Doe die troep toch eens weg

De veelheid aan spullen teistert moderne huishoudens. Een uit de VS overgewaaid spel zet mensen aan het schiften. „Je raakt ballast kwijt.”

Spullen die alle binnen één maand het huis van de fotografe hebben moeten verlaten.

Vier waterpijpen, drie computerschermen, een afgeknipte vlecht, een gipsen gebit, floppy’s, cd’s, kindertekeningen, toetsenborden, tientallen incomplete bordspelletjes, een houten minigitaar, harde schijven, een 3D-bril, sleutelhangers, gummetjes, een vogel van origami, vulpenvullingen, een speelgoedbouwpakketje, visitekaartjes, nooit gelezen boeken, talloze dvd’s, twee televisies en de trouwschoenen van oma.

Het is nog maar een fractie van de spullen die Milvia Luijendijk (44) en haar gezin bezitten. Hun huis, een jarendertigwoning in de Utrechtse wijk Oog in Al, heeft zoveel kamers, inbouwkasten en bergingen, dat Luijendijk zelf ook niet precies weet wat daar allemaal ligt. „Het is een organisch gegroeid zooitje” , zegt de uitvaartfotografe.

Maar dat gaat veranderen. Luijendijk doet mee aan de zogenoemde Minimalism Game, een spel waarbij je een maand lang spullen wegdoet. De regels zijn simpel: op de eerste dag van de maand, doe je één ding weg, de dag erna twee dingen, op dag drie gaan er drie dingen de deur uit… oplopend tot 31 spullen op dag 31. Zo neem je in een maand tijd afscheid van bijna 500 spullen. De spullen moeten elke dag vóór middernacht de deur uit zijn. Je mag ze weggeven, bij het vuilnis zetten of verkopen.

Luijendijk werd door haar zus uitgedaagd om mee te doen aan de Minimalism Game. „Ik zei meteen ja, het leek me wel goed om eindelijk eens op te ruimen”, vertelt ze. „Niet alleen mijn huis, maar ook mijn hoofd.” De zussen begonnen een Facebookgroep die al gauw tien deelnemers telde. Online vertellen de spelers elkaar wat ze wegdoen, waarom en vooral: hoe moeilijk het is om afstand te doen van de spullen die je al je hele leven omringen.

Koffiemok

Spullen weggeven doet pijn, bevestigt econoom Gerrit Antonides van de Universiteit Wageningen. „Zelfs als het iets is wat je gratis hebt gekregen.” Dat komt door het endowmenteffect, de meerwaarde van bezit. „Je waardeert een product meer als het van jou is. Een koffiemok in de winkel vind je twee euro waard; als je hem thuis hebt staan, vind je hem vijf euro waard”, aldus de hoogleraar Economie van Consumenten en Huishoudens. Door spullen aan te schaffen, denken mensen vaak een beetje geluk te kopen, zegt Antonides. Terwijl uit onderzoek blijkt dat materie mensen juist ongelukkig maakt. Blij worden mensen van ervaringen, vrije tijd, vriendschappen. „Je kunt dus beter een boswandeling maken dan een nieuwe auto kopen.”

Uit onderzoek naar bezuinigingsstrategieën blijkt dat mensen het liefst dingen wegdoen die weinig invloed hebben op hun levensstijl, zoals abonnementen. Als dat niet genoeg is, gaan mensen minder duur op vakantie, of ze investeren in duurzame spullen zoals een winterjas die drie jaar mee moet. De auto wegdoen, gaat veel mensen te ver, zegt economisch psycholoog Fred van Raaij van de Universiteit Tilburg, die dit onderzoek uitvoerde. „Dat is een statussymbool en staat vaak voor vrijheid en mobiliteit. Als je die wegdoet, zeg je eigenlijk: het gaat niet goed met me.”

Vandaag, op de vijfentwintigste dag van de maand, doet Luijendijk 25 spullen weg. Kinderspullen. De tekeningen, kaartjes, knutselwerkjes en babykleertjes hebben een sentimentele waarde. „Maar een deel moet toch weg, ik heb al stapels gemaakt”, zegt ze. Op zolder liggen bergen van zeker een halve meter hoog. Kleurrijke kindertekeningen in groen en geel en rood.

