Terug naar de alledaagse praktijk van het uitgeven

Om het als uitgeefconcern in 2015 te redden, kan je twee dingen doen: een uitgeverij verkopen of één kopen. Paulien Loerts kocht er dit jaar vier, en dat terwijl de boekenmarkt krimpt. Hoe gaat ze vier uitgeverijen winstgevend maken?

Hoe overleeft een uitgeefconcern anno 2014? Je kunt uitgeverijen kopen, maar je kunt ze ook verkopen. Zo ging het concern WPG, waarvan De Bezige en Bruna nu nog de enige min of meer literaire uitgeverijen zijn, dit jaar over tot de verkoop van vier uitgeverijen: De Arbeiderspers (bekend van de reeks Privé-domein en uitgever van onder anderen Anna Enquist, Maarten ’t Hart en Ilja Leonard Pfeijffer), Athenaeum-Polak &Van Gennep (bekend van klassiekers en non-fictie), Nijgh & Van Ditmar (uitgever van Arnon Grunberg) en Querido (uitgever van onder anderen Thomas Rosenboom en Gustaaf Peek). Deze vier, samen bekend als Singel 262 uitgeverijen, zijn altijd belangrijk geweest in de uitgeverswereld. Maar ook waren ze al een tijd verlieslijdend.

Dus dat je die uitgeverijen wil verkopen is logisch. Maar wie wil nu vier verlieslijdende uitgeverijen kopen? Het antwoord is: Paulien Loerts (1965), oud directielid van WPG. Ze kocht een meerderheidsaandeel en liet zich financieel bijstaan door een mecenas: investeerder Derk Haank, directeur van het Duitse uitgeefconcern Springer. Haanks investering in deze vier uitgeverijen bedraagt naar eigen zeggen „enkele tonnen”. Hij heeft een minderheidsaandeel en wordt voorzitter van de raad van commissarissen. Het gaat hem er niet zozeer om of de uitgeverijen heel veel geld gaan opleveren, hij vond het vooral een „mooi project”. Wat de uitgeverijen samen gekost hebben, wil niemand zeggen, maar achter de schermen wordt gerept van minder dan een miljoen samen.

Wie interesse heeft om de rol van literaire mecenas op zich te nemen kan nu dus voor relatief weinig geld toeslaan: uitgeverijen zijn nog nooit zo goedkoop geweest. Logisch ook wel: de boekenmarkt liet de afgelopen vier jaar een daling van bijna tien procent per jaar zien en bijna niemand verwacht dat die lijn de komende jaren zal stijgen.

Maar dan nog, is goedkoop niet duurkoop in een ingewikkelde branche als die van de boeken? Volgens de Amerikaan Richard Nash, die zich de afgelopen tien jaar van onafhankelijk uitgever tot uitgeefgoeroe ontwikkelde, zijn er wel degelijk mogelijkheden. De belangrijkste voorwaarde is dat je af moet van het idee dat een uitgever er vooral is om boeken te maken en te verkopen. Wat je volgens hem moet doen is het verkopen van vakkennis en intellectueel erfgoed. Verkoop het idee hoe je een boek moet maken, help mensen met het maken van een goed boek. Of de auteur in spe zijn product daarna via Amazon of via een traditionele uitgeverij op de markt zet, is dan minder belangrijk.

Aan vakkennis geen gebrek bij de vier uitgeverijen. Al sinds jaar en dag koppelt Singel 262 de indrukwekkende marmeren gangen in het Amsterdamse grachtenpand aan een imposant fonds. Maar WPG verkocht het pand begin dit jaar – een „vijandige daad” tegenover de traditie, vindt Vic van de Reijt, voormalig uitgever van Nijgh & Van Ditmar – en nu moet Singel 262 verkassen. Loerts heeft onderdak gevonden aan het Spui, op nummer 10, boven het café van kledingwinkel Esprit. Ooit was was hier boekhandel Scheltema gevestigd. Opvallend is het dat Querido Kinderboek mee verhuist, terwijl het zakelijk gezien onderdeel van WPG blijft. WPG-directeur Koen Clement en Loerts kwamen tot een soort co-ouderschap: Querido doet de redactie en productie in ruil voor een soort alimentatie.

