Sinterklazes, een 5 december bij Hazes

December 1987, Jaap bereidt zich voor op het bezoek aan de familie Hazes.

Sinterklaascadeautje van nrc.nl. Een verhaal uit ons archief, over Sint en Piet van de Sinterklazencentrale die op 5 december 1987 op bezoek gaan bij de familie Hazes in Vinkeveen.

Oud-NRC redacteur Max Christern had de anekdote al zo vaak verteld dat hij in 2002 het verhaal ook maar eens opschreef voor de krant. Want de Sinterklaasavond bij de familie Hazes thuis werd onvergetelijk. De man 700 gulden rijker vertrokken de studenten van de Sinterklazencentrale ‘s nachts om één uur uit Vinkeveen. “Zeg meneer Hazes, was dat geen leuke grap?”

Jaap is de beste Sint die ik ken. Hij heeft de stem en de neus, de humor en de charme die horen bij een echte goedheiligman. Zodra hij een tabberd omhangt en zijn snor en baard zijn vastgeplakt, begint hij zijn rol. “Zo Pietje, mag ik mijn boek even van je.” Ik geef hem deel 16 van de Grote Winkler Prins waar we vandaag alles over de kindertjes uit zullen halen. Sint lacht. Het is december 1987, ons derde jaar samen als Sint en Piet.

We rijden in Jaap’s rode Peugeot 405 over de A2 naar Vinkeveen. Staf en mijter steken uit het open dak. Jaap vindt dit een handige auto voor Sint. Over een kwartier worden we verwacht op een kinderfeest van de Vinkeveense voetbalvereniging in café De Plashoeve. Het is het eerste bezoek van een reeks die we vandaag moeten afleggen. Uitzendwerk voor de Studenten Sinterklazencentrale in Amsterdam. En ons is verteld dat André Hazes met zijn zoontje in de zaal zit. “Dan mag die ook een liedje zingen”, zegt Jaap.

Het café is afgeladen vol. Jaap zwaait als een paus en gaat in een grote stoel op het podium zitten. Al snel krijgt hij genoeg van het beperkte repertoire van de pianist. Sint wil André Hazes horen zingen! Hij wordt op zijn wenken bediend als een van de organisatoren ons heimelijk een zak met kikkervisjes geeft. “Dit is voor André”, fluistert hij ons toe. “Voor bij het vissen.” Sint stuurt wat kleuters weg en pakt de microfoon. “Lieve kinderen, er zit hier een meneer in de zaal die héél mooi kan zingen, en die wil ik even op mijn schoot hebben! André, waar zit je?” Gejoel in de zaal. Hazes rijst op uit de massa en klimt het podium op. Sint heeft iets heel bijzonders voor hem, zegt Jaap, maar hij moet eerst een liedje zingen. Hazes lacht wat schuchter en zet ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ in.

Hazes haalt gierend van de lach een dikke stapel papiergeld uit zijn achterzak. “Hier jongens, pak aan.”

“U heeft het duidelijk niet voorbereid, hoor ik al”, zegt Sint en overhandigt onder hoongelach de kikkervisjes. Hazes is als een kind zo blij en begeleidt ons naar buiten als het feest voorbij is. Als Jaap op de parkeerplaats uit het zicht van de kinderen zijn tabberd ophijst om zijn autosleutels uit zijn kobaltblauwe bermuda te halen, haalt Hazes gierend van de lach een dikke stapel papiergeld uit zijn achterzak. “Hier jongens, pak aan, ik vond het geweldig dat jullie hier waren.” We krijgen allebei honderd gulden. “Ho ho, meneer Hazes, we laten ons niet zo maar omkopen”, zegt Jaap. André lacht wat verbaasd, Sint houdt zijn hand op. André lacht nog harder en geeft ons allebei nog eens honderd gulden de man. “Goed zo, André”, zegt Sint plechtig. “Prima jongens”, zegt Hazes. “Maar dan wil ik jullie vanavond wel hier terug hebben om pakjes uit te delen bij mij thuis.” Meneer Hazes, we zullen er zijn, zegt Jaap met zijn vertrouwenwekkendste stem. Zijn ogen glunderen: 200 gulden in vijf minuten, en nog een hele avond bij Hazes thuis te gaan.

