‘Bij ons wordt het nooit een kabbelend beekje’

Ilse (34) en Niels Valks (38) kennen elkaar van hun werk bij Manpower. Hij is van de lijstjes, zij is impulsief. Allebei zijn ze haantjes. „In het begin was het even knokken wie het alfamannetje is.”

Foto David Galjaard

‘Stiekem mailen tijdens werktijd’

Ilse: „We kennen elkaar negen jaar en we zijn ruim vijf jaar samen.”

Niels: „Wij zijn nog steeds collega’s.”

Ilse: Toen we begonnen werkten we allebei bij Vitae in Utrecht, dat heet nu Experis. Zakelijk gezien hadden we niet echt met elkaar te maken.”

Niels: „Maar Vitae was best een hechte club: vrijdagmiddagborrels en afspreken in het weekend. Toen kwamen de festivals: Dance Valley, Awakenings, Lief.”

Ilse: „Lief, daar is het eigenlijk begonnen. In Utrecht in 2009.”

Niels: „Als je de eerste zoen meerekent.”

Ilse: „We hebben het best snel aan iedereen verteld, ook omdat we geen roddels wilden. Stiekem mailtjes naar elkaar sturen, dat deden we wel, maar we gingen nooit bij elkaar aan het bureau staan.”

Niels: „We deden liever afstandelijk.”

Ilse: „In het begin was dat een beetje gek. Vooral toen we samenwoonden in Amsterdam. Zit je met je broodpakketje naast elkaar in de auto en op kantoor is het, ‘zie je vanavond!’”

Niels: „Vitae was een beetje sekte-achtig in die tijd, ook heel prestatiegericht. Je had een lijst met de mensen die de meeste omzet binnenhaalden en daar hoorden wij bij. We zijn allebei haantjes.”

Ilse: „We hebben weleens moeten knokken wie nou het alfamannetje of het alfavrouwtje is. We hebben daar nu een goede modus voor gevonden, maar het zal bij ons nooit een kabbelend beekje worden.”

‘Targets, ook in het weekend’

Niels: „Ilse is meer op de kinderen gericht, ik ben van het opruimen en de was. Ik moet lijstjes afwerken. Targets ja, ook in het weekend.”

Ilse: „Niels is geordender dan ik.”

Niels: „Op zaterdag wil ik doen wat ik me heb voorgenomen.”

Ilse: „Ik ben ook doelgericht, maar ik besteed mijn vrije tijd liever door iets met de kinderen te doen. Hij heeft een lijst in Excel met taken of hij vinkt het af op zijn telefoon. Van het dak repareren tot een broek korter laten maken.”

Niels: „Niet in Excel, wel op mijn telefoon.”

Ilse: „En ik ben meer van…”

Niels: „Alles loslaten, het huis het huis laten en gewoon gaan.”

Ilse: „Ik ben wat impulsiever.”

Niels: „Dat botste vroeger. Dan moest ik op zaterdag mee ‘leuke dingen doen’. Terwijl ik gewoon dingen wilde doen waar ik de rest van de week niet aan toekom. Ik ben ook wel een gadgetfreak, altijd op zoek naar het nieuwste. Er zit nu een sensor op de deur bijvoorbeeld, als hij opengaat, dan wordt dat geregistreerd.”

Ilse: „Alles wordt hier gefilmd, haha.”

Niels: „Ik word gedreven door techniek en digitalisering. Daar kan ik uren mee zoet zijn. Ilse snapt dat niet.”

Ilse: „Aan de ene kant is het fijn. Maar soms zit ik met vijftien afstandsbedieningen en dan kan ik de tv niet aankrijgen.”

‘Het is mama en mammie’

Ilse: „Als Niels om acht uur naar Diemen gaat, start ik thuis op. Ik heb geen vaste werkplek meer. Maar omdat ik het lekker vind met collega’s om me heen, zit ik ook vaak in Amsterdam.”

Niels: „De kinderen zitten op school of bij de opvang.”

Ilse: „Of bij Joyce, de moeder van Nikki. Ik spreek haar bijna dagelijks.”

Niels: „In het begin ging het niet zo soepel, maar nu denk ik weleens: ben ik nog in beeld?”

Ilse: „Ze was bij wijze van spreken beledigd dat ze er tijdens dit interview niet bij zit. In het begin was het voor alle partijen wel wennen. Ik was 28 en dan zit je ineens met het kind van een ander in huis. Voor de moeder van Nikki was het ook wel lastig. Maar ook omdat Nikki nog zo klein was, anderhalf, is de band snel hecht geworden. Nikki zegt nu dat ze twee mamma’s heeft.”

Niels: „Het is mama en mammie.”

Ilse: „Ik ben mammie. Vorig jaar met het kerstdiner hebben we allebei geholpen met het versieren van de klas. De sinterklaasintocht doen we ook samen.”

Niels: „Mooi hè?”

‘Ik ben een prepper, een horder’

Ilse: „Rond half zes haal ik Nikki op, dan race ik langs de supermarkt en haal ik Anna Bobbie op bij het kinderdagverblijf. We hebben wel een standaard rolpatroon hè? Ik kook en doe de boodschappen.”

Niels: „Nou, jij doet de dagelijkse boodschappen. Ik ben meer van het voorraden aanleggen. Ik ben een prepper.”

Ilse: „Ik wil gewoon mijn werk uitrijden en dan denken: waar heb ik zin in?”

Niels: „We hebben eens in de twee weken een schoonmaakster en ik ben degene die het bijhoudt. Stofzuigen, het toilet.”

Ilse: „Dat doet hij ook op zaterdag als ik weg ben, ideaal dus.”

Niels: „Ik word er gewoon rustig van.”

Ilse: „Voor jou is het ook een manier om je hoofd leeg te maken.”

Niels: „Ja, in plaats van sporten.”

Ilse: „Vroeger ging ik nog weleens chagrijnig helpen. Dan werd Niels geïrriteerd.”

Niels: „Jullie zijn altijd lekker aanwezig, zeker straks met de derde erbij. Dan gaan we het tuinschuurtje leegtrekken. Ik moet een man cave hebben.”