‘Bram zei dat ik z’n leven redde’

Hij spreekt. Want hij pikt het niet dat Bram Moszkowicz zegt dat hij liegt. „Bram vroeg of ik Jort Kelder een pak rammel wilde geven.”

Foto ANP

In de wereld van antieke klokken kent iedereen de 50-jarige Donald G. uit Amsterdam. Want Donald G. is een specialist in het restaureren van de buitenkant van vergulde klokken. Als hij erover vertelt, spreekt een liefhebber. Donald G. kan een klok zo oppoetsen dat die er weer als nieuw uitziet. Nee, hij brengt er geen nieuw goud op aan. Te duur. Hij heeft „een soort mengsel” waarmee hij het goud dat nog op de klok zit als het ware weer gelijkmatig kan verdelen, een soort verdunnen en uitsmeren.

Een paar jaar dreef hij zijn handel vanuit een winkel aan het Waterlooplein in Amsterdam. Maar daar is hij een jaar of tien geleden mee opgehouden. Telkens kwamen er mensen langs die hem „effe vijf minuutjes” wilden spreken, vertelt Donald. Waar die gesprekken over gingen? Donald G. lacht. „Tja, gewoon, dingen.”

Want in Amsterdam heeft G. een heel andere reputatie. Zijn naam staat in het rijtje bekende onderwereldfiguren. Willem Holleeder, Dino S., de vermoorde Stanley Hillis, prominente leden van de Hells Angels, wapenhandelaar Mink Kok. G. doet er niet moeilijk over. Hij kent ze allemaal en sommigen zijn vrienden van hem. Geboren in de Amsterdamse Watergraafsmeer groeide hij op met veel van deze jongens.

Zelf werd G. de afgelopen twintig jaar ook een paar keer opgepakt. Voor de moord op Jaap van der Heijden bijvoorbeeld. De drugshandelaar werd in 1993 in Alkmaar opgeblazen met een bom die aan zijn voordeur hing. Donald G. werd er ruim twaalf jaar na dato voor aangehouden, in 2005. Het leidde niet tot een zaak.

Deze zomer ging het wel verkeerd. G. werd tot 30 maanden cel veroordeeld wegens afpersing en witwassen. Donald G. – Don voor intimi – verbouwde een winkel van een collega. „Dat had ik niet moeten doen.”

Door deze zaken leerde hij advocaat Bram Moszkowicz kennen. En met hem heeft hij nu een conflict. Niet per se omdat de voormalig advocaat weigert 35.000 euro aan hem terug te betalen die hij had uitgeleend. Zijn vrienden hadden het al gezegd: als je hem geld geeft, weet je dat je het kwijt bent. Nee, G. is kwaad omdat zijn voormalig advocaat Moszkzowicz hem neerzet als een leugenaar. Deze week ontkende Moszkowicz op televisie dat hij geld had geleend van G. Daar is G. heel verbolgen over. „Ik heb hem geholpen. Zonder mij had hij niet meer rondgelopen.”

Daarom wil G. nu zijn kant van het verhaal vertellen.

Ik heb een goede advocaat nodig, dacht G. toen hij in 2005 werd opgepakt. „Via vrienden kwam ik bij Moszkowicz.” Maar hij kwam hem niet zelf opzoeken op het politiebureau in Utrecht waar hij vastzat. Hij stuurde een kantoorgenoot. „Die zei direct dat Bram eerst 25.000 euro nodig had. Ik zei dat hij maar vrienden van me moest bellen. Dan kwam het goed.” Blijkbaar had de advocaat zijn vrienden gebeld, want een paar dagen later kwam hij langs. „Het eerste dat hij zei was dat hij het geld nog niet had. Een vriend van me heeft uiteindelijk het geld gebracht. Contant.”

G. werd niet vervolgd in deze zaak. Maar van die 25.000 euro kreeg hij niets meer terug. Hij liet het gaan. „Ik wist dat een strafzaak veel geld kostte, dus dacht dat het wel goed was. Bovendien was ik na twee weken vrijgelaten. Daar was ik blij mee. Voor hetzelfde geld blijft zo’n zaak jaren aan je pan hangen.” Het is exact wat andere voormalige cliënten ook vertelden in de tuchtzaak tegen Moszkowicz vorig jaar, waarin hij uiteindelijk uit zijn ambt werd gezet. Ze moesten voorschotten contant aan de advocaat geven. Een urenspecificatie kregen ze niet, geld terug evenmin.

Na deze zaak groeide het contact tussen Moszkowicz en G.. Af en toe belden ze. „Dan kletsten we over andere klanten. Dat soort dingen.” Hij kwam ook nog wel eens bij Moszkowicz op kantoor.

Daarna, het moet ergens in 2007 zijn geweest, kreeg hij van Moszkowicz een merkwaardig verzoek. Zijn raadsman had zo’n last van journalist Jort Kelder. Die had hem maffiamaatje genoemd. G.: „Bram kon er niet van slapen en vroeg of ik hem ‘een pak rammel’ wilde geven. Dat heb ik geweigerd.” Het is een niet te controleren beschuldiging. Twee vrienden van G. verklaren dat hij dit indertijd ook tegen hen heeft verteld.

De volgende keer dat Moszkowicz om hulp vroeg, lag het anders. Moszkowicz had ruzie met Stanley Hillis, een van de bazen in het milieu die in 2011 werd geliquideerd. „Bram had tranen in zijn ogen toen hij vertelde dat Hillis hem zocht”, vertelt G. „Of ik met Stanley wilde praten, ik was immers bevriend met hem. Hillis vertelde dat Moszkowicz fouten had gemaakt, afspraken niet was nagekomen en vrienden had benadeeld. Toen ik Bram vertelde dat Hillis het erbij liet zitten, zei hij dat ik zijn leven had gered.”

G. heeft Moszkowicz, die in 2007 zo werd bedreigd dat hij naar een beveiligde plek moest worden gebracht, nog een paar keer geholpen. Moszkowicz had meer cliënten die niet tevreden met hem waren. Maar er was nog iets anders. Hij had geldproblemen. „Hij vroeg me op een gegeven moment of hij 25.000 euro kon lenen omdat hij de salarissen van zijn personeel niet meer kon betalen”, aldus G. „Nou, dat heb ik gedaan. Een paar dagen later bracht ik die 25 mille op kantoor – in briefjes van 20 euro, een hele plastic tas vol.”

Een vriend van G., die niet met zijn naam in de krant wil, bevestigt de transactie.

Daarna leende G. aan Moszkowicz nog eens 10.000 euro. „Nu omdat zijn dochter ziek was en hij de rekening niet kon betalen.” Dat vindt Donald G. nog het ergste. „Eerst zeuren over zijn dochter en nu net doen alsof het niet waar is.”