De scheiding tussen Querido en Querido Kinderboek zal voor veel schrijvers wennen zijn. Bestsellerauteur Francine Oomen, die haar boeken bij beide uitgeeft (en overigens voormalig partner van Loerts), betreurt de nieuwe situatie. „We horen gewoon bij Querido. Er zijn veel schrijvers die zowel door het volwassenen- als het kinderfonds worden uitgegeven. Ik kan nu niet inschatten wat we er in de praktijk van gaan merken. De veranderingen komen vast na 1 januari, wanneer Singel 262 is verhuisd.”

Schaalverkleining

Loerts was vanaf 2009 directielid bij WPG, een periode waarin er verschillende reorganisaties zijn doorgevoerd. Dat was geen succes, beaamt ze ook zelf. Annette Portegies, uitgever van Querido, bevestigt dat: „Paulien is een ondernemer. Ze zat daar te ver af van de alledaagse praktijk.” Of het Loerts gaat lukken, is bepaald geen uitgemaakte zaak. Zelf hoopt ze dit jaar quitte te spelen, om daarna te mikken op een winst van zes tot acht procent per jaar. „Nu we geen overheadkosten meer hoeven af te dragen aan het concern, moet dat mogelijk zijn.” Maar er zal meer nodig zijn, dus de ontkoppeling van WPG zal gepaard gaan met flinke schaalverkleining.

De gebondenheid aan WPG werd door uitgevers binnen de Singel 262-groep als zwaar ervaren. Elik Lettinga, uitgever bij Nijgh & Van Ditmar en daarvoor bij De Arbeiderspers, zegt hierover: „Bij WPG kreeg je het idee dat je een blok aan hun been was. Van al die reorganisaties word je bovendien helemaal gek, je durft geen initiatieven meer te nemen. Nu is de markt het probleem, maar daar ga je anders mee om als er geen groot concern boven je zit. De situatie was dat er aan elkaars auteurs werd getrokken en dat je ook fors tegen elkaar op kon bieden. Dat gaat nu niet meer gebeuren. We zullen niet veel overleggen, maar we spreken bijvoorbeeld wel af dat we niet allemaal een sportfonds binnen onze uitgeverij gaan beginnen.”

Ook schrijvers zijn vooralsnog positief. Gustaaf Peek – de auteur van ondermeer Godin, held dat dit najaar bij Querido uitkwam – vindt: „Je merkt dat iedereen nu dichter op de core business zit, en dat is de enige manier om als uitgeverij te overleven: er is rust, iedereen weet weer waarvoor die werkt, namelijk voor de uitgeverij in plaats van voor een hoofdkantoor. Ook is de onzekerheid dat je redacteur straks wordt wegbezuinigd opeens verdwenen – dat voel je gewoon als auteur.”

Maar het besparen op overhead en onderlinge coördinatie zullen niet genoeg zijn, want ook allerlei nevenactiviteiten worden zwaarder aangezet: Querido probeert al een graantje mee te pikken van de groei van het eigen beheer uitgeven, en de wens van amateurs om ondersteuning te krijgen van professionals van de zogenaamde ‘Querido Academie’. Zo wordt er nu niet alleen geld verdiend aan lezers, maar ook aan schrijvers (in spe). Daarnaast wil Loerts het fonds Q uitbreiden met thrillers en Querido-light boeken, en moeten de zogeheten Linda boeken van Nijgh & Van Ditmar een nieuw publiek bereiken. Loerts’ optimisme ten spijt: deze alternatieven hebben niet erg geholpen toen Singel 262 nog wel onderdeel was van WPG.

