Hij weet wat jou gelukkig maakt

George Vaillant (80) doet het langstlopende onderzoek ter wereld. 268 mannen zijn vanaf de jaren 30 gevolgd. Een onderzoek naar geluk. Want waarom slaagt de één waar de ander faalt? Wat is het geheim van een gelukkig leven?

‘Sons-of-bitches.” George Vaillant (80) gromt het woord meer dan hij het uitspreekt. Hij heeft een stem als een steen die wordt weggerold voor een eeuwenoud mausoleum. Zijn handen trillen als hij zijn glas black label whisky met ijs naar zijn mond brengt. Ouderdom. Vaillant kan er wel om lachen.

Sons-of-bitches”, zegt hij, en hij neemt nog een slok, „die bestaan niet. Dat is het eerste wat ik leerde. Een mens kan onuitstaanbaar zijn, sure, maar als je genoeg over iemand weet, dan kom je erachter dat niemand zomaar een klootzak is.”

George Vaillant kan het weten. Er zijn slechts weinig mensen op aarde die zo veel kennis hebben over ‘de ander’ als hij. Vaillant geeft leiding aan wat wel het langst lopende psychologische onderzoek uit de geschiedenis wordt genoemd: de Harvard Grant Study.

Die begon in 1938. Toen werden 268 tweedejaars studenten van Harvard geselecteerd. Gezonde mannen, jongens nog, van goede komaf met ogenschijnlijk de wereld aan hun voeten. Deze groep – of wat daar nog van over is – wordt nu al 76 jaar gevolgd, de laatste 48 jaar daarvan onder de auspiciën van George Vaillant.

De Amerikaan is in het land voor een lezing op TEDx Amsterdam. Het valt hem zwaar. „Ik ben geen jongen meer.” In een leunstoel in de lobby van zijn hotel komt hij even op adem.

De medische wetenschap heeft van oudsher de neiging om in te zoomen op het negatieve, op stoornissen, ziekte, wat er misgaat op de cruciale momenten van een mensenleven. De Grant Study, zegt Vaillant, die zou dat omdraaien: geen momentopnames, maar een compleet leven als uitgangspunt. Een onderzoek naar geluk, naar succes. Want waarom slaagt de één waar de ander faalt? Wat is er nodig voor een gelukkig leven?

Om dat te ontrafelen werden deze mannen gevolgd door hun leven en liefde, langs carrières, depressies, geboortes, ziekten en een wereldoorlog. Ze werden medisch en psychologisch getest, ondervraagd, bestudeerd. Elke centimeter van hun lichaam werd in kaart gebracht, elke emotie geanalyseerd. Kastenvol rapporten. „Hun levens lezen als romans”, zegt Vaillant, „want mensen ontwikkelen. Er zit een spanningsboog in. Niemand blijft precies wie hij was.”

Van de groep zijn op dit moment nog 36 in leven, ze zijn dik in de negentig. Maar het onderzoek duurt voort. Vaillant is pas klaar als de laatste overlijdt.

De identiteit van de mannen wordt angstvallig bewaakt (Vaillant: „als informanten voor de maffia”), maar inmiddels is een aantal prominente namen bekend. De beroemde Amerikaanse journalist Ben Bradlee was één van hen en, zo bleek een aantal jaar terug, ook president John F. Kennedy.

Vijftig mannen werden alcoholist

Wat heeft Vaillant geleerd over het leven? Bij aanvang van het onderzoek ging zijn groep redelijk gelijk op, zegt hij, immers allen gefortuneerd en intelligent. Maar gaandeweg begonnen hun levens steeds extremer uiteen te lopen. „Het was als het volgen van racepaarden.”

De resultaten van de Grant Study liegen er niet om: een mensenleven is zwaar. Eén op de drie proefpersonen leed voor zijn vijftigste aan een mentale stoornis, zeventien raakten klinisch depressief, vijftig alcoholist. Dat dit soort stoornissen veel voorkwamen, was in die tijd reeds bekend, maar zó veel? Voor de onderzoekers kwam het als een schok. „Ze waren normaal toen we ze uitkozen”, grapte een van hen wrang. „Wij hebben ze verpest.”

Schokkender: van de groep met een psychische stoornis was de helft al vóór zijn vijfenzeventigste dood, van de depressieven zelfs 70 procent. Maar van de mensen die nooit psychisch ziek waren, werd 90 procent ouder dan vijfenzeventig.

