De digitale Sint

Het televisienieuws meldde afgelopen week dat Sint-Nicolaas dit jaar weinig of niet van de crisis te lijden had. Als bewijs daarvan zagen we beelden uit de inpakafdeling van een paar grootwinkelbedrijven. Met fanatieke energie was het personeel bezig uw cadeautjes in te pakken. Honderden dozen en doosjes werden op de lopende band gezet. Alles was via internet besteld, en, verzekerde de nieuwslezer, het zou allemaal op tijd worden bezorgd.

We hebben een halve burgeroorlog over de kleur van Zwarte Piet achter de rug, maar goed beschouwd is het een achterhaalde strijd. Sinterklaas is bezig digitaal te worden en dat proces is bijna voltooid. Ik vroeg me af of er bij die pakjes op de lopende band ook gedichtjes waren. Waarschijnlijk nog niet. Dat is de volgende fase. Bij het kopen van de cadeautjes lever je een briefje in, of je tikt het in het scherm naast je bestelling, met persoonlijke bijzonderheden over de ontvanger. Het warenhuis heeft een poëziemachine die deze feiten tot rijmende regels verwerkt. De nieuwe Digisint is voltooid, en daarmee is weer een fase in de volgende generatiekloof bevestigd.

Mijn Sint-Nicolaas en Zwarte Piet zijn van voor de oorlog. Ik was geen liefhebber van die twee heren. Ze kwamen op school, spraken met een gemaakte zware stem, vroegen of we braaf waren geweest, dreigden met de zak. Aanstellers. Maar ’s avonds veranderde het feest. Dan kwamen de pakjes en daarover heb ik nooit te klagen gehad. Ik had een elektrische trein, Märklin, spoor 00. De fabriek had een catalogus die ik raadpleegde zoals een gelovige dat met de Bijbel doet. Daar waren de plaatjes van al het begerenswaardige. Op mijn verlanglijstje stonden twee wissels en een locomotief. Ik kreeg ze van de Sint.

In die tijd woonde ik in Rotterdam. Daar waren drie speelgoedwinkels: Meijer & Blessing aan de Blaak, Hessels in het Hang en Sinderam in de Passage. Alle drie door Duitse bommen in puinhopen veranderd. Voor mij waren het tempels. Ik kreeg belangstelling voor stoommachines. Die waren er ook in soorten en maten. Toen ik een jaar of acht was kreeg ik van Sinterklaas een oscillerend machientje, met een staande ketel en een heen en weer bewegende cilinder. Een nogal kinderachtig ding vond ik het. En daarna op mijn verjaardag de echte machine, met een liggende ketel, zuigerstang, drijfstang, krukas, excentriekschijf en stoomschuif. Het water in de ketels van al die machines wordt op het kookpunt gehouden met een spiritusbrander. Ik heb nog één stoommachine, later gekocht. Eén keer per jaar stel ik dit wondertje in werking. Het blijft een goddelijke ervaring.

Andere jongens speelden met soldaatjes. Die stonden in de houding, marcheerden, zaten achter een mitrailleur, gooiden een handgranaat en dat bleven ze doen, ten eeuwigen dage. Er zat geen beweging in. Dan zag ik nog meer in een blokkendoos waarmee je van alles en nog wat kon bouwen. Na de oorlog kwam Lego. Ik was te oud geworden om te spelen, ik gaf mijn kinderen Lego en ik mocht meedoen.

Een paar jaar geleden kwam ik langs een winkel van Intertoys. Naar binnen en zorgvuldig rondgekeken. Waar staan de stoommachines, vroeg ik aan een dame achter de toonbank. Ze keek verbaasd, alsof ze het woord voor het eerst hoorde. Die hebben we niet. Ik ging verder op mijn inspectie. Het grootste deel van de winkel leek bezet door poppen en poppetjes, die allemaal keken als Mickey Mouse. Lachend, met grote ogen, guitig. De Mouse, een schepping van Walt Disney, is geboren in 1928. In 1934 kwam Donald Duck ter wereld. Zelfde vader, en ook erfelijk belast met die guitige chromosomen. De revolutie viel niet meer te stuiten. In de jaren zestig hebben de twee helden een wereldfanclub gekregen.

Ik heb die winkel nog even verder geïnspecteerd. Ja, een geweldige hoeveelheid speelgoed, autootjes, wiegjes en ook veel poppen en dieren met een soort menselijk gezicht. Ze hadden allemaal iets guitigs. Ik wist genoeg, ik ging met de tram naar huis. Deze tram zat vol met kinderen, pubers. Het was er opvallend stil. Ze waren allemaal druk bezig met kleine apparaatjes, zaten te essemessen, een filmpje te bekijken, in ieder geval iets digitaals te doen. En thuis gingen ze niet met hun stoommachine spelen. Ik zat daar in een diepe generatiekloof.