Schitterend! Maar te dom voor dit vak, zoveel is duidelijk

Zolang tijdschrift De Parelduiker bestaat gaat het goed met de literatuur in Nederland. Zie het geweldige nummer dat het tijdschrift maakte over Louis Lehmann (1920-2012), op het omslag aangeduid als ‘dichter, prozaïst, essayist, criticus, jurist, scheepsarcheoloog, muzikant, tekenaar, danser, componist, vertaler’. En inderdaad komt er in elk stuk van het 160 pagina’s dikke blad een nieuwe Lehmann naar voren – in woord en beeld. Van de zeventienjarige die op 3 juni 1938 in Rotterdam op zijn fiets stapte om in Amsterdam de Exposition internationale du surréalisme te bezoeken (en werd geweigerd, in het Vondelpark sliep, waarna hij de volgende dag toch binnen mocht) tot de bejaarde, die bezoekers bij gebrek aan stoelen liet plaatsnemen in een kruiwagen: „Daar heeft Roland Holst nog in gezeten.”

Je kunt ook zo een schitterend citatenboek samenstellen uit de Lehmann-special. Leuk is deze: ‘Bibliofilie is de cultuur der analfabeten.’ Daarbij helpt ook het verleden van de auteur als criticus. Bovendien een die zijn mening durfde herzien. Halverwege de jaren vijftig vond hij Tolkien mooi. Vijftien jaar later is de lol er wel af: ‘De drie boeken zijn een rommelzolder van verdraaide Beowulferij, ijslandse kronieken, vergeten science-fiction, middeleeuwerij en Wagneropera’s [...] een kolonialistisch, bloeddorstig en racistisch werk.’

Ik zou er nog langdurig de lof van willen zingen, maar ik durf niet meer. Dat komt door een ander literair tijdschrift: Das Magazin. Dat inventariseerde zeer origineel de ‘gemeenplaatsen en kenmerkende kwalificaties’ (ze bedoelen clichés, maar zijn te vriendelijk om dat te zeggen) van elf Nederlandse recensenten. Een geslaagd experiment dat deze recensent confronteerde met zijn voorkeur voor ‘schitterend’, ‘geweldig’, ‘geslaagd’ en ‘subtiel’. En dan hebben ze ‘prachtig’ niet eens meegeteld. (Dirk Leyman van De Morgen gebruikt het woord ‘aanstellerke’ – het is geen Beowulferij, maar het komt in de buurt). Amper bekomen van de sufheid van mijn aanprijzingen, zag ik dat mijn negatieve gemeenplaatsen wél uniek waren. Ik blijk het kritisch monopolie op ‘onbegrijpelijk’ en ‘onduidelijk’ te hebben. Te dom voor het vak, zoveel is duidelijk.

Dus wijd ik me verder aan de Lehmann-kunde. In De Parelduiker staat een fragment uit zijn typoscript Kort verslag van de gebeurtenissen, een verzameling van 15.000 denkbeeldige woorden. Hardop lezen, anders werkt het niet: ‘Eempe auterban jemme klosk soppol kwefsibber sumerouf glipoor difkal juur gliops kwaaf saampe justok frillo jiuuk sampaf steeju glissebook impreefte silofuuk herpsa skwambak looffelu jijl. Kwip sokeloor telfof stieproolse steem. Loorkwu joldos illebeip steffe hosselork pofsjokel limzik juurbe giep traastuut jozze kerokel peffelsteerch oeslark jembek pooft. Luutrouksupok huikebrekke swo [...]’

‘Onbegrijpelijk’ is een compliment.