nooit in Goiânia zijn geboren, hij zou er doodgaan.”

Ook Maria Madalena gelooft dat doodseskaders aan het werk zijn. „Misschien niet bij alle moorden, maar zeker wel bij een hoop”, zegt ze. „Het geweld in de stad is enorm toegenomen de afgelopen jaren en de daklozen zijn daar de dupe van. Straatbewoners vermoorden is voor de politie eenvoudiger dan het geweld aan te pakken. Zo hebben ze meteen een zondebok.”

De politie doet de zaken af als losstaand. ‘Er bestaat geen enkel formeel bewijs van betrokkenheid van militaire politieagenten bij doodseskaders in Goiânia’, schrijft een woordvoerder van de militaire politie in een e-mail.

Volgens Murilo Polati, chef van de afdeling moordzaken in Goiânia, is drugsgebruik onder daklozen het grootste probleem. „Ik geloof dat dit een regulier soort misdrijf is”, zegt hij, verwijzend naar de moorden. „Er is niets afwijkends aan de hand. Er is gewoon weer een drugsgebruiker dood.”

Dat Marcos Aurélio crack gebruikte, is volgens zijn moeder mogelijk de aanleiding voor zijn dood. „We hebben zoveel pogingen gedaan hem daarvan af te krijgen.” Ze vertelt dat Marcos Aurélio vier keer uit eigen beweging naar een afkickkliniek ging. Hij viel steeds terug.

Drie dagen voor zijn dood, de avond van Allerzielen, belde Marcos Aurélio zijn moeder. Het was hun laatste gesprek, hij vroeg om geld. „Ik weigerde, hij zou er maar drugs van kopen”, zegt ze. „Maar de dood verdiende hij niet.” De vrouw legt haar hand op de foto van haar zoon. „De dood verdient niemand.” <<