Aambeeld

Georgina Verbaan

Zelfs op de wc denk ik eraan. (Ik ga uitsluitend naar de wc als er vrienden in huis zijn die nog denken dat ik mens ben.) Ik wil het niet, maar het gebeurt gewoon. Ook bij de kassa van de drogist word ik erdoor overvallen, of als ik mijn fiets van het slot haal. Wanneer ik mijn kat kam, tijdens een gesprek over de stervende oom van een collega, als ik van baan wissel op de snelweg, op het moment dat ik een prei snij. Want als er zich eenmaal iets nieuws heeft aangediend gaat het eerst stormen.

Soms, wanneer ik bevestiging nodig heb dat ik niet de enige ben die er last van heeft, zoek ik het in Google meteen op in het Engels. Dat spreidt de kansen. Zoals nu. Eerst vertaalde ik via de zoekmachine het woord aambeeld. Dat was een beetje dom, want ik werd direct geconfronteerd met plaatjes van het object van mijn fixatie. Zoekt u zelf eens op ‘aambeeld’ in Google Afbeeldingen en verbaas u over de agressie die een klomp log staal kan uitstralen.

‘Obsessive thought of anvil dropping on head’ toetste ik in. Ik kwam zo snel niemand anders tegen met dit probleem. Wel plaatjes van aambeelden die op hoofden vielen. Verderop een video die, zoals de kop suggereerde, beelden bevatte van een echt aambeeld dat op het hoofd van een daadwerkelijk mens viel. Dit in tegenstelling tot het bekende beeld uit tekenfilms, denk ik, waarin het slachtoffer na eerst plat te zijn geweest weer opveert, uitdeukt en een vogel heeft vliegen rondom de vleesbult die uit het haar, de hoed of de vacht steekt. Ik heb er niet op geklikt.

Dat is vast waar ik het vandaan heb, uit tekenfilms. Stelt het u eens voor. BAM. Ik denk niet dat je er veel van meekrijgt wanneer er daadwerkelijk zo’n ding op je kop valt. Maar het vervelende aan deze gedachte is dat ik wéét dat hij komt vallen, ik er niet voor weg kan rennen en plots HATSA! Ik voel dan mijn schedel splijten.

Uiteraard probeer ik het gesprek waarin ik me bevind op zo’n moment netjes voort te zetten. „Sorry, wat zei u? Nee, ik wil geen bonnetje. Oh, ik moet nog betalen? Sorry.” Of: „Het spijt me heel erg, maar zei je nou stoma? Of coma?” Op die momenten verlang ik terug naar de gedachte aan het woord komodovaraan. „Wat zal ik doen, een rok of een broek?” KOMODOVARAAN „Ja, ik doe gewoon een broek.” „Waar is hier de parkeermeter?” KOMODOVARAAN „O, op de hoek. Gelukkig.” „Zo mevrouw Verbaan, heeft u een keuze kunnen maken?” KOMODOVARAAN. „Uitsmijtertje op bruin graag.”