‘Het podium is een plek zonder angst’

Marjolijn van Kooten (43)

is cabaretière. Ze schreef het boek Schijtluis over haar angststoornis.

Foto Maurice Boyer

Flink zijn

„Als kind was ik al de grappenmaker. Ik kom uit een no-nonsense gezin, mijn vader was loodgieter, mijn moeder huisvrouw. Flink zijn was de norm. Ik maakte thuis altijd iedereen aan het lachen. Dat betekende aandacht, gezien worden, denk ik nu. Ik was een stoer meisje, zat op voetbal, was de eerste die het ijs op ging. Maar ik was ook gevoelig, kon intens verdrietig zijn. Er zat altijd al iets van angst in me. Ik was stoer zolang ik op bekend terrein was, me veilig waande, daarbuiten voelde ik me onzeker. Ik denk dat ik nu niet eens zoveel anders ben dan toen.”

Overschreeuwen

„Terugkijkend kwamen de angsten op een moment dat ik steeds verder van mijn gevoel af kwam te staan. Ik probeerde iemand anders te zijn, overschreeuwde alles. Tijdens de eerste paniekaanval stond ik in een winkel. Ik trilde, zweette en mijn spieren stonden strak, alsof ik was geschrokken, maar dan duizend keer erger en twintig minuten lang. Al snel ging ik allerlei situaties mijden uit angst voor decorumverlies. De angst ging mijn leven beheersen. Paniekstoornis met agorafobie, straatvrees, was de diagnose.”

Zelfmoordplannen

„Het leven is niet leuk als je alleen maar angstig bent. Ik heb twee keer een heel slechte periode gehad, waarin ik met zelfmoordplannen liep. Als ik op televisie doodzieke mensen zag, was ik intens verdrietig dat ik dat niet was. Ondanks mijn intelligentie kon ik niet reflecteren op mijn situatie. Ik verdroeg het niet dat ik geen stoere vrouw meer was, maar een angstige. Ik sprak met mezelf af dat ik er een einde aan mocht maken als ik dat een jaar lang elke dag wilde. Dat was gelukkig niet zo. Mijn psychiater zei: ‘Jij wil niet dood, jij wil een ander leven dan dit.’”

De redding

„Het podium is mijn redding geworden. Mijn therapieën waren er altijd op gericht dat te doen wat ik niet durfde. In 2005 kwam ik bij een psychiater die zei: ‘We gaan niet in gevecht met de angst, we gaan jouw draagkracht vergroten, zodat je de angst aankunt. Wat is jouw passie?’ Theater, zei ik. In het derde jaar van de Theater Academie deed ik voor het eerst cabaret. De zaal ging plat. Dat gaf zoveel energie, daar kon geen antidepressivum tegenop. Het podium bleek een plek zonder angst. Ik denk omdat ik dan contact maak. Als mensen lachen, voelt het alsof we overeenstemming bereiken: jullie vinden dat ook!”

Altijd met humor

„Ik hou ervan om op het toneel grote onderwerpen aan te snijden en diepgang te zoeken, maar altijd met humor, dat is voor mij de enige manier. Ik vergroot uit, breng contrasten aan, bijvoorbeeld door een vrolijk pianodeuntje te spelen onder een diep treurige tekst. Hans Dorrestijn is een groot voorbeeld. Hij maakt zijn negatieve levenshouding tot inzet van zijn shows. Hij is eerlijk. Het publiek voelt dat zijn teksten, hoe ironisch ook, waar zijn. Het is grappig omdat het schrijnt.”

Missie

„Op Schijtluis ben ik trotser dan op mijn voorstellingen. Theater is leuk, maar ijdel. In het boek zit mijn hart. Ik wil een taboe doorbreken, zodat mensen tijdig hulp zoeken bij angsten. Het heeft achttien jaar geduurd voor ik inzag hoe schadelijk het is om gevoelens te onderdrukken, hoe constructief om ze te accepteren. Doordat ik me schaamde. Daarom laat ik in het boek ook bekende Nederlanders over hun angststoornis vertellen. Ingmar Heytze, René van der Gijp, Sylvia Witteman. Zodat duidelijk is: angst heeft niets te maken met zwakte.”

Leven met angst

„Sinds een half jaar gaat het echt goed met me. Ik probeer niet langer mijn angst te overwinnen, ik leef mét mijn angst. Ik ga weer met de tram, angstig soms, maar het gaat. Dit seizoen speel ik try-outs van mijn nieuwe voorstelling. Een aangepaste versie speel ik volgend seizoen in een duo-voorstelling met psychiater Bram Bakker. Misschien stap ik ooit van het podium af en ga ik teksten en liedjes schrijven voor anderen. Daar ligt toch mijn hart. Waar ik over vijf jaar sta? Pfff. Ik heb net geleerd om in het hier en nu te leven. Ik wil in elk geval niet meer dood.”