Bange vis wordt een gifballon

Illustratie Irene Goede

Een kogelvis weet zelf vast niet dat hij zo grappig is. Als hij schrikt (meestal omdat een roofvis hem wil opeten) zwelt hij op tot een stekelige bal. Plop! De kogelvis in Finding Nemo verandert zo plotsklaps in een ballon. Het lijkt wel alsof hij z’n adem inhoudt, zoals jij doet als je je wangen bol maakt. De kogelvis in de film is opeens zo dik dat hij hulpeloos wegdrijft.

Van zo’n kogelvis krijg je zin om elke dag te snorkelen in de warme zee in de tropen. Daar leven meer dan honderd soorten van die mooie, gekke vissen. Ze zijn nogal sloom, maar toch durven roofvissen ze niet op te eten.

Opgeblazen kogelvissen zien er raar en onhandig uit, en ze zijn ook nog eens verschrikkelijk giftig. Als een hongerige roofvis een opgeblazen kogelvis ziet, verliest hij meteen zijn eetlust. De kogelvis moet zijn baltruc natuurlijk wel even volhouden, en dat kan ie. Wel tien minuten.

Maar... houdt een kogelvis dan al die tijd zijn adem in? Nee. In het water is geen lucht, dus kan een vis zichzelf ook niet met lucht opblazen. Hij heeft niet eens longen, maar kieuwen. In Finding Nemo hebben ze dus een beetje gejokt.

Kogelvissen zwellen op door heel snel water op te happen. Ze hebben er een speciale maag voor die op een ballon lijkt. Het opzwellen is ook geen kwestie van poef. Het duurt een paar tellen.

Toch waren biologen in Australië niet helemaal tevreden met die uitleg. Ze vroegen zich af of een kogelvis niet tóch zijn adem inhoudt, op zijn eigen manier. Vissen ademen door water langs hun kieuwen te laten stromen. Als al dat water in de maag moet blijven zitten, lukt dat dan nog wel?

Toen de biologen het precies bekeken in hun aquarium, bleek het mee te vallen. In een lab ademden de opgezwollen kogelvissen rustig door. Open dicht, open dicht, gingen de kieuwen.

De kogelvissen werden wel heel moe van dat gedoe. Na één keer opzwellen moesten ze vijf uur uitpuffen.