In 1939 hadden de onderzoekers een inschatting gemaakt van de kans op succes van de proefpersonen, een cijfer 1 tot 9, gebaseerd op wat toen van die persoon bekend was. Is dat een goede indicatie gebleken?

Absoluut niet. Een momentopname genomen op één punt in een leven bleek totaal misleidend.

„De man die jong het hoogst scoorde, werd inderdaad topadvocaat. So far so good. En toen ging het mis. Hij eindigde uiteindelijk bij zijn moeder”, vertelt Vaillant. „Daar zou hij wonen tot haar dood, ongelukkig, eenzaam, met als enige cliënten de leden van zijn familie.” En omgekeerd: „De man met de kilste jeugd van hen allemaal – tot zijn zesde at hij alleen op zijn kamer – werd, na een zelfmoordpoging en een lang ziektebed, een liefhebbende vader en succesvol psychiater.”

Hoe komt dat nou? Wat is het geheim voor een gezond en gelukkig leven?

Niet roken, sporten en gematigd drinken – uiteraard. Maar twee abstractere factoren bleken net zo doorslaggevend. De belangrijkste conclusie van het onderzoek, één die Vaillant graag en veel herhaalt, past zo op een bumpersticker: „Happiness is love. Full stop.” Geluk is liefde. Punt.

Hij bedoelt dat niet zweverig, gromt hij. Wat hij wil zeggen, is dat het statistisch significant is dat de mannen die goed konden liefhebben, die warme sociale banden onderhielden, meer succes hadden op hun werk, ouder werden en langer gezond bleven dan degene die die eigenschap minder bezaten.

Een voorbeeld in cijfers: de mannen die het hoogst scoorden in de categorie ‘warme relaties’ verdienden op hun >> >> salaris-piek (55-60 jaar) gemiddeld 141.000 dollar meer dan de mannen die sociaal het laagst scoorden. Geen garantie op geluk, natuurlijk, maar wel veelzeggend.

„Je moet mensen in je leven hebben van wie je houdt en die van jou houden”, zegt Vaillant. „maar je moet die liefde ook in ontvangst kunnen nemen. Dat laatste wordt vaak vergeten. Je kunnen openstellen is minstens net zo belangrijk.”

De andere cruciale factor is aanpassingsvermogen, hoe je omgaat met omstandigheden waar je geen controle over hebt. Vaillant mag dat graag uitleggen aan de hand van een allegorie, een kerstverhaal. Deze komt uit een interview dat hij ooit gaf aan The Atlantic:

Op Kerstavond stopt een vader een gouden horloge in de sok van zijn ene zoon en een hand paardenkeutels in de sok van de andere. ’s Morgens komt als eerste de zoon met het horloge naar hem toe, gepikeerd: „Pap! Ik weet niet wat ik met dit horloge moet. Het is zo kwetsbaar. Straks gaat het nog stuk.” Dan komt de andere zoon op hem afgerend: „Pap! Pap! De kerstman heeft me een pony gegeven, ik kan hem alleen niet vinden!”

De strekking: het zijn niet zozeer de gebeurtenissen, positief of negatief, die bepalen of je gelukkig oud wordt, als wel hoe je daarop reageert. Hoe gaat iemand om met voorspoed of tegenslag? De mannen die hun problemen wisten te rationaliseren, de humor ervan inzagen, werden gelukkiger oud dan degene die wantrouwig, neurotisch of gefrustreerd waren.

Het is te raden welke van twee zoons volgens Vaillant de grootste kans heeft om gelukkig oud te worden.

Een constant gevecht

Het is geen toeval dat juist George Vaillant dit onderzoek is gaan doen. Toen hij een jaar of tien was, gebeurde er iets wat zijn leven zou tekenen: zijn vader, 44 jaar oud en succesvol museumdirecteur, schoot zich in de achtertuin door het hoofd. Totaal onaangekondigd, out of the blue – tenminste, voor George. Thuis werd er vervolgens niet over gepraat.

Hoe kon zoiets gebeuren? De vraag liet hem niet meer los. Vaillant werd psychiater, promoveerde en raakte gefascineerd door de ontwikkelingen die mensen tijdens hun leven doormaken.

In 1966 kwam Vaillant, toen 33, bij de Grant Study terecht. Het was een constant gevecht om het onderzoek in leven te houden. Vechten voor financiering (tot op heden heeft het onderzoek zo’n 20 miljoen dollar gekost), en vechten om de mannen in de smiezen te houden. „Het achterhalen van hun bewegingen was in het pre-internettijdperk nog een flinke uitdaging.”

