De man die in zaaltjes laat zien dat er nieuwe ruimte op rechts is

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Joram van Klaveren, Geert Wilders en de ideologische oorlog op rechts. Ofwel: wat als PVV en VVD de verrechtsing van Nederland over het hoofd zien?

Woensdagavond belandde ik in een bovenzaaltje van een eetcafé in Den Haag, dat Pavlov bleek te heten. Het was op het Spui tegenover het stadhuis, dat de Haagse binnenstad in de avondschemering een wereldse allure gaf.

In Pavlov kwam de lokale afdeling van de JOVD bijeen, liberale jongeren gelieerd aan de VVD. Je hoefde er niet lang te luisteren om te begrijpen dat je hier eigenlijk vaker moest komen: ooit bracht deze JOVD-afdeling een jongen voort, Rutte, die het al vier jaar volhoudt als premier.

De JOVD was veranderd. Dasdragende heertjes als in de jonge jaren van Wiegel en Nijpels vormden nu een marginale minderheid. Dit avondje, ik schat een man of dertig, werd gedomineerd door twintigers in trui, T-shirt en soms een jasje. En hun vragen, dit was het interessante, hielden zelden verborgen waar zij het politieke avontuur zochten: op rechts. Meer precies: rechts van hun moederpartij, de VVD.

Je zag het ook aan de beroepspoliticus die ze hadden uitgenodigd. Het was niet Sander Dekker, de getalenteerde VVD-staatssecretaris van Onderwijs. Het was geen jonger VVD-Kamerlid. Geen lokale crack uit eigen gelederen. Neen, het was Joram van Klaveren (35), de oud-PVV’er die sinds een half jaar met Louis Bontes, een andere oud-PVV’er, een eigen partij vormt – Voor Nederland (VNL).

In een discussie van twee uur positioneerde Van Klaveren zich rechts van de VVD („de Kamer bestaat uit 148 socialisten en wij”), en wist het zaaltje probleemloos om zijn vingers te winden.

Net als de JOVD, vertelde hij, prefereerde zijn partij een vlaktaks (één belastingtarief voor alle burgers). „Maar de VVD geeft niet thuis.”

Net als de JOVD wilde hij ruimere vrijheid van meningsuiting. „Rutte had een Vrijdenkersruimte in de Kamer”, smaalde hij. „Nu is het een bezemkast.”

Het avondje leerde me hoe ingewikkeld en onvoorspelbaar de rechterflank van de politiek zich ontwikkelt. Op links, vooral in de PvdA, werken ze gestaag door aan de eigen ineenstorting (zie ook: Samsom, De Telegraaf). Het maakt de toestand op rechts natuurlijk niet minder relevant.

De VVD loopt zichzelf steeds vaker in de weg. Regeren met de PvdA maakt de partij, ook intern, kwetsbaar voor het verwijt dat ze te veel naar links buigt. In de campagne voor de verkiezingen in provincies (maart) en Eerste Kamer (mei) moet de partij inspelen op het gevaar dat kiezers aan alle kanten – CDA, D66, PVV – weglopen.

Dinsdagmiddag was er in de achterkamers een tekenend momentje. Tot dan liet de VVD, gevraagd voor vier tv-debatten met partijleiders in maart, in het midden of leider Rutte daaraan meedeed. Hij moest ook de coalitieverhoudingen bewaken. En de VVD staat bekend om een voorkeur voor korte campagnes met weinig debatten, zodat Rutte boven de partijen kan zweven. Maar toen de hoofden voorlichting op de kamer van de VVD-woordvoerder bijeenkwamen (de PVV stuurde Kamerlid Bosma), bleek de VVD-tactiek veranderd: Rutte, zei de VVD, doet mee aan drie van de vier tv-debatten. Méér zullen het er niet worden, bezwoer de partij – maar de andere woordvoerders wisten genoeg: de groei van de PVV in de peilingen heeft de VVD op andere gedachten gebracht, concludeerden ze.

De PVV heeft intussen eigen sores – die buiten de publiciteit blijven, maar niet minder beklemmend zijn. Intern loopt Wilders op eieren omdat er te veel kandidaten voor de Senaat zijn. Het bekende PVV-probleem: politici die hun werk verloren door deeltijdfuncties als PVV’er, zoeken wanhopig naar meer PVV-functies om hun vaste lasten te kunnen betalen.

Wilders heeft alle sollicitanten gewogen – in een commissie met Tweede Kamerlid Madlener en fractievoorzitter Faber van de senaat – en moet dezer dagen knopen doorhakken. Alweer moet hij mensen teleurstellen – met alweer gevaar voor nieuwe dissidenten.

Hij heeft ook meevallers: van de zittende senaatsfractie, zeggen PVV’ers, heeft in elk geval Rotterdammer Ronald Sörensen, oud-strijdmakker van Pim, laten weten dat hij stopt. „Ik wil de politiek uit mijn hoofd zetten”, vertelde hij me deze week.

