Drone

Het laatste nieuws over Louis van Gaal was dat hij luchtbeveiliging had ingehuurd om het trainingscomplex van Manchester United te beschermen. De coach vreest de inzet van drones door concurrerende clubs om zijn geheime trainingen te doorgronden. Of vervelende opstootjes uit te vergroten. Het bericht komt van The Sun, en dan moet je altijd je hart vasthouden, maar het zou zomaar kunnen.

Louis is erfelijk belast met een spookhuis voor ogen. In achterdocht is deze coach generaties vooruit, en hij is zo ostentatief wantrouwig dat het hem ook weer sympathiek maakt. Bloedhond in het diepst van zijn gedachten, maar met sluier vocht in de ogen – en niet altijd van de drank.

Van Gaal is een eenmanscultuur in het voetbal, is algemeen bekend. Intrigerend enigma. Maar in de Premier League duikt ineens zware concurrentie op: zijn oude vriend/vijand Ronald Koeman is op weg naar zaligverklaring. Zowaar als tegencultuur van Van Gaal: guitig, beleefd, snoezig zelfs. Op persconferenties zelden vuur in de ogen, langs de zijlijn een enkele keer, sporadisch. Koeman is Britser dan Van Gaal, klassieker van emotionele snit ook. Hij is aardig op weg om geliefd te worden. Op de BBC hoorde ik ene Ana zeggen dat Koeman zo’n aandoenlijk boterpakje is dat je bang bent om het open te maken. Dat betekent iets in een land waar romantiek zelden boven de heupen uitstijgt.

Southampton is de smaakmaker van de competitiestart. Aan de hand van Koeman, met het raffinement van Tadic en de flair van Pellé. En met broer Erwin als strategische vazal.

Maandag is er de clash tussen Southampton en Manchester United. De Nederlandse coaches hebben er de hitte van een derby ingejaagd. Bijna Ajax-Feyenoord. Kapitaal versus arbeid, gratie versus grinta. De winnaar is de Hollandse school die eigenlijk niet meer bestaat. Of hooguit nog als een glimmende krul van het verleden.

Concepten worden nu vervangen door drones.

Ik vind het zo armoedig van Louis, dat luchtafweersysteem tegen een vliegende schotel. Niet eerder heb ik heftiger verlangd naar het wereldbeeld van de materiaalmannen Sjakie Wolfs en Gerard Meijer. Alles mooi rond, afgezoomd met strakke heroïek tussen spons en handdoek. Gekruid met hun hijgerige loopjes. Je zag altijd een hart lopen, geen benen.

Superieur aan drones, dat zeker – zij zagen alles, ook als er alleen nog een waarom was. Uitgerekend Van Gaal die zo pastoraal hoog opgeeft over de totale mens, zou van iets meer vertrouwen in zijn omgeving mogen getuigen. Meer dan in technologisch spul en bedrading. Alleen, in de geliefde volkssport is geen plaats meer voor antieke sensaties. Ik vrees de dag dat de netten niet meer zullen trillen bij een doelpunt.

Spiegelbeeld van club en tribunes definitief verbrijzeld.

Ook daarom is er in Engeland nu zoveel bewondering voor Ronald Koeman. Hij komt nog altijd met nostalgische frons naar een veredeld aardappelveld uit de dug-out tevoorschijn. Zijn glansrijke carrière in de mooiste voetbalstadions ten spijt blijft hij metafoor van houten tribunes en aangewaaide herfstbladeren tegen dranghekken.

Veel moeders in de kantine, minder WAG’s.

Ik geeft het toe: doodsbedsentiment, maar zo zitten wel talloos veel miljoenen in die door cement en marmer opgelikte stadions. Voetbalfan word je voor een sjaal, voor een shirt, voor een logo, niet voor kreeft in een skybox. Ronald Koeman is ook kreeftenman, maar zijn lichaamstaal ademt worst met rode kool.

Dat heeft Louis minder: een meneertje geworden.

Loop langs de gestuikte huizen op Old Trafford en Anfield en warme walmen van het arbeiderisme strelen je gezicht.

Ouderwets geluk.