De beste wetenschap is autonoom en bewaart een kritische distantie

De Wetenschapsvisie 2025 wil burgers inspraak geven in welk wetenschappelijk onderzoek en wil het bedrijfsleven een nog grotere rol geven in het opstellen van een ‘nationale wetenschapsagenda’. Het verlies voor de democratie zal echter groter zijn dan de winst.

Onderzoek moet een relatie hebben met de problemen van mensen en de samenleving. Maar is de huidige wetenschap echt zo ver verwijderd van de maatschappelijke belangen als de overheid ons wil doen geloven?

Willen onderzoekers participeren in het wetenschappelijke debat (en dat is hun werk), dan zullen ze bij elke publicatie en congresbijdrage worden gevraagd naar de relevantie van hun onderzoek. En welke onderzoeker wil er nu irrelevant onderzoek doen?

Daarbij, de wetenschap en universiteiten zijn niet alleen bronnen van kennis, ze bieden ook kritische perspectieven op de samenleving. Dat is belangrijk. Achter het ‘gezonde politieke verstand’ en de instituties die de samenleving op basis van dit gezonde verstand vormgeven, zitten vaak aannames die nadelig kunnen uitpakken voor minderheden, bijvoorbeeld vanwege onbewuste discriminatie. Academische vrijheid is van belang, want dan kunnen argumenten worden geleverd om een situatie te veranderen. De wetenschap moet veel kritische kennis produceren.

Dit kan niet als onderzoekers steeds op opdrachten van buiten moeten reageren. Universiteiten zijn geen denktanks die alleen op politieke en economische bestelling werken. Kritische en veelzijdige kennisvergaring is een bouwsteen van de democratie. De nieuwe wetenschapsvisie van minister Bussemaker schoffelt deze belangrijke democratische functie verder onderuit. Een autonome wetenschap die een kritische distantie bewaart, kan bijdragen aan de strijd van minderheden om economische en politieke erkenning. Dat heeft de geschiedenis wel uitgewezen. En vooral ook: een vrije wetenschapsbeoefening garandeert de kritische problematisering van vaste veronderstellingen over de wereld om ons heen.