Column

Pakjesavond

Vanavond pakjesavond – eindelijk! Ik stel het met enige opluchting vast. Het is voorlopig welletjes geweest, we hebben genoeg gediscussieerd over de Sint en zijn Pieten. Ik durfde bijna geen televisie meer aan te zetten of een opiniepagina op te slaan; overal kwamen die tot op de draad versleten pro’s en contra’s me tegemoet. Zelfs Sunny Bergman en haar veelbesproken documentaire ben ik uit de weg gegaan.

Eerder had ik me nog wel laten verleiden naar het twistgesprek te kijken tussen Sven Kockelmann en Quinsy Gario bij de KRO. Ik zag het pas op Uitzending gemist, nadat ik nieuwsgierig was geworden door de felle reacties: de pro-Pieten vonden dat Quincy in de pan was gehakt door Sven, de anti-Pieten zagen een afgang voor Sven.

Ik zag twee verbale boksers – Quinsy als een laconieke Ali, Sven als een furieuze Foreman – die op een ‘onbeslist’ uitkwamen. De winnaar kan pas over een jaar of tien, twintig worden vastgesteld: Quincy, vermoed ik, omdat Zwarte Piet dan wel goeddeels zal zijn afgeschaft.

Dit alles heeft de ware Sinterklaas-spirit nogal aangetast, als ik op mijn naaste omgeving mag afgaan. Wij houden pakjesavond bij een van mijn kinderen en ik vroeg daarom of „de ouderen er met elkaar ook nog wat aan doen”. Gedraai en gezucht was mijn deel. Wat ik dan precies wilde? Nou, gewoon, wat cadeautjes, gedichtjes en surprises, zoals altijd. Ach, was de reactie, allemaal zo’n gedoe, het is toch vooral een kinderfeest – als zij het maar leuk hebben!

Diep in mijn hart – zo’n huichelaar ben ik ook wel weer – was ik blij dat ik niet een halve avond kwijt was aan het verzinnen van allerlei kreupelrijmen, die door de ontvanger onverstaanbaar zouden worden voorgelezen omdat iedereen erdoorheen kletste en die vervolgens spoorloos tussen allerlei verpakkingsmateriaal zouden verdwijnen. Ook bij de surprises worden een originaliteit en vindingrijkheid vereist die ik niet meer zo goed kan opbrengen als vroeger.

Tegelijk besefte ik dat zoveel onverschilligheid de bijl aan de wortel is van een traditie waarin een klein land groot kan zijn; de laatste tijd was het omgekeerde het geval. Waar bleef ons eergevoel? Niet alleen Zwarte Piet moest het ontgelden, Sinterklaas kwam zelf ook in grote moeilijkheden. Hier en daar werd hij al een pederast genoemd die met zijn staf het liefst ondeugende jongenskontjes beroerde, alsof hij een reïncarnatie van Gerard Reve zou zijn.

In het Sinterklaasjournaal hebben we elke avond de gevolgen kunnen zien van deze kwaadsprekerij. Sinterklaas leek een seniele man zonder zelfvertrouwen geworden, die verlanglijstjes in het vuur gooide en in zijn onderbroek de eendjes stond te voeren, terwijl hij zich thuis de wet liet voorschrijven door strenge Pieten, op wie Quincy eigenlijk een beetje trots zou moeten zijn. Goed, in de slotaflevering zal het voorlopig wel weer goedkomen, maar toch lijkt de autoriteit van de Sint definitief aangetast.

Gelukkig zijn de enigen die zich er niets, maar dan ook helemaal niets, van aantrekken de kinderen zélf. Drie van mijn vier kleinkinderen ‘geloven nog’. En de vierde? Ook die zal blij zijn met zijn cadeaus, sterker nog: hij zal nog steeds de koude rillingen op zijn rug voelen als die Pieten doen wat Quincy ook zo overtuigend kan: dreigend op de deur bonzen.

Ja, ik durf het nauwelijks te zeggen, maar Quinsy zou een héle goede Piet zijn.