Iets voor tienen stuurt Jaap zijn auto weer de parkeerplaats van het Vinkeveense café op. Daar staat, als afgesproken, een vriend van André te wachten. Hij leidt ons over brede steigers naar de woonboot van de familie Hazes. “We gaan weer voor de superfooi, Piet”, fluistert Jaap me nog even toe voordat we na wat stevig kloppen op de deur een gang vol ingelijste gouden platen in wandelen. Jaap is dol op fooi.

Hazes – voor de gelegenheid in campingsmoking gestoken, met witte sokken in badslippers – heeft ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht’ ingezet. Zijn vrouw Ellen en zoontje Melvin zingen braaf mee, net als de buren, ook met zoontje, die voor deze avond zijn uitgenodigd. Sint krijgt de grootste stoel in de woonboot en geeft de heer des huizes nog maar eens een pluim voor het mooie welkomstlied. “Meneer Hazes, wat heeft u toch een prachtige stem. Moet u daar niet eens professioneel iets mee gaan doen?”, vraagt Jaap. Hazes schatert en grijpt naar zijn achterzak. Daar zit, zo blijkt, nog steeds de stapel honderdjes die niet echt dunner is dan een paar uur geleden. “Hier jongens, wat geweldig dat jullie er zijn!” Jaap glundert vanachter zijn baard.

Hazes vraagt wat we willen drinken. Piet mag wel een biertje, zegt Sint. Maar hij zelf houdt het liever even op Spa, want hij moet nog rijden straks. Dat vindt Hazes maar niets. Hij pakt de telefoon en belt een taxi-centrale. “Hallo, met André. Mag ik hier om één uur een taxi hebben?” Dat is over een kleine drie uur. Jaap en ik kijken elkaar aan. Ik zie Jaap rekenen. Dit wordt een fijne avond. “Meneer Hazes, doet u mij bij nader inzien maar een jenever”, zegt Sint. Even later staat er een fles Bokma onder zijn stoel.

“Meneer Hazes, doet u mij bij nader inzien maar een jenever”, zegt Sint. Even later staat er een fles Bokma onder zijn stoel.

Melvin, en zijn buurjongen hebben geen geduld meer en willen pakjes pakken uit de enorme stapel in het midden van de kamer. Die krijgen ze. Melvin een racebaan, zijn vriendje een boek. En samen zingen ze een lied. Meer cadeaus. Melvin krijgt een speelgoedauto met afstandsbediening. Zijn vriendje een deel van een houten spoorwegtraject. De buurman is blijkbaar geen succesvol artiest. We besluiten wat cadeaus te ruilen, waardoor Melvin even later wat verbaasd naar een klein houten treintje tuurt en zijn vriendje blij verrast een glimmende miniatuur Porsche uitpakt.

De ouders hebben niets door. De biertjes die we met ze drinken zijn niet hun eerste van die avond. Mevrouw Hazes serveert balletjes en vlammetjes in hete saus en Sint vraagt: “Bent u onlangs nog een beetje verliefd geweest?” Hazes schaterlacht alweer en Jaap kijkt vol verwachting naar diens achterzak. Maar helaas, er gebeurt niets. Nieuwe poging dan maar. Wij besluiten de kinderen naar bed te brengen en pakken op de weg terug een paar gouden platen van de muur. Kunnen we die dadelijk als verrassing weggeven aan André, zegt Jaap. Hazes vindt het een supergrap. Maar weer gaat de hand niet naar de broekzak. Dit duurt Jaap te lang. “Zeg meneer Hazes”, vraagt hij. “Was dat geen leuke grap?” Het duurt even voordat Hazes het doorheeft, maar als Jaap voorover buigt en als een beschonken clochard zijn hand uitsteekt, valt het kwartje. André’s flappentap werkt alsnog. We voelen ons rijke mensen als we iets voor enen in polonaise de steiger aflopen, op weg naar de taxi.

Een voor Sinterklaas gesigneerde foto van André Hazes na het bezoek aan Vinkeveen. NRC

Max Christern werkte vijftien jaar bij NRC Handelsblad. Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 3 december 2002 in die krant.