Hobbyvrienden

Het is geen onbekend genre in de fotografie: clubjes, groepjes, verenigingen. Mensen die, zoals dat heet, een passie delen. En toch blijft het leuk om naar te kijken. Een vrouw met een hond is niet meer dan dat: een vrouw met een hond. Maar voor poedeleigenaren geldt de wet van de toenemende meeropbrengst. Hoe meer je ervan bij elkaar zet, hoe leuker. De mannen van de pijprokersclub, de majorettes, de duikers in een leeg zwembad (overigens weer een genre op zichzelf: foto-in-leeg-zwembad).

En altijd vragen we ons als toeschouwer dan af: waarom willen die mensen zonodig samen pijproken, samen blootlopen, samen duiken? Wat is het toch dat mensen altijd samenklonteren, zoals kwikdruppels in een bak water. Vanwaar die behoefte ergens bij te horen?

Of moeten we het omdraaien? Waarom verbazen we ons er zo over dat eenlingen clubjes vormen? Waarom zou je zonodig alleen willen zijn met je poedel, je pijp of je blote piemel? We denken dat we individuen zijn, in een geïndividualiseerde samenleving, maar alleen zijn we niets. Er waren tijden dat je louter kon overleven in een clubje. De meeste zoogdieren leven in clubjes, en zelfs mosselen houden van het verenigingsleven.

Wat de fotografen van het boek Hobbybuddies – Freizeitfreunde laten zien, is dat het niet uitmaakt wat mensen bij elkaar brengt. Orchideeën, fossielen, bordspellen, bondage of opgezette dieren – als je er maar lang genoeg samen mee bezig bent, schept het vanzelf een band.

Martine Kamsma