Column

De wereld veranderde en Brussel lette niet op

De geopolitiek is terug in Europa. Donald Tusk beaamde het maandag in zijn eerste speech als president. Maar Europa speelt het geopolitieke spel slecht. In Oekraïne, het terrein waarop dit spel voornamelijk wordt gespeeld, heeft de Europese Unie zichzelf behoorlijk klem gezet.

De aanloop is bekend. Europa onderhandelde jaren met Oekraïne over een associatieakkoord, om toegang tot elkaars markten te krijgen. Rusland heeft er altijd tegen geprotesteerd. Oekraïne moest zijn producten en regels immers aan die van de EU aanpassen. Dus voldeden ze niet meer aan Russische regels en dreigde Rusland een vitale handelspartner te verliezen. Het claimt dat Europa onder het mom van vrijhandel Oekraïne uit de Russische invloedssfeer weghaalde om het in de Europese te trekken.

De Europeanen hebben dit altijd ontkend. Ze zeggen dat het omgekeerde het geval was: ze waren zo door de technische aspecten van het akkoord in beslag genomen – het heeft 19.000 bepalingen – dat ze de politieke dimensie nauwelijks zagen. Betrokkenen in Brussel geven toe dat dit naïef was. „De wereld veranderde en wij hadden dat niet door.”

In november 2013 weigerde de Oekraïense president Janoekovitsj het akkoord te tekenen, onder druk van Moskou. Dit leidde tot de Maidan-opstand en het omverwerpen van de regering. Westerse politici als Frans Timmermans en Carl Bildt juichten de Maidan toe. Moskou greep deze „westerse coup” aan om militair geweld te gebruiken. Het nam de Krim in en de facto een stuk Oost-Oekraïne. Het Oekraïense leger is geen partij voor het Russische. Europa helpt Kiev militair niet. Het land is nu in tweeën gedeeld; Oekraïne heeft aan de grens met zijn oostelijke provincies wachtposten gezet, alsof het een buitengrens is.

De nieuwe regering-Porosjenko is zogenaamd pro-westers. Maar ze staat alleen tegenover Poetin en moet pragmatisch zijn. Poetin dreigde met meer geweld als het associatieakkoord met de EU in zijn huidige vorm in werking zou treden. Dus ging Porosjenko met hem onderhandelen. Of onderhandelen? De Russen dicteerden hem welke van de duizenden bepalingen zij wilden schrappen of wijzigen. Op de NAVO-top in Wales, begin september, legde Porosjenko het geamendeerde akkoord aan de Europeanen voor. Zoals te verwachten hadden sommige Europese leiders er oren naar, maar anderen niet. Toenmalig commissie-voorzitter Barroso nam de enig mogelijke beslissing: het akkoord werd een jaar uitgesteld.

In nieuwsberichten over die top vind je hierover niets. Het gebeurde achter de schermen. Maar half Brussel kent het verhaal intussen. Conclusie: Rusland krijgt met militair vertoon alles wat het wil. Het associatieakkoord komt er in zijn huidige vorm niet.

In deze ‘interim-periode’ mag Oekraïne vast allerlei producten zonder heffing in Europa afzetten. Ze zijn spotgoedkoop. Franse graanboeren protesteren al. Ook hoeft Kiev zonder akkoord weinig hervormingen door te voeren. Dit stoort de Europeanen. Oekraïne is immens corrupt en door de oorlog wordt dit kennelijk erger. Tegelijkertijd moet Europa miljarden in Oekraïne gieten, om te voorkomen dat het land onderuit gaat – dat is het minste wat we voor ze kunnen doen. Poetin jaagt de EU met pervers plezier op kosten, door Oekraïne economisch en militair af te knijpen.

Europa zit klem. Een directe confrontatie met Rusland is uitgesteld, niet afgewend. We hebben in Oekraïne verwachtingen gewekt die we niet kunnen waarmaken – behalve misschien met héél veel geld, maar dat hebben veel Europese landen niet meer. Intussen zijn er voortdurende Russische provocaties in het Europese luchtruim, sponsort Poetin extreem-rechts in heel Europa en wil hij Servië buiten de EU houden. Zou Donald Tusk ideeën hebben om Europa uit deze benarde positie te halen? Dat zou bijzonder welkom zijn.