De sidderaal verlamt zijn prooi met een stroomstootwapen

Foto Kenneth Catania

Dat de sidderaal en het visje elkaar indringend aankijken, is schijn. Nog een paar milliseconden, dan slobbert de sidderaal het visje naar binnen. Het is verlamd door de stroomstoten die de sidderaal zojuist op hem heeft gericht. Takkerdetakkerdetak, en dat een keer of honderd in een fractie van een seconde. Een sidderaal kan een spanning van 500 volt opwekken. Daar is geen visje tegen bestand, in het modderige water van tropische Zuid-Amerikaanse rivieren zoals de Amazone. Daar leeft de sidderaal (Electrophorus electricus). Hij is geen familie van de paling, maar van een groep Zuid-Amerikaanse mesvormige vissen (Gymnotiformes). Die oriënteren zich allemaal met zwakke elektrische pulsen. De sidderaal doet dat ook, maar hij jaagt als enige met sterke, dodelijke elektrische pulsen.

Ken Catania van Vanderbilt University in Nashville (VS) publiceerde gisteren in Science hoe de sidderaal met zijn stroomstoten een prooi „op afstand bestuurt”. De sidderaal laat met zijn pulsen de spieren van een vis maximaal aanspannen. Daardoor kan het dier zich niet meer bewegen. Catania mat het in vissen (waarvan hij eerst het brein wegsneed) die hij fixeerde in een aquarium waarin een sidderaal zwom.

Soms was een sidderaal zijn prooi kwijt. Dat bleek het dier op te lossen met een speciaal type elektrische puls. Als de sidderaal slechts twee pulsen achter elkaar afvuurde, begon de verstopte vis te schokken. Zo verraadde de prooi zich. Zo’n tijdelijk geschokt visje zwemt snel weg, maar vaak te laat – de sidderaal stuurt zijn elektrisch mitrailleurvuur er vrijwel meteen achteraan. Sidderalen eten ook kreeften en grote wormen, maar hoe ze die ‘besturen’ is niet bekend. Catania mailt: „Er is geen enkel onderzoek naar wat ze in de natuur het meest eten. Dat moet echt iemand doen.”