Flinke deuk in prestige Internationaal Strafhof

De aanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag staakt de vervolging van de president van Kenia.

Fatou Bensouda, de Gambiaanse hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, heeft de handdoek in de ring gegooid. Vrijdag maakte ze bekend de vervolging te staken van de Keniaanse president Uhuru Kenyatta. Kenyatta werd in 2011 formeel aangeklaagd wegens betrokkenheid bij etnische slachtpartijen in zijn land, na verkiezingen eind december 2007. Bensouda zegt nu, niet voor het eerst, dat ze het bewijs tegen hem niet rond krijgt. Wel houdt ze de optie open alsnog met een nieuwe aanklacht te komen.

Dat laatste is een loze toevoeging. Het mislukken van de zaak tegen Kenyatta – de eerste zittende president die terecht moest staan – slaat een flinke deuk in het prestige van het Strafhof. Bovendien op een ongelukkig moment. Juist vorige week werd op het terrein van de Alexanderkazerne in Den Haag het hoogste punt bereikt van de nieuwbouw voor het tribunaal, nu nog tijdelijk gehuisvest langs de snelweg bij Voorburg.

Deze nieuwe zetel „zal voor de komende generatie over de hele wereld worden herkend als een belangrijk symbool voor de zoektocht naar vrede en gerechtigheid”, werd vorige week gezegd toen de vlag werd gehesen. Die symbolische betekenis staat nog overeind. Het Strafhof, dat in 2002 werd opgericht, is per slot van rekening de enige permanente internationale rechtbank voor het bestraffen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Maar het afblazen van het proces-Kenyatta onderstreept wel pijnlijk hoe moeilijk het is om de ambities van rechtvaardigheid waar te maken. De nabestaanden van de 1.200 slachtoffers in Kenia staan met lege handen. En in twaalf jaar zijn nog maar twee vonnissen gewezen door het Strafhof: tegen de Congolese krijgsheren Lubanga en Katanga.

Bensouda heeft plausibele redenen aangevoerd waarom ze het bewijs tegen Kenyatta niet rond kreeg. Getuigen die belangrijke informatie zouden moeten leveren, hadden zich teruggetrokken. Sommigen hadden valse verklaringen afgegeven. Actieve obstructie door de Keniaanse regering speelde daarbij een rol. Nairobi wilde ook geen belangrijke gegevens overhandigen, zoals bankafschriften en telefoonregistraties.

Maar woensdag al lieten de rechters van het Strafhof weinig heel van haar argumentatie. Verder uitstel van het proces tegen Kenyatta is ontoelaatbaar, zeiden ze. Ook een verdachte heeft recht op procesvoering binnen een redelijke termijn. Los daarvan: de aanklagers hebben helemaal niet aannemelijk gemaakt dat ze met de gevraagde gegevens uit Kenia hun bewijsvoering wél hard krijgen. En, zeggen de rechters ook, Kenia heeft zich inderdaad weinig coöperatief opgesteld jegens het Hof, maar de houding van de aanklagers zelf was ook minder „vastberaden, aanhoudend en, waar nodig, flexibel” dan mocht worden verwacht. De onderzoekers mogen hun fouten niet afwentelen op Kenia.

Die schrobbering hoeft niet alleen Bensouda zich aan te trekken. Veel van het falen wordt toegeschreven aan haar voorganger, de Argentijn Luis Morena Ocampo. Hem is verweten dat hij in zijn scoringsdrift om het nieuwe Strafhof op de kaart te zetten, arrogant en overhaast te werk ging bij het onderzoek in Kenia, te lichtvaardig afging op sommige getuigen en anderen te weinig bescherming bood.

Bensouda, die Ocampo in 2012 opvolgde, kondigde vorig jaar een strategiewijziging aan om haar bureau efficiënter te laten functioneren. Het besluit van gisteren toont aan dat daarmee de fouten in het proces tegen Kenyatta in ieder geval niet gerepareerd konden worden. Maar paradoxaal genoeg toont de afstraffing door de rechters volgens juristen ook aan, dat het Strafhof zijn zaken serieus neemt.

Nu Kenyatta is afgevallen, blijft de Soedanese president Omar al-Bashir als enige zittende president over op de lijst van het Strafhof. Op initiatief van de VN-Veiligheidsraad wil het hof hem vervolgen voor genocide in de regio Darfur. Op de vervolgingslijst van het Strafhof staan in totaal nog 35 personen, onder wie de voortvluchtige Oegandese rebellenleider Joseph Kony en Saif Gaddafi, die gevangen zit bij een clan een clan in Libië die hem niet uit handen wil geven.