Stoer doen

‘Sporten levert veel voor jezelf op, zoals een gezonder lichaam, een fitter gevoel en leuke contacten”, aldus het Rotterdamse Kendoe-coalitieakkoord. En dat is meteen ook de enige zin die hout snijdt in dat hele document.

Sinds mijn zevende levensjaar heb ik intensief gesport. Ik was daarom altijd gezond en fit. Tot ik begon aan een baan op de McErasmus. Sporten schafte ik meteen af, want ik wilde carrière maken. Met alle gevolgen van dien: ik kwam twintig kilo aan, ik kreeg rugpijn en conditioneel ging het keihard bergafwaarts. In volgde eigenlijk de Rotterdamse trend. Volgens allerlei instanties is obesitas erg aan het toenemen in onze stad.

Zo’n drie maanden geleden draaide ik het roer radicaal om. In een zware quarterlifecrisis stelde ik mezelf de prangende vraag: hoe heb je jezelf zo laten gaan? Sindsdien sport ik weer. Veel. Ik fitness me eige ’t leplazarus, zeg maar. En ik plaats trots selfies van mijn resultaten op de social media.

Mijn sportschool is echt Rotterdams: geen enorme franchise die er alleen op uit is om geld af te troggelen van de klant, maar een kleine tent die wordt gerund door warme doch nuchtere Rotterdammers. En die Rotterdamse nuchterheid heb ik gemerkt.

Want ik zette een arrogant lachje op toen de Power Pump-instructrice onlangs riep: „Hey Zihni, meneer de bekende Nederlander, kom eens gezellig meedoen met de dames!” Ik antwoordde zelfgenoegzaam: „Nee dank je, ik ga het echte werk doen in de fitnesszaal.” Maar ze drong aan. En ik besloot om toch mee te doen. „Komt goed uit”, dacht ik geniepig, „even opwarmen, en het is ook nog een kans om stoer te doen bij een groepje leuke vrouwen.”

Want ja, die softe groepssessies voor vrouwen, zoals Steps, BBBB – of was het nou BBBBB, ik weet het even niet meer – enzovoorts, wegen natuurlijk niet op tegen het mannelijke fitnessregime van ijzer pompen.

Maar toen begon het. En mijn verwachtingen werden niet geheel waarheid. Ik stortte eerlijk gezegd neer, net als de Hindenburg. Mijn opgeblazen spieren bleken net zo waardeloos te zijn als mijn opgeblazen mannelijke ego: terwijl de vrouwen vrolijk de bewegingen met gewichtjes bleven maken, zakte ik al na tien minuten Power Pump als een pudding in elkaar. „Als je het niet omhoog krijgt, mag je het rustiger aan doen hoor, Zihni!”, riep de instructrice. Ik weet niet of haar pun intended was, maar de dames grinnikten. Mijn arrogante lachje had inmiddels plaatsgemaakt voor een wanhopige blik. Anderhalf uur lang probeerde ik verdwaasd nog de mannelijke eer te redden. Tevergeefs. De kus des doods kwam uiteindelijk met planken. Dat is op je ellebogen leunen en je benen strekken. Zo lang mogelijk. In mijn geval niet langer dan tien seconden.

Kortom, al mijn machismo bleek nutteloos. De sekses zijn inderdaad niet gelijk. Ik werd op mijn plek gezet. Ik werd overvrouwd. Op z’n Rotterdams.