Luijendijk maakt foto’s van alles wat ze wegdoet. Het was een idee van een vriendin, Annemieke Zwanenburg, die zich ook bij het spel had gevoegd. „Door die foto’s neem ik makkelijker afscheid van de spullen”, zegt Luijendijk. Ze laat een foto zien van een collectie Franse poppen die ze vroeger spaarde. „Dertig jaar oud zijn die mormels. Ze zijn oud, vies en lelijk en toch was ik er ontzettend aan gehecht.”

Het minimalisme heeft volgens economisch psycholoog Van Raaij wel iets weg van het boeddhisme. „Daarin geldt ook dat wie zich onthecht van materie, gelukkig zal zijn.” De beweging zou ook gezien kunnen worden als een protest tegen deze tijd van consumentisme en materialisme. Hij vermoedt dat vooral milieubewuste hogeropgeleiden zich aangetrokken voelen tot het minimalisme. „Zij zijn eerder geneigd na te denken over hun koopgedrag. En ze hebben vaak al ervaren dat materiële dingen hen niet gelukkig maken. Zij zien een auto vaak ook niet als een statussymbool. Eigenlijk hebben ze het profiel van de Groen Linksstemmer.”

Flamingoknuffel

Inderdaad zijn het linksige types, zegt Luijendijk over de deelnemers aan the Minimalism Game. Daar kwam ze achter toen de tien deelnemers onlangs samen een dinertje organiseerden. „De meesten zijn door het spel van plan voortaan minder te kopen. Eén vrouw zei: als ik nu in de Etos sta, gooi ik mijn mandje niet meer automatisch vol.”

Door het spel ga je beseffen hoeveel onnodige dingen je bezit, zegt de fotografe. Luijendijk dacht dat ze na één maand wel door haar spullen heen zou zijn. „Maar dat was een makkie. Ik zit nu al weer in mijn vierde maand.” Ze heeft zich voorgenomen minder te winkelen – ondanks de feestmaand. Dat is beter voor het milieu, vindt ze. Maar de auto en de droogtrommel blijft ze wel gebruiken.

Wat is het hier léég!, grapt Annemiek Zwanenburg (56) als ze de woonkamer van Luijendijk binnenstapt. Aan haar voeten ligt een grote, blauwe fitnessbal. Op de piano liggen stapels papieren. Een grote, roze flamingoknuffel staat er fier naast. Uitvaartondernemer Zwanenburg doet ook mee aan the Minimalism Game. Ze eet biologisch, draagt tweedehands kleding, maar ontdekte door het spel dat ze toch nog veel spullen weg kon doen. „Je krijgt er een opgeruimd gevoel van. Je bent ballast kwijt.” Dat gevoel heeft Luijendijk nog niet: „Ik hoop daar nog te komen. Maar dat komt pas als ik moeilijke beslissingen moet nemen, denk ik. Nu heb ik gewoon nog te veel spullen staan die ik al drie verhuizingen achter me aan sleep.”

Een van de dingen waar Zwanenburg afscheid van neemt, is een stapel agenda’s en brieven. Sinds 1980 heeft ze alles bewaard. „Zoveel mooie herinneringen, als ik erin blader, komt alles weer boven.” Hoe moeilijk ook, alles gaat weg. „Door die spullen ben ik te veel bezig met het verleden. Waarom een oude brief bewaren als ik ook vandaag of morgen een aardig kaartje naar iemand kan sturen?”

Zijn Luijendijk en Zwanenburg overtuigde minimalisten geworden? „Nee joh”, zegt Luijendijk. „Ik heb gewoon een stok achter de deur nodig om op te ruimen.” De vriendinnen kunnen het spel wel aan iedereen aanraden. „Ik ben geen apostel van het spel hoor”, zegt Zwanenburg. „Maar zeg nou eerlijk: wie kan nou niet met minder dingen toe?”