Tsjetsjenen provoceren Poetin tijdens troonrede

Voor het eerst sinds jaren zijn islamitische rebellen er in geslaagd toe te slaan in Grozny. Poetin ziet er de hand van IS in.

Een uitgebrande auto bij de krantenuitgeverij in Grozny die gisteren door islamitische rebellen werd bestormd. Foto Reuters

Het Tsjetsjeense verzet leeft. Het leeft weer of nog steeds. De Russische regering in Moskou en zijn lokale bondgenoot Ramzan Kadyrov hebben het islamitische separatisme in ieder geval niet de kop ingedrukt.

En dat werd nota bene duidelijk op de dag dat president Vladimir Poetin in het Kremlin zijn jaarlijkse ‘troonrede’ voor het parlement hield. Een speech die, door de escalatie van de spanningen tussen Rusland en het Westen rond Oekraïne, dit jaar ook nog eens meer lading had dan de tien voorgaande edities van deze toespraak van de Russische president.

Terwijl president Poetin in de Sint Joris-zaal van het Kremlin gisteren in Moskou sprak over de „kracht, wilsmacht en moed” van het Russische strijdkrachten vochten commando’s in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny een harde strijd uit met rebellen die zich meester hadden gemaakt van een drukkerij/uitgeverij en een school.

Nadat Kadyrov bekend had gemaakt dat alle „terroristen geliquideerd” waren – bleken 10 commando’s van de politie te zijn gesneuveld en 28 gewond te zijn geraakt. Negen rebellen kwamen om. Her en der moesten nog wel explosieven, die de guerrillero’s hadden geplant, ontmanteld worden.

De gewelddadige actie in Grozny, de stad die Kadyrov afgelopen tien jaar met veel geweld en geld een protserig aanzien heeft gegeven, bleek toch niet zo simpel de kop in te drukken.

De grote vraag is of de rebellen, die Grozny hebben bestormd, van lokale Tsjetsjeense makelij zijn of banden hebben met bijvoorbeeld Islamitische Staat in Irak en Syrië. Via een video eiste een onbekende man de actie op voor het Emiraat van de Kaukasus, een organisatie die opereert vanuit het naburige Dagestan.

Volgens Aleskej Malasjenko van het Carnegie Centrum in Moskou is het denkbaar dat de rebellen worden aangestuurd door de Islamitische Staat. Poetin wees in zijn parlementaire jaarrede gisteren ook in die richting. De president voegde er overigens aan toe dat Westerse mogendheden de hand hebben in het separatistische geweld in de Kaukasus. Lokale waarnemers geloven niet dat IS achter de actie zit. Het zijn autochtone strijders die ondergronds zijn gegaan maar soms willen laten zien dat de oorlog tegen Moskou doorgaat, aldus de goed geïnformeerde website Kavkazki Oezel.

Tsjetsjenen hebben sinds de massadeportatie in 1944 door partijleider Stalin, die hen van collaboratie met de nazi’s beschuldigde, een rekening met Moskou te vereffenen. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 leidde dat tot de afscheiding van Tsjetsjenië. In 1994 trachtte president Jeltsin die eigen Tsjetsjeense staat de kop in te drukken met militair ingrijpen. De actie werd een fiasco. In 1996 moesten de Russen met de staart tussen de benen het gebied verlaten. In 1999 ondernam de toenmalige premier Poetin een tweede poging. Hij had meer succes. Na tien jaar, met veel geweld door de milities van Kadyrov en grootscheepse zuiveringsacties door de Russische geheime dienst, kondigde Moskou in 2009 officieel het einde aan van de Tsjetsjeense oorlog aan.