Al-Qaeda in Arnhem

Al zeker tien Arnhemmers reisden naar Syrië voor de heilige oorlog. Schets van een jihadistisch netwerk in een provinciestad. „Als ik geen ouders meer had, zou ik ook mijn broeders in Syrië gaan helpen.”

Op de glazen gevel van het World Call Center hangt een sticker van een grote blauwe telefoon. ‘Telecom & internet’ staat erboven. In de belwinkel liepen twee maanden geleden zeven mannen met lange baarden naar binnen. Of ze even konden internetten. De eigenaar kent ze wel. Het zijn dezelfde mannen die regelmatig nieuwe simkaarten komen kopen in zijn winkel. Vond hij toen al vreemd.

De mannen vertellen hem nu dat ze een vakantie willen boeken naar Turkije. Om mysterieuze redenen willen ze eerst met de bus naar Italië om van daaruit de boot te pakken naar Turkije. „Nou, dan weet je het wel”, zegt de eigenaar. Turkije is een doorreisroute naar Syrië. Het is bekend dat veel Syriëgangers een omslachtige reisroute kiezen om niet gemakkelijk traceerbaar te zijn.

Drie van de mannen die toen hun reis wilden plannen, zijn vorige week opgepakt. Hares H. (26) en Hardi N. (30) uit Arnhem en Adil C. (26) uit Doesburg worden ervan verdacht een reis naar Syrië te hebben voorbereid, waar ze zich wilden aansluiten bij Jabhat al-Nusra, een strijdgroep van terreurnetwerk Al-Qaeda. Volgens het Openbaar Ministerie hebben ze daarmee „terroristische misdrijven” voorbereid. De drie zouden ook jihadstrijders in Syrië hebben gefinancierd. In Den Haag werd deze week de eerste teruggekeerde Syriëganger veroordeeld tot drie jaar cel.

Geen plaats buiten de Randstad herbergt zoveel jihadisten als Arnhem. Al zeker tien Arnhemmers reisden naar Syrië voor de heilige oorlog. De politie heeft er een netwerk op het oog bestaande uit enkele tientallen Al-Qaeda-aanhangers. Zeven mannen worden gezien als de ‘harde kern’. Om meer te weten te komen over dit jihadistische netwerk in een provinciestad liep deze krant twee weken rond in Arnhem, sprak met buurtbewoners en autoriteiten en had inzage in vertrouwelijke documenten.

Luchtaanval

Na wekenlange observaties heeft de politie het netwerk gedetailleerd in kaart gebracht. Naast de vorige week opgepakte verdachten zijn de Arnhemse kernleden Anoire R. (22), Hakim B. (22), Farid H. (25) en Morat M. (17). Ze eten samen, voetballen samen, bidden samen en wonen soms bij elkaar in. Om hen heen bevinden zich familieleden, vrienden en kennissen die elkaar kennen van school, voetbal, kickboksen of uit de buurt. Ze steunen de jihad niet allemaal even vurig. En het kan per week verschillen. Zo zijn ze na een Amerikaanse luchtaanval op jihadisten van Al-Nusra heel boos en hitsen elkaar op met plannen om naar Syrië te reizen. Een week later zijn die plannen alweer vergeten als ze in ban zijn van een bokswedstrijd.

De kernleden zien elkaar in ieder geval elke vrijdag, tijdens het gebed in de orthodoxe Al Fath-moskee in Arnhem. Daarna rijden ze, rond half twee, in de rode Peugeot van Hares H. naar de Steenstraat, de bekendste winkelstraat van Arnhem, om een broodje te eten. „Waarom ze juist hier komen? Geen idee”, zegt de eigenaar van hun vaste broodjeszaak, een Syriër die al twintig jaar in Nederland woont. Hij vindt het niet erg dat de jongens even een broodje bij hem komen halen. Als ze maar niet blijven hangen in zijn winkel. Hij wijst op het briefje aan de toonbank: ‘Broodjes alleen meenemen’. De mannen houden zich er niet altijd aan. Laatst wezen zij de eigenaar op een reclameposter die in zijn winkel hangt, van het Laatste Avondmaal van Jezus met flessen sterke drank op tafel. Ze vonden dat hij die reclame weg moest halen. „Ze zeiden: hoe kun je dat nou hebben hangen als moslim?”