Een onderdeel van Singel 262 dat Loerts hierbij niet noemt is Athenaeum-Polak & Van Gennep, dat het moeilijk heeft met hun grote aandacht voor klassieke literatuur. Het is ironisch dat een van dé uitgeeftrends van de laatste jaren op maat gesneden lijkt voor deze uitgeverij: de ‘herontdekte klassieker’. Ida Simons met De dwaze maagd, het integrale oeuvre van John Williams dat stap voor stap herontdekt wordt, Hans Fallada, Richard Yates, enzovoorts: veel van deze schrijvers deden het goed, omdat ze een illusie van zekerheid geven in een dalende markt. Maar Athenaeum richtte zich juist meer op non-fictie in plaats van op de mooi uitgegeven klassiekers, waar de uitgeverij om bekend staat. Loerts meent echter dat het papieren boek meer een statussymbool wordt en zal zich gaan richten op de luxe-uitgave, om een onderscheid te maken tussen papieren en e-boeken. Wie weet zal Athenaeum-Polak & van Gennep weer een prestigieuze literaire onderneming worden.

Valkuil

De tijd zal het leren, ook letterlijk, want Loerts heeft de reputatie nooit iets af te maken. Ze is enthousiast, inventief, maar stapt snel over op een nieuw idee. Volgens Koen Clement hoeft dit geen probleem te zijn, „als je maar mensen om je heen verzamelt die dat wél doen”. Annette Portegies, uitgever van Querido: „Paulien ziet overal kansen en mogelijkheden. Dat is een geweldige eigenschap, maar het kan ook een valkuil zijn omdat je soms verwachtingen schept die je vervolgens niet waarmaakt.”

De meeste direct betrokkenen geven haar het voordeel van de twijfel – ook omdat het idee leeft dat Loerts de uitgeverijen redde van de ondergang. K. Schippers, auteur bij Querido, weet: „Als we bij WPG waren gebleven, waren we teruggebracht tot één uitgeverij.”

Follow the Money

Enthousiaste schrijvers, gerustgestelde medewerkers, schaalverkleining – volgens het recept van Nash zijn het de juiste stappen. Maar wie wil slagen heeft nog een troef nodig, iemand die bepalend lijkt te zijn voor de toekomst van meerdere uitgeverijen, een investeerder. Het Dutch Media concern profiteert er het opzichtigst van: het dankt zijn bestaan aan investeerder Bart Reefman van de NL Media groep, en het mikt juist met volle kracht op schaalvergroting: afgelopen jaar werden aan onder meer de uitgeverijen Lebowski en House of Books nog enkele uitgeverijen toegevoegd, waaronder het nieuwe Hollands Diep van Robbert Ammerlaan, de oud-directeur van De Bezige Bij. En die is niet zuinig, is vrij algemeen bekend.

Het lijkt een beetje op Nieuw Amsterdam, dat de eerste jaren een vliegende start maakte dankzij het geld van Derk Sauer, en dat prompt in de problemen raakte toen het werd verkocht. Inmiddels heeft het een nieuwe investeerder, de oprichter van de postcodeloterij Boudewijn Poelmann, die het boekenvak een beetje als een goed doel lijkt te zien. Hij kocht met zijn bedrijf Novamedia de uitgeverijen Nieuw Amsterdam en de Wereldbibliotheek, daarnaast nam hij meteen de Amsterdamse boekhandel Scheltema over, en een literaire prijs die vanaf volgend jaar niet meer de AKO Literatuurprijs heet, maar de ECI-prijs. Er verandert volgens de betrokkenen niets aan de prijs, alleen krijgt ECI zo een nieuw imago in de race naar wie dé online boekhandel van Nederland wordt. Ook hier gaat het publiek een belangrijkere rol spelen. Deze keer niet door zelf een boek te schrijven, maar door zelf de prijs toe te kennen. Anders dan bij de AKO Literatuurprijs zal er niet alleen een juryprijs worden uitgereikt, maar ook een publieksprijs.

Het uitbreiden van een literair imperium lijkt een opmerkelijke stap; niet alleen omdat een investeerder meent dat er winst valt te behalen in het boekenvak, maar ook omdat het rijtje aanwinsten in feite de hele traditionele keten van het boekenvak vertegenwoordigt: uitgeverij-boekhandel-leesclub-literaire prijs. Als ‘follow the money’ de sleutel is tot het voortbestaan van het uitgeefbedrijf, dan zou je haast de indruk krijgen dat je ook weer niet te véél moet innoveren. Paulien Loerts moet voordat ze verhuist per 1 januari in de kelders van Querido maar snel op zoek gaan naar nog wat klassiekers om te herontdekken.