Antidepressivum remt herpesvirus

Herpes type 1 veroorzaakt onder meer koortslippen. Foto Thinkstock

Het herpes simplex virus heeft de vervelende eigenschap dat het na een infectie sluimerend voortleeft in cellen van het zenuwstelsel en elk moment opnieuw de kop kan opsteken. Zo ontstaan bijvoorbeeld koortslippen. Onderzoekers in Baltimore hebben ontdekt dat dit laatste is te voorkomen. Niet door het virus zelf aan te pakken, maar een eiwit van de gastheer dat het virus nodig heeft om zich te kunnen vermeerderen. Dat kan met behulp van het antidepressivum tranylcypromine, dat de laatste jaren ook andere toepassingen blijkt te hebben (Science Translational Medicine, 3 december).

Er zijn twee verschillende typen herpes simplex. Type 1 veroorzaakt koortslippen en soms oogontstekingen; type 2 is de seksueel overdraagbare vorm en veroorzaakt ontstekingen op en rond de geslachtsorganen.

Het eerste type komt het meest voor. Meer dan de helft van de volwassenen draagt het bij zich, vaak zonder het te weten want de infecties verlopen meestal zonder symptomen. Het virus verstopt zich dan in het lichaam, doorgaans in de buurt van zenuwuiteinden. Op momenten dat de weerstand iets is verlaagd, bijvoorbeeld bij een griepje, kan het tevoorschijn komen en ontstaan allerlei vormen van koortsuitslag of oogontstekingen.

Dan moet het virus zich wel eerst vermeerderen. Daarvoor heeft het de gastheercel nodig, omdat het zelf geen eiwitten kan maken. Het bouwt zijn DNA in in dat van de gastheercel die vervolgens de nodige virale eiwitten gaat maken. In het virus is de DNA-keten gewonden om een stelsel van eiwitten, de histonen. Om bij het erfelijk materiaal van de gastheercel te kunnen komen, moet het eerst daarvan losgemaakt worden. Ook hiervoor is het afhankelijk van de gastheer en wel van twee van diens eiwitten. De onderzoekers ontdekten dat remming van één daarvan, LSD1, volstaat om dit proces in de kiem te smoren. Het virus kan dan zijn DNA niet tot expressie brengen en de infectie verspreiden.

Het was bekend dat een bepaalde groep antidepressiva, de zogeheten MAO-remmers, onder meer de activiteit van LSD1 remt. Daarom testten ze één ervan, tranylcypromine, bij geïnfecteerde muizen, konijnen en cavia’s. Dit bleek de viruslast drastisch terug te dringen. Door het virus veroorzaakte oogontstekingen richtten veel minder schade aan. Doordat het middel werkt in de gastheer en het virus in feite ongemoeid laat, is de kans dat het virus er resistent tegen wordt vrijwel nihil.