Toyboy

Niet leuk voor de man zelf, maar ik hoop echt dat het item van PowNews – waarin Onno Hoes, burgemeester van Maastricht, met verborgen camera gefilmd wordt terwijl hij het aanlegt met een twintigjarige jongen – wordt opgenomen in de leerstof van alle opleidingen journalistiek, en die van de studies media, sociologie en politicologie. Waarom? Omdat het meer dan leerzaam is. Nergens zie je beter hoe moraal gebruikt wordt om anderen te vernederen.

Want dat was het ranzigste: niet de versiertrucs van Hoes, zelfs niet het voyeurisme waarbij gelachen kan worden om een oudere man die met jong vlees in de val gelokt wordt (al vermakelijk sinds Boccacccio), maar de vette saus van moraal waarmee het geheel gerechtvaardigd wordt – niet alleen door de toyboy zelf, die aan De Telegraaf mocht uitleggen dan hij zeker geen sletje was, maar een maatschappelijke misstand aan de kaak wilde stellen, maar ook door de makers, in dienst van de publieke omroep, die hun gevalletje seksuele uitlokking brachten alsof het Watergate was.

Zo gaat dat. Iedereen deugt in Nederland, dus als je iets doet waar je je eigenlijk voor schaamt, verzin je er een hoger belang bij. Het kan PowNews helemaal niets schelen wie Hoes probeert te bespringen. Maar de kans om een man zichzelf belachelijk te zien maken, de macht een toontje lager te laten zingen, dat is te mooi om te laten lopen. Zo kun je de ene week de minister-president in verlegenheid brengen door te vragen of hij nog geneukt heeft en de volgende een politicus aan de schandpaal nagelen omdat hij te graag wil neuken.

Moralisme zonder moraal. Fatsoensrakkerij zonder fatsoen.

Waarom wordt moraal vooral gebruikt om anderen te veroordelen, het eigen straatje schoon te vegen, anderen als onverbeterlijk te brandmerken? Over het internet en de sociale media wordt altijd gezegd dat het onze onderbuik zichtbaar maakt, waarbij gesuggereerd wordt dat we onze laagste instincten ruim baan geven. Maar surf een half uurtje en je treft vooral een hysterisch moralisme aan – ontzetting over de schandelijke opvattingen van anderen, een eindeloos tikken op de vingers van de politiek-correcten of de niet-politiek-correcten, veroordelingen van racisten of antiracisten. Allemaal voor een betere wereld natuurlijk – hoewel die, gek is dat, almaar slechter lijkt te worden.

Het is een vreemde opvatting van moraal – dat je zelf beter wordt door anderen slecht te vinden. Je zag het in de uitbarsting van PvdA-leider Diederik Samsom tegen verslaggevers van De Telegraaf deze week: „Ik ben ook maar een mens. Ik ga iedere dag naar mijn werk om het land beter te maken!”

In zijn tirade klaagde Samsom dat het in politiek Den Haag steeds maar over de persoon gaat en niet over de inhoud. Dat zou een terechte klacht kunnen zijn, maar niet uit de mond van een man die op hetzelfde moment als persoon zielig gevonden wil worden, die in toespraken zijn kinderen naar voren schuift en nadat hij zijn fractie niet bijeen weet te houden snel op tv komt vertellen hoe „doodeng” hij het vond, wat het ene fractielid daar tegen het andere zei.

Dat is moraal als toyboy. Je stoeit ermee zolang het lekker is. Zolang hij maar niet bij je intrekt.

Deze week waarschuwde de voorzitter van de branchevereniging van Zorgverzekeraars, André Rouvoet, zijn eigen leden dat ze niet de randen van wet moesten opzoeken. Bij wet moeten de zorgverzekeraars iedereen aannemen, maakt niet uit hoe oud of hoe ziek, maar in de praktijk wordt een weinig subtiel ontmoedigingsbeleid gevoerd – jongeren en hoogopgeleiden wordt het gemakkelijk en aantrekkelijk gemaakt zich te verzekeren, laagopgeleiden, ouderen en zieken worden opzettelijk de administratieve jungle ingestuurd. Kortom, de moraal van het zorgstelsel wordt slechts met de mond beleden.

Rouvoet was als politicus betrokken bij het tot stand komen van de Zorgverzekeringswet. Nu hij de verzekeraars vertegenwoordigt verwacht je, cynisch en murw, een praatje voor de vaak, een handige rechtvaardiging van het eigenbelang. Nee. Rouvoet: „Ik heb destijds gezegd dat het bewaren van solidariteit van het grootste belang is voor het stelsel en dat vind ik nog steeds nu ik voorzitter ben van de branchevereniging van zorgverzekeraars. Als we de solidariteit verliezen, verliezen we het stelsel.”

Amen.