3 x te groot

De nieuwe Passat, Mondeo en 508 zijn te luxe voor hun publiek.

Illustratie GIJS KAST

E

r zijn drie nieuwe auto’s in het D-segment, de hogere middenklasse: grote familiewagens voor de helft van wat een even grote BMW kost, royaal en toch betaalbaar. Het zijn de VW Passat, de Ford Mondeo en de vernieuwde Peugeot 508. Geavanceerder en luxueuzer dan ooit, maar passen ze nog in deze tijd?

De bij VW en Ford gelijknamige voorgangers en de respectievelijke stamvaders van de 508 (405, 406 en 407) waren auto’s voor de hoofdboekhouder, hoger ingeschaalde ambtenaren en de betere vertegenwoordigers, degelijke gezinsmannen die zich geen BMW konden veroorloven. Die moeten ook deze nieuwe oogst gaan rijden, zakelijk of privé. Maar zullen ze dat doen?

Het lijken wel BMW’s!

De markt voor deze maten kalft in Nederland al jaren af. De neerwaartse vlucht naar kleinere modellen is een Europese trend. Een van de oorzaken is de crisis, de tweede dat de hogere middenklasse niet echt goedkoper is geworden. Wat mede samenhangt met de ambitie van de fabrikanten auto’s aan te bieden die in kwaliteit en representativiteit de Duitse topmerken zo dicht mogelijk benaderen, in de stille hoop dat BMW-rijders hun 5-serie verruilen voor een minder kostbare Passat. Goedkoop? De betaalbaarste Passat 1.4 TSI Trendline kost nu 30.190 euro, de Mondeo 31.195 euro en de 508 begint bij 28.940 euro. VW rekent weliswaar graag voor dat de Passat door de verbeterde standaarduitrusting onder de streep goedkoper is geworden, maar toch. De tegenwerping dat hij vooral de zakelijke markt bedient, gaat met de aangekondigde nieuwe bijtellingsystematiek per 2016 in rook op. Voor praktisch alle drie de versies gaat de leaserijder dan 21 tot 25 procent bijtelling over de nieuwwaarde betalen (het percentage van de aankoopwaarde dat bij inkomen moet worden opgeteld als de auto ook privé wordt gebruikt).

De hybride-varianten van de Mondeo en de 508 zullen met CO2-emissies van 99 en 104 gram per kilometer dat lot niet ontlopen. Alleen de Passat GTE plug-in komt er met zijn CO2-uitstoot van 45 gram genadig af. Die zal tenminste volgend jaar goed boeren, tot de bijl valt en de bijtelling wordt opgeschaald van 7 naar 15 procent.

Wat zijn ze luxe!

Dit zijn gewoon dure auto’s die, althans in Europees verband, boven hun stand zijn uitgestegen. Ze zijn hun geld waard in de zin dat zelfs de basismodellen standaard al vrij rijk zijn uitgerust met airconditioning, cruise control, ABS en de nieuwste veiligheidstechnologie. Het voorzieningenpakket is tegen meerprijs uit te breiden met alle gadgets die de industrie heeft te bieden, van ledkoplampen en onlinediensten tot inparkeerhulp en spraakbediening. Met dramatische gevolgen. De prijs van de meest luxueuze Passat Highline met de zwaarste dieselmotor – 240 pk, jawel – is met voldoende opties op te stuwen naar ruim boven de 70.000 euro. Daar heb je een stevige BMW voor.

Nog iets: merk op hoe glamoureus die auto’s zich aan den volke tonen. Zie de Mondeo, met zijn prachtige Aston Martin-neus; zie de Passat met dat wufte analoge klokje in het met hout en chroom verfraaide dashboard. Dat is niet meer de wereld van de degelijke Nederlandse middenstand. Hoe dat komt? De Chinezen moeten deze auto’s ook begeren. De fabrikanten mikken steeds meer op de opkomende Aziatische middenklasse die van groot en veel houdt. Dat de Ford in de VS en China eerder op de markt kwam dan hier spreekt boekdelen. Daar lonkt het grote geld.

En wat rijden ze vorstelijk!

Aan de auto’s zelf mankeert weinig tot niets. De Passat is alles bij elkaar genomen de beste, een auto zonder één zwaarwegende tekortkoming. Hij is ruim, stuurt goed, zit voortreffelijk, maakt weinig lawaai en is voorbeeldig afgewerkt. Wel merk je dat de 150 pk sterke 1.4 TSI in heuvelachtige gebieden worstelt met zijn massa. Met hetzelfde vermogen was een veel lichtere Passat van drie generaties terug een snelle auto. Meer dan voldoende is de 160 pk sterke basismotor van Mondeo, de fijnst sturende auto van de drie, maar bij Ford vallen de afwerkingsproblemen op. De gefacelifte 508 blijft in raffinement iets, maar niet dramatisch, bij de concurrenten achter. Alle drie zijn het vorstelijke auto’s.

Maar hebben ze bestaansrecht?

1. Nee, ze zijn te groot.

De Mondeo is 4,87 meter lang en 1,85 breed. Passat en 508 zijn iets, maar niet veel kleiner. Enorm. Ter vergelijking: de eerste Mondeo van 1993 was bijna 40 centimeter korter en 10 centimeter smaller dan de huidige. In datzelfde jaar was een Passat 4,57 lang en 1,70 breed. In de stad zijn deze auto’s een blok aan het been.

2. Nee, ze zijn te weinig innovatief. De gewone dieselversies van de 508 verbruiken structureel minder brandstof dan de hybride 508RXH. De conservatieve architectuur van deze auto’s is niet berekend op de technologie van vandaag.

3. Nee, ze zijn te duur. De naam- en soortgenoten van destijds kostten twintig jaar geleden iets meer dan de helft. Daar kreeg je ook minder voor, maar de meerwaarde van vandaag prijst deze auto’s uit de markt, tenzij BMW-rijders inderdaad massaal op Passats zullen overstappen. En dat betwijfel ik zeer, die kopen kleinere BMW’s. Deze auto’s zouden simpeler, compacter en goedkoper moeten worden. Dacia heeft in de lagere klassen aangetoond dat het kan.

4. Nee, er zijn genoeg alternatieven.

Ook bij deze merken zelf. Kleinere auto’s in het Golf-segment en compactere cross-overs in het SUV-/ MPV-genre zijn het afgelopen decennium zo gegroeid dat ze aan alle familiaire vervoerseisen voldoen. In een overvol Europa komen ze bovendien beter tot hun recht dan deze reuzen. Pikant: de muziek bij de nieuwe Passat-commercial is de ouverture van Verdi’s opera La Forza del Destino, de kracht van het noodlot. Alsof ze het ruiken.