Slechts één verdween van de radar. „Die vertrok na de Tweede Wereldoorlog naar Israël om op een boerderij te gaan werken. Ik heb nog een Israëlische kennis op de zaak gezet, maar het mocht niet baten. Weg was hij. Nooit meer iets van gehoord.” Van de rest, zegt Vaillant, weet hij op zijn minst of ze dood zijn of in leven. „Ik ken geen enkele andere langlopende studie met zo’n lage uitval.”

Zo’n dertien jaar lopen ‘zijn’ mannen (zo noemt hij ze zelf, „my men”) op Vaillant voor. De ontwikkelingen die zij doormaken ziet hij als een soort prelude op zijn eigen toekomst.

Hoe ouder hoe beter

Een stabiel privéleven heeft Vaillant zelf nooit gehad. Hij scheidde drie keer (en hertrouwde op latere leeftijd met zijn tweede vrouw). „Aanvankelijk zag ik een karakterfout aan mijn kant, ik schaamde me. Maar de mannen in de studie scheidden ook, aan de lopende band zelfs. Toch werden ze daar niet per se ongelukkiger door. Ik heb van ze geleerd: je moet niet denken dat scheiden slecht is, maar beseffen dat het goed is om mensen voor lange tijd lief te hebben. En ik heb veel liefgehad.”

Samen met de mannen werd Vaillant oud. Hij zag hoe de tijdgeest invloed op zijn proefpersonen had. Pas vanaf de jaren 60 kwamen de eersten van hen uit de kast (uiteindelijk ongeveer 5 procent), de laatste pas op zijn zeventigste.

Ze werden directeuren, advocaten, vier stelden zich verkiesbaar voor de Amerikaanse senaat, één werd president. Anderen verging het minder, werden chronisch ziek of maakten er voortijdig een einde aan. Ze werden grijs of kaal, bleven dun of dijden uit, werden puissant rijk of eindigden in armoede.

Tja, en toen bereikten ze pensioenleeftijd. Het werden geezers, zoals Vaillant ze noemt, ouwe knarren. De race was gestreden. Ze hadden gepiekt. Tijd om af te bouwen. „Ik dacht: dit wordt een studie in aftakeling, in verrotting”, zegt hij. „Wat ik in beeld zou brengen: hoe vallen we uit elkaar als we oud worden?”

Hij had het volledig verkeerd.

‘De herfst’ bleek misschien wel het meest fascinerende gedeelte van de studie te zijn. Hoe meer Vaillant van het ouder worden in kaart bracht, hoe meer hij erachter kwam dat oud worden niet alleen regressie, maar ook ontwikkeling betekent.

„Mensen zijn bang om oud te worden”, zegt Vaillant. „Natuurlijk. Ik was doodsbang, scared shitless. Maar dat bleek een misvatting: het leven is juist beter als je oud bent.”

Vaillant grijnst.

„Jaja, ik zie je wel met grote ogen naar me kijken, naar mijn trillende handen. Je denkt alleen: oud worden is rimpels krijgen, niet meer tennissen, niemand die je serieus neemt en voor je het weet zit je in een bejaardentehuis als een idioot voor je uit te brabbelen. Ik zal je vertellen, de tachtigers in de studie zijn gelukkiger dan toen ze veertig waren.”

In cijfers: 77 van de proefpersonen is ouder geworden dan 90 jaar. En van de 90-jarigen waren er slechtst een tweetal depressief. Eigenschappen als humor en altruïsme groeiden, de mannen waren contenter met zichzelf. „Ik ben nu ook gelukkig dan toen ik veertig was.”

Vaillant bestelt nog een whisky. Hij knipoogt. „Never trust a fart and never turn down a drink. Zó word je oud.”

Het is een grap. Alcoholmisbruik blijft volgens hem by far de schokkendste factor in zijn onderzoek. Bij de echtscheidingen was in 57 procent van de gevallen alcoholmisbruik in het spel, „een ongelofelijk cijfer”, en de alcoholisten stierven jong. „Vaak wordt gezegd dat alcoholisme voortvloeit uit depressie. Door deze studie weten we dat het meestal andersom is.”

Kun je voorspellen hoe iemand oud wordt? Nee. Je kan veel veranderen tussen je jeugd en je oude dag. En je definitie van geluk, die verandert mee.

„Voor een jonge man is geluk een meisje in bed krijgen.” Hij houdt zijn trillende handen op. „Voor mij is dat inmiddels mijn auto weten terug te vinden op het parkeerterrein.” <<