Maar andere rechtse partijen hikken vooral tegen de groeiende ambivalentie van de PVV aan. Een rechtse partij kun je de PVV niet meer noemen: Wilders is met de SP de vurigste verdediger van de klassieke verzorgingsstaat; ruim links van de PvdA.

Tegelijk wordt de PVV radicaler inzake allochtonen en islam: in maart ‘minder Marokkanen’, vorige week alle moskeeën dicht. Ook commentatoren van rechtse media – na De Telegraaf deze week Elsevier – hebben het helemaal gehad met Wilders’ verplatting op dit punt.

Interne onvrede hierover, die opnieuw sluimert, bestaat al jaren: het vertrek van Bontes en Van Klaveren was er mede het gevolg van. Het probleem van zijn oude partij, zei Van Klaveren me deze week, is als volgt: „Geert doet links maar is rechts. Bosma doet rechts maar is links. Het enige dat hen bindt zijn slogans.”

Nu was het verleidelijk Bontes en Van Klaveren te zien als een zoveelste afsplitsing – goed bedoeld, weinig kans. Maar de weerzin van rechtse media tegen de PVV en zo’n Haags JOVD-avondje kon je ook interpreteren als illustratie van iets anders: dat partijen een gat op rechts lieten vallen. En zo de verrechtsing van Nederland, zeker onder jongeren, over het hoofd zagen.

Het interessante aan Van Klaveren, als je met hem doorpraatte, was dat in hem een doorwrochte conservatief schuilging. Een christelijk georiënteerde man, aardig en mild, die uitlegde dat hij „het mensbeeld van de Verlichting niet kan delen”.

Het eeuwenoude geflirt met ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ had „geleid tot een zielloos vooruitgangsgeloof”. Alsof je „de geneigdheid tot het kwaad uit de mens kunt verwijderen door systemen te bouwen”. Het had ook de Nederlandse politiek geïnfecteerd, dacht hij. Zozeer dat zelfs CU en SGP een klap van de linkse molen hadden gekregen „met hun geloof in ontwikkelingshulp”.

Terwijl partijen pas effectief waren als zij de menselijke zwaktes onder ogen kwamen. „De vraag is”, zei hij, „creëren we een barbaar met kernbommen? Ik vrees het. Alleen als je dit durft te zien, kun je er misschien iets aan doen.”

Hij had in zijn leven vele „linkse illusies” voorbij zien komen. Als kind groeide hij op in „de multiculturele Bijlmer”. Als tiener in Almere lag hij bij „een linkse leraar” onder vuur om zijn hoge cijfers. Als student op de VU (godsdienstwetenschappen) waren zijn docenten „cultuurrelativisten zonder affiniteit met Abraham Kuyper”. En als vers VVD-raadslid (26) in Almere kwam partijgenote Annemarie Jorritsma „op de fractiekamer eisen dat ik mijn standpunt introk”. Kort daarna werd hij nog als VVD-talent gescout – waarna hij op de VVD afknapte na een bezoekje aan Rutte, „die net zo goed van D66 had kunnen zijn”.

Hierop ervoer hij in de PVV – vanaf 2009 als medewerker van Martin Bosma, vanaf 2010 als Kamerlid – hoe principeloos politiek was. Intensief werkte hij mee aan Bosma’s boek De schijn-élite van de valse munters (2011), waarin de PVV-ideoloog de ultralibertaire Ayn Rand én de sociaal-democraten van DS70 verheerlijkte. „Niet logisch natuurlijk.”

En dat Bosma, ondanks zijn kritiek op ‘linkse multiculturalisten’, zijn eigen verleden – tot en met 2002 directeur van een multiculturele radiozender – onvermeld liet, „dat was natuurlijk ook apart”.

Hoe dit ook zij, nu is hij vrij. Met maatje Bontes kan hij zeggen wat hij vindt. Privatiseer het hoger onderwijs, saneer de verzorgingsstaat, breng belastingen dramatisch omlaag, investeer in defensie en veiligheid, individualiseer de ziektepolis en het pensioensparen; al die standpunten rolden nu, heerlijk was dat, zomaar uit zijn mond.

Hij beriep zich op een enquête van De Hond, die een ‘potentie’ van tien zetels voor VNL mat. Zelf zou ik nooit afgaan op zo’n enquête, zeker niet van De Hond. Ook wist je niet of Van Klaveren wervelend genoeg was. In gesprekken reeg hij woorden vaak toonloos aaneen, in zinnen zonder interpunctie of nadruk. Evengoed kon hij op tv soms sterk overkomen. Voor hem en Bontes stond ook niet vast, zei hij, dat een van hen lijsttrekker werd. Dus of Joram van Klaveren zelf de ruimte op rechts ging vullen, leek me niet zeker. Zijn Haagse invloed leek me vooral dat hij bezig was aan te tonen dat die nieuwe ruimte er lag.