Heemskerk in tranen na individueel succes op WK

Golden girl Femke Heemskerk kan ook alleen winnen.

Dat ze met drie andere zwemsters de zogenoemde golden girls vormde, wilde niet zeggen dat ze zonder hen ook een golden girl was. Femke Heemskerk, de ‘gezelschapszwemster’ die op individuele nummers nooit een gouden medaille won.

Tot vrijdag, in het Hamad Aquatic Centre in Doha. Tranen van geluk. Ja, bij Femke Heemskerk. Winnares op de 100 meter vrije slag op de wereldkampioenschappen kortebaanzwemmen. „Ik kan het echt niet geloven”, zei ze tegen de NOS. „Het is zo bijzonder en dit is zo goed voor mij. Het is zo lekker dat het nu eindelijk een keer lukt. Een paar jaar geleden dacht ik: dit gaat het nooit meer worden. Nu win ik goud tussen al deze goede mensen.”

Die goede mensen, dat waren onder anderen haar landgenote Ranomi Kromowidjojo, die tien honderdsten van een seconde langzamer was en met een tijd van 51,47 het brons behaalde. Een prestatie waarmee ze aantoont dat ze op de weg terug is na haar problemen van het afgelopen jaar, die mede ontstonden door het vertrek van haar coach Jacco Verhaeren.

Dat Heemskerk Kromowidjojo voorbleef was daarom ook niet heel verwonderlijk. Maar dat ze sneller was dan de Zweedse Sarah Sjöström; dat baarde meer opzien. Sjöström, een begin-twintiger die in haar tienerjaren al records brak en sommige afstanden zelfs aflegt zonder adem te halen.

Zo’n wonderkind is Femke Heemskerk niet. Voor vrijdag had ze één gouden individuele medaille gewonnen: de 200 meter vrije slag op het EK kortebaan in 2010. Zeker knap, maar ook mondiaal wilde ze scoren. Dat deed ze wel op de estafette. Legendarisch was het goud dat ze in 2008 won op de Olympische Spelen van Beijing, met Ranomi Kromowidjojo, Marleen Veldhuis en Inge Dekker op de 4x100 meter vrije slag. Later volgden gouden medailles op de WK van 2009 en 2011.

Dat maakte iets van haar individuele teleurstellingen goed. Maar die waren er wel degelijk. Helemaal na de opmerkelijke stap die ze eind 2010 maakte: Heemskerk verruilde het Sloterparkbad in Amsterdam voor de Franse Méditerranée, waar ze aansloot bij de zwemgroep van toptrainer Romain Barnier. „Ik wilde iets nieuws, ik wilde mezelf in het diepe gooien. En meer leren van zwemmers van wereldklasse”, verklaarde ze toen.

In Frankrijk leek ze stappen te hebben gemaakt, maar op de WK in 2011 in Shanghai ging het mis. Na een snelle start stortte ze in op de laatste meters. Niet anders was het op de Olympische Spelen van Londen, ook al geen succes. Ze was daar ook niet fris verschenen doordat ze zich na de teleurstelling in Shanghai had uitgeput. „Ik was alleen maar moe, had er geen plezier meer in”, zei ze over die periode.

Na Londen keerde ze terug naar Nederland, om bij coach Marcel Wouda te trainen. Voornaamste doel: evenwichtig met haar krachten omgaan. In plaats van pieken op de eerste meters, en naar adem happen op het slot.

Dat gaat steeds beter, zo bleek in Doha. Het was ook niet voor niets dat Heemskerk haar coach roemde voor de camera van de NOS. „We zijn samen een traject ingegaan en hij is eerlijk tegen mij. Het is mooi om zo met elkaar te kunnen werken.”

Na haar individuele succes volgde ook nog een gouden medaille op de 4x100 meter vrije slag, met Inge Dekker, Maud van der Meer en Kromowidjojo. De vier deden dat met een wereldrecord van 3.26,53. Ook Sharon van Rouwendaal had succes: zij werd tweede op de 400 meter vrije slag.