Arnhem is ook de thuisbasis van een van de meest gevreesde Syriëgangers: ‘Muhajiri Shaam’ noemt hij zichzelf. Deze Al Nusra-strijder kreeg eind september landelijke bekendheid toen hij vanuit Syrië in een video impliciet opriep tot aanslagen in Nederland, wegens de Nederlandse steun voor de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië. Naar aanleiding van zijn oproep kregen Nederlandse militairen het advies voorlopig niet in uniform te reizen. De echte naam van Muhajiri Shaam is volgens bronnen Abdelkarim el A. (28), het oudste kind van een alleenstaande Marokkaanse moeder uit Arnhem. Haar twee andere zoons, Mohammed (27) en Morat (17) probeerden hun oudere broer eind vorig jaar achterna te reizen met een vriend, Hakim (22). Dat verhinderde de politie; ze werden onderweg aangehouden.

Vogelaarwijk

Net als veel andere leden van het jihadnetwerk woont de familie El A. in Presikhaaf, een voormalige ‘Vogelaarwijk’. Een aantal jihadisten woont hier nog geen drie straten van elkaar vandaan. Het is een buurt van rijen lage arbeiderswoningen, gescheiden door smalle looppaden. Een wijk waar je „niet uit jezelf gaat wonen”, zegt een autochtone veertiger die hier een sociale huurwoning heeft toegewezen gekregen. In zijn straat is de overgrote meerderheid van de bewoners „buitenlands”, maar hij heeft meer last van zijn autochtone buurman die veel feest en blowt en drinkt. Verderop in de straat vertelt een vrouw dat haar dochter het enige autochtone kind is in haar klas. „Ze wordt geplaagd omdat zij wel varkensvlees eet.”

De meeste jongeren in deze buurt staan niet afwijzend tegenover de Arnhemmers die afreizen naar Syrië. „Als ik geen ouders meer had, zou ik ook mijn broeders in Syrië gaan helpen”, zegt er een. Een andere, autochtone jongen: „Ik vind het raar dat je hiervoor bij me aanbelt. En niet voor al die mensen die in Israël gaan vechten en kinderen vermoorden.”

De familie El A. staat goed bekend in de buurt. De jongste zoon, Morat, maakt graag een praatje met zijn buren, die hij aanspreekt met ‘u’. „Als je ergens hulp bij nodig hebt, wil hij je altijd helpen”, zegt de buurman. Morat is een talentvolle kickbokser. Op Youtube is te zien hoe hij in zijn witte djellaba aan het sparren is voor een wedstrijd. Als hij de wedstrijd gewonnen heeft, steekt hij vanuit de boksring een vinger in de lucht, en roept: ‘La ilaha illa llah’ (Er is geen god dan Allah).

Een ander deel van het netwerk kent elkaar uit een andere Arnhemse achterstandswijk: Malburgen. Jongeren uit die buurt hingen ’s middags rond in het Bruishuis, een flatgebouw met beneden een ontmoetingsruimte. De huismeester draagt een fleecevest met trainingsbroek en frunnikt aan een roze schoonmaakborstel. Hij kan zich de jongens nog goed herinneren. Het waren Marokkaanse kinderen uit vaak gebroken gezinnen, zegt hij, zonder vader. „Sommigen waren al op hun vijftiende met drugs bezig.” Zoals Marouane B., die vorig jaar naar Syrië reisde. „Die rookte al heel jong wiet”, zegt de huismeester. Lachend: „Ik liet mijn hond tegen hem opspringen en dan zei ik dat het een een drugshond was. Daar schrok hij wel van.”

Op de jongeren werd geen toezicht gehouden. Het plaatselijke welzijnswerk had bedacht dat de jongeren zélf verantwoordelijkheid moesten krijgen. Er kwam een Jongeren Toezicht Team met vroegere hangjongeren, dat de boel in de gaten zou houden. „Maar dat ging fout”, zegt de conciërge van dezelfde flat. „Die jongeren brachten hun vrienden mee en toen zaten ze opeens met z’n achten achter de balie.” Harde muziek, hangen tot ’s avonds laat. „Het leek hier wel een disco.”

