Gezellig vroemvroemen

Bas van Putten laat zijn vrouw thuis als hij een stukje flitsvrij gaat rijden in de Jaguar F-Type coupé.

De Jaguar F-Type, eerst alleen als cabriolet leverbaar, is er sinds dit jaar ook als coupé. Denk daar niet te luchthartig over. Dit is niet Hetzelfde Recept Mét Dak, maar een andere auto. Cabrio’s hebben het eeuwige probleem dat hun carrosseriestijfheid lijdt onder het wegvallen van een vaste dakconstructie. Die handicap kan worden opgevangen met verstevigingsbalken in de onderbouw, maar dat spalkwerk maakt de auto zwaarder en de zwabberneigingen van zo’n verzaagde koets krijg je er nooit helemaal uit. De stijvere en lichtere coupé heeft daardoor haast per definitie voelbaar betere rijeigenschappen, hoewel die bij de F-Type cabrio al meer dan redelijk op orde waren. Toch is het grootste verschil ditmaal vooral van esthetische aard.

De F-Type coupé is niet eens zoveel lichter – het scheelt twintig kilo – als wel nóg mooier dan zijn open broer. Het dak brengt de geconcentreerde spanning in de vorm die bij cabriolets dikwijls verwaait als bubbels in een net ontkurkte fles champagne. Bovendien schijnt hij te voldoen aan de beschavingsnorm; ik zag chef Goede Smaak Jort Kelder in zo’n auto rijden. Dat moet machtig nieuws zijn voor directeuren van woningcorporaties, die hun Maserati-stigma ditmaal kunnen lossen met het voor de branche wel zeer pikante argument dat een dak boven je hoofd bij Jaguar alleen maar geld scheelt; de coupé is duizenden euro’s goedkoper dan de cabrio. Maar: hoe gaan wij minvermogenden dit bazenfeest beleven?

De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagde sportwagenrit is gezelschap. Je moet samen dom kunnen giechelen om een uitbrekende Jag in een onhandig aangesneden bocht, schik hebben in de schrik van omstanders die je hooliganesk langs horen bulderen op de dubbelloops soundtrack van twee uitlaatpijpen die hem even vunzig laten knallen als de cabrio. Zo simpel laat zich het genoegen samenvatten dat je minstens 85.000 euro lichter maakt, hoewel Jaguar niets heeft nagelaten om je in te wrijven dat het goed besteed was. Hij heeft stijl. De bestuurder kijkt naar prachtige ronde instrumenten met gestileerde cijfers die horlogefans een oerig retroklokkensentiment zullen bezorgen, en voor een Jaguar zit hij verdomd solide in elkaar.

Om dit geluk te ondergaan, moet je alleen geen vrouwen naast je hebben. Dus reis ik af naar Den Haag, waar Jaguar-fanaat M. staat te trappelen om met mij af te dalen naar de diepste, primitiefste krochten van het mannenrijk.

Genetische schakels

Over de buitenkant zijn we het snel eens. Dit is de eerste perfect gelijnde Jaguar-coupé sinds de legendarische E-Type. De genetische schakels tussen E en F, drie generaties sportwagens die tevergeefs de wulpsheid van het oermodel probeerden vast te houden, konden hun draai niet vinden. De XJ-S was een looiig Amerikaans Viagrading, de XK die hem opvolgde stond vreemd onesthetisch op zijn wielen, de XK van de tweede generatie was een lomp ding met ordinaire koplampen. Daarnaast waren ze stuk voor stuk te groot. De F is gedrongen en vanbinnen diep en donker, een soort hol. Zo nesteldrangbevorderend moet zo’n coupeetje zijn. Een man wil ook geborgenheid.

Jammer dat het een automaat is, al schakelt hij voortreffelijk; we willen zelf rukken en trekken. Ik moet M. bovendien de boodschap brengen dat we de basisversie hebben meegekregen – met maar 340 pk. Hij revancheert zich met keet. De eerste seconden na de start maakt hij extra herrie om de testosteronproductie aan te wakkeren, voor de niet piepjonge doelgroep geen overbodige luxe. Hij produceert dan het vroemvroemgeluid dat kleine petrolheads vanaf de kleuterleeftijd hummen. In de kern is dat wat wij nu ook gaan doen, vroemvroem, maar dan in het echt.

M. weet een weg waar we flitsvrij kunnen gasgeven. Daar treft het dat de F-Type graag veel toeren maakt. Ondanks zijn hondse brul is hij niet heel snel, 200 halen duurt best lang. Voor het vuur moet je de S nemen met 385 pk of, nog mooier, de achtcilinder Supercharged met 495. Maar hij vroemvroemt zo gezellig. Hij heeft sfeer. Dat hij de game-achtige precisie van een Porsche mist, is alleen maar meegenomen. Een Jaguar moet een soort sletterige nonchalance hebben die een genoeglijk samenzijn niet te hardnekkig op de proef stelt met de agressie van de echte zware jongens. Dit is een snelle, maar ontspannen sportwagen die zich gewillig laat bespelen in het brede rijstijlspectrum tussen jongensachtig en bezadigd. We zijn verrukt.