‘Ik ben geen hardcore foodie’

Kookgodin Donna Hay was in Nederland. ‘Australië is het paradijs.’

O

oit, voordat ze zelf een wereldberoemde kookgodin werd, bood de Amerikaanse queen of housekeeping Martha Stewart haar een baan aan. Ze weigerde. Nu zit Donna Hay (44) in het Amsterdamse Ambassadehotel, waar ze journalisten te woord staat ter promotie van haar meest recente kookboek, Nieuwe Klassiekers. Van de veertien boeken die ze tot nu toe maakte, werden er meer dan 4 miljoen verkocht. Haar kookprogramma’s worden in 82 landen uitgezonden. Ze heeft een eigen tijdschrift, een winkel, een webshop en een servieslijn.

Fast, fresh and simple is hoe ze haar kookstijl zelf beschrijft. Weinig moeite, veel effect, zou je ook kunnen zeggen. Een typisch Hay-recept staat binnen een half uur op tafel en bevat zelden meer dan tien ingrediënten (waaronder opvallend vaak citroen en groene kruiden).

De stijl in haar boeken en tijdschriften is strak – ze gebruikt meestal wit servies op een witte of neutrale achtergrond met weinig afleidende opsmuk. Verder strooit ze met tips als: ‘Gebruik eens een rol behang als tafelloper’, of: ‘Zet bloeiende keukenkruiden in een vaasje bij wijze van tafelboeket.’

Hoewel haar boeken hier al jaren bestsellers zijn, is dit de eerste keer dat ze Nederland bezoekt. Vanochtend om 6 uur heeft ze een rondje hardgelopen door het Vondelpark. Het viel nog niet mee om in het donker niet omver gereden te worden door vroege fietsers.

Jogt u om fit te blijven of om af te vallen?

„Om fit te blijven. Ik ben enkele jaren geleden een paar kledingmaten afgeslankt. In diezelfde periode scheidde ik van mijn echtgenoot en werd ik ook nog eens in het ziekenhuis opgenomen. Dat zorgde voor veel beroering in de Australische sensatiepers. Ik zou te dun zijn geworden. Maar ik houd me helemaal niet bezig met afvallen.”

De Britse krant Daily Mail schreef onlangs dat u fel tegen moderne eliminatiediëten bent, waarbij een complete voedselgroep zoals koolhydraten, wordt uitgesloten. U zou hebben gezegd dat dit ‘de nieuwe eetstoornis’ is.

„Het enige wat ik heb gezegd is dat het voor mij persoonlijk niets is. Ik geef de voorkeur aan een uitgebalanceerde voedingsstijl. Maar iedereen moet dat zelf weten. Dat ik in 2011 zoveel ben afgevallen, had er ook mee te maken dat ik in een andere levensfase ben gekomen. Mijn kinderen worden groter, ik heb meer tijd om aan sport te doen. Als je een kookprogramma presenteert moet je de hele dag staan en dingen tillen. Daarvoor moet je sterk zijn en dus doe ik aan sport. Wist je trouwens dat jonge meisjes in Australië helemaal niet meer zo nodig dun willen zijn, maar liever sterk? Ik vind dat een goede ontwikkeling.”

U maakt boeken, een tijdschrift, een kookprogramma, een wekelijkse column in de krant. Heeft u nog wel tijd om thuis te koken?

„Ik heb 14 medewerkers. En thuis heb ik een nanny die mijn twee jongens opvangt wanneer ze uit school komen en die boodschappen doet. Wanneer ik dan om vijf uur thuiskom, heb ik alle tijd en rust om te koken.”

Uw stijl van koken en fotograferen is al zeker 15 jaar nauwelijks veranderd. Waarom is die zo succesvol?

„Toen ik begon als jonge freelancer bij culinaire magazines, kon ik maar niet begrijpen waarom foto’s van eten zo volgepropt waren met allerlei niet ter zake doende spullen die zoveel ruimte in beslag namen dat je het eten nauwelijks nog zag. Als je alles eromheen weglaat en met de lens dichterbij komt, zie je veel meer van het eten zelf. Dan zie je opeens hoe een straaltje dressing van een slablad afdruipt bijvoorbeeld. Dat ziet er toch veel lekkerder uit? In Australië hebben we zulke waanzinnige producten, die hebben al dat gedoe helemaal niet nodig. Ik had het geluk dat ik, toen ik begon met zulke foto’s, de eerste was. Het sloeg aan, en ik ben er altijd mee doorgegaan.”

Waar komt uw liefde voor eten vandaan?

„Nou, ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n hardcore foodie hoor. Volgens mij is er een grens tussen ergens gepassioneerd over zijn en ergens obsessief mee bezig zijn. Dat laatste is doodsaai. Het is maar eten. Eten gaat over delen met vrienden en familie. Het is bedoeld als iets fijns, ik snap niet dat mensen daar zo serieus over doen.”

U spreekt zich zelden of nooit uit over biologisch versus regulier geteeld voedsel, lokaal versus geïmporteerd, etcetera.

„Weet je, in Australië wonen we in het paradijs. We hebben zoveel vruchtbare grond; 95 procent van ons voedsel is lokaal. Bok choi is net zo gewoon als broccoli. Kwesties als voedselkilometers en het milieu enzo spelen helemaal niet zo erg bij ons. Ik ben bang dat het voor mij als Australische heel makkelijk is om mijn kop in het zand te steken.”