Tegelijkertijd vestigde zich in het Bruishuis de islamitische stichting Omar Al Khattab. Oprichter: jihadverdachte Anoire R. De stichting verzorgde islamlessen aan kinderen en jongeren. Onder de leerlingen bevonden zich de 19-jarige Syriëgangers Marouane B. en Robbin van D., die er tot vlak voor hun vertrek lessen volgden. De gemeente Arnhem bevestigt dat verschillende jihadgangers les kregen bij deze stichting, maar heeft niet kunnen vaststellen dat er geronseld is.

De huismeester weet nog hoe de jongeren binnenkwamen in hun witte djellaba’s. Er zat ook een Nederlandse dertiger bij, een bekeerling. De huismeester: „Die katholieken hebben ook allemaal van die jurken hè. Dus ik zei: je bent zeker katholiek, met die jurk. ‘Nee’, zei hij, ‘ik ben bekeerd tot Allah’.”

Gezaghebbend in het Arnhemse netwerk is een man met de islamitische naam Aboe Qatadaah. In een forumbericht noemen de Arnhemmers hem een ‘raqi’ (islamitisch geneesheer) die namens de stichting Omar Al Khattab genezingen verricht voor 25 euro. Het geld is bestemd voor de bouw van een nieuwe moskee in Arnhem.

Man met geweer

Binnen het netwerk was ook een ronselaar actief die de groep wegwijs maakte in de jihadistische ideologie, bevestigen bronnen rondom het onderzoek. De ronselaar bevindt zich niet onder de zeven jihadverdachten die de politie nu op het oog heeft. Opsporingsdiensten zijn hem ‘kwijt’. Mogelijk zit hij in Syrië. Hoe deze man heet, is niet bekend.

De radicale islam gaf de jongens een identiteit, zegt een bron die dicht bij een aantal Arnhemse jihadisten staat. Neem Hares, zegt de bron. Hij draagt een lange baard, een lang gewaad, en doet het met zijn extremistische ideeën goed bij gelijkgestemde vrienden. Maar zijn ideeën lijken niet diepgeworteld. „Hij snapt weinig van de Koran. Hares, zijn vriend Anoire en al die anderen spreken slecht Arabisch.”

Tegelijk zijn de jihadisten zeer behulpzaam, zegt dezelfde bron. Wanneer iemand in nood zit, stellen ze niet te veel vragen maar helpen ze gewoon. Ze maken er geen geheim van de gewelddadige jihad in Syrië te steunen. Hares probeerde wel eens te praten met een bezoeker van de Al Fath-moskee over het afreizen naar Syrië. „Maar mij kon hij niet overtuigen”, zegt de bezoeker.

Eind oktober doorzoekt de politie de woningen van onder meer Hares, Hardi en Adil. Computers, tablets, mobieltjes, paspoorten worden in beslag genomen. Hares is in paniek door de politie-inval, merken mensen om hem heen. Hij is bang om opgepakt te worden.

Kort daarna, half november, sluiten zowel Hares als Hardi een islamitisch huwelijk. Ze trouwen op dezelfde dag, met vrouwen uit Eindhoven en Rotterdam. Het is een mogelijk teken dat ze op het punt stonden af te reizen. Eenmaal getrouwd hoeven jongeren volgens hun geloof geen toestemming meer te vragen aan hun ouders om op jihad te gaan. Ze zijn dan zelf ouders in spe.

Een week na de trouwerij klinkt er geschreeuw in Presikhaaf. ‘Open doen!’ roepen bewapende agenten dinsdagochtend voor het huis van Hardi. Paniek in de straat. „Er staat hier een man met een geweer voor de deur”, roept een buurvrouw tegen haar man. Op hetzelfde moment worden Adil en Hares op verschillende plaatsen in Nederland klemgereden door politieauto’s en op de grond geduwd. Ze worden geblinddoekt afgevoerd.

In het Bruishuis zijn de islamitische lessen gestopt sinds vorig jaar de Syriëstrijders uit Arnhem vertrokken en het flatgebouw wisselde van eigenaar. Er worden ook geen christelijke kerkdiensten meer gehouden, tot tevredenheid van de huismeester. Hij wil geen religieuze groepen meer hebben in zijn gebouw. „Dat geeft alleen maar gedoe.”