EU, laat dat Google toch

Europa heeft de strijd op het internet verloren. Vervelend, maar waar. Facebook, Twitter, Google, Apple, een Europeaan spendeert een aanzienlijk deel van zijn leven op Amerikaanse websites met behulp van Amerikaanse of Aziatische elektronica.

Terwijl Europese ondernemers bezig waren om subsidie aan te vragen of om de nieuwste regelgeving te omzeilen bouwden Amerikaanse ondernemers de toekomst.

Vooral Google is een droom. Gmail is het beste mailprogramma ooit en is gratis. Google Maps wijst de weg beter dan TomTom en is gratis. En Google Now attendeert me er tegenwoordig spontaan op dat een vlucht vertraagd is, of er file op weg naar huis staat, of dat het gaat regenen. Sommigen vinden dat griezelig. Ik vind het fantastisch. Het maakt mijn leven makkelijker. En het is ook nog eens gratis.

Vervelend voor Europa, dat we niet ook een taartpuntje van het succes kregen. Maar om daar nou zo kinderachtig over te doen? Het Europees Parlement nam donderdag met een ruime meerderheid een resolutie aan waarin ze de Europese Commissie oproept om „voorstellen in overweging te nemen voor de ontvlechting van zoekmachines van andere commerciële diensten”. Zoekmachines, daar bedoelen ze Google mee. Dat bedrijf heeft meer dan 90 procent marktaandeel in Europa. Eigenlijk komt het erop neer dat het Parlement aan de Commissie vraagt om Google te dwingen de zoekfunctie af te splitsen van de andere functies.

U vraagt zich misschien af voor welk probleem dit een oplossing is. Dat begreep ik aanvankelijk ook niet helemaal. Maar volgens het Europees Parlement verwijst Google in de zoekresultaten te vaak naar eigen diensten. Dat bedreigt volgens het Europees Parlement de vrijheid van andere bedrijven die kaarten of emaildiensten aanbieden. Het zou zelfs discriminatie zijn.

Nu kan je Google veel kwalijk nemen. Over inbreuk op privacy bijvoorbeeld. En soms mag je ze best op de vingers tikken als ze het telefoongebruikers moeilijk maken om apps van de concurrent te installeren. Daar heeft de Europese mededingingscommissaris een onderzoek over heropend, en terecht. Maar om Google nou kwalijk te nemen dat ze hun eigen producten in hun eigen zoekmachine bevoordelen? Dat is een beetje alsof je de V&D verplicht om aan een klant die chocolaatjes zoekt, uitgebreid alle mogelijkheden bij Albert Heijn, Jamin en Leonidas onder de aandacht te brengen alvorens naar de eigen delicatessenafdeling te verwijzen.

Kinderachtig. Maar het EU-parlement durft zo’n resolutie aan. Want Google is groot. In de ogen van het parlement zijn ze zelfs de „poortwachter” van het Internet. Nu mag dat in Europese ogen misschien zo lijken, met die enorme overmacht van Google hier. Maar eenderde van de Amerikaanse zoekmarkt is in handen van Bing en Yahoo. En Google dreigt nog meer marktaandeel te verliezen als Apple voor de nieuwe iPhone als standaardzoekmachine voor een van de concurrenten kiest. In de woorden van oud-topman Eric Schmidt is de concurrentie „one click away”. Probeert u het maar eens: typ in je adresbalkje bing.com, of typ in het Google zoekscherm bing en u vindt zonder problemen Google’s grootste concurrent. Het is onzin dat Google poortwachter is. Maar met die onzin in de hand zou het Europees Parlement graag de afbraak van zo’n vervelend Amerikaans bedrijf bewerkstelligen.

Maar eigenlijk staat er iets verontrustender in de tekst. Het parlement „benadrukt dat bij de exploitatie van zoekmachines voor gebruikers, het zoekproces en de zoekresultaten neutraal moeten zijn om ervoor te zorgen dat het zoeken op internet non-discriminatoir blijft”. Dat is opmerkelijk. Het zoekproces is per definitie niet neutraal. Het is geen vrijwilligerswerk. Het hele verdienmodel is erop gebaseerd dat mensen betalen om gevonden te worden. Dat is hoe het Europese bedrijfsleven nog enigszins kan meeliften op het succes: Europese bedrijven kunnen eindelijk rechtstreeks de klanten bereiken die ook daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in hun producten.

De vraag is hoe het Europees Parlement zo’n onafhankelijke zoekfunctie eigenlijk voor zich ziet. Wie betaalt daarvoor? Misschien vraagt het parlement zich hier wel hardop af of er niet een staatszoekmachine moet komen. Er zitten genoeg socialisten en ex-communisten in het parlement, die nog wel weten hoe dat moet. Verbied Google en begin een Brusselse zoekmachine. Een degelijke, slome, protectionistische bureaucratische maar oh zo eerlijke variant van Google. Om die arme Europeanen tegen de grote boze Amerikaanse wolf te beschermen.