Nu is zelfs Zweden politiek instabiel

Een regering die valt, dat gebeurt nooit in Zweden. Maar nu dus wel. Reden: de opkomst van een anti-immigratiepartij. Voor een meerderheid is nu de steun nodig van de populisten.

Op 19 september waren er verkiezingen in Zweden. De populistische Zweden-Democraten haalden 12,9 procent van de stemmen. Foto Reuters

Voor het eerst in 58 jaar is in Zweden een regering vroegtijdig gevallen. Niet meer dan 62 dagen hield de centrum-linkse coalitie van premier Stefan Löfven het vol. ‘Historisch’, schrijven Zweedse kranten. Wat is er aan de hand in het kalme Scandinavische land dat zelden politiek nieuws voortbrengt?

Het drama dat zich in de Riksdag in Stockholm afspeelde, is meer dan een incident. De Zweden sluiten zich aan bij een Europese trend: de opkomst van populistische partijen veroorzaakt instabiliteit. De Zweden-Democraten, rechts-populisten met neonazistische wortels, speelden namelijk de hoofdrol in de neergang van de sociaal-democraat Löfven.

Löfvens minderheidsregering kreeg niet genoeg steun voor de ontwerpbegroting. De Zweden-Democraten, die in september een historische zege boekten met 12,9 procent van de stemmen, stemden voor de alternatieve begroting van de centrum-rechtse oppositie, die zo meer steun kreeg. De premier had al gezegd dat hij in dat geval zou aftreden.

De sterke positie van de Zweden-Democraten – de derde partij in het land – stelde haar in staat de rol van kingmaker uit te buiten. Inhoudelijk verschilden de twee begrotingen niet veel, maar Zweden-Democraten-leider Matthias Karlsson moest en zou Löfven ten val brengen. Karlsson wil het debat naar zijn hand zetten: de verkiezingen moeten „een referendum over immigratie” worden.

Het gaat over immigratie, natuurlijk

Politiek Zweden kan niet meer om de rechts-populisten en hun gehamer op inperking van de immigratie heen. Deze week nog bleek uit OESO-cijfers dat Zweden per hoofd van de bevolking meer asielzoekers trekt dan welk Europees land dan ook. Uit peilingen blijkt al langer dat het onbehagen daarover groeit. Karlsson noemt het soepele migratiebeleid „extreem” in Europa.

Centrum-links en centrum-rechts, de twee traditionele ‘blokken’ in de Zweedse politiek, willen niet samenwerken met de Zweden-Democraten. Maar door het succes van de anti-migratiepartij heeft noch het rechtse, noch het linkse blok een meerderheid. Zweden heeft op zich ervaring met minderheidsregeringen, die bij belangrijke beslissingen steun kregen van middenpartijen. Maar nu is voor meerderheden de steun nodig van de populisten. Daardoor is een impasse ontstaan die ook na de verkiezingen van maart kan voortduren. Zweden staat nu voor problemen die andere Europese landen al langer kennen.

Moeten de Zweden-Democraten misschien gaan mee regeren of als gedoogpartij optreden? Dat is in de buurlanden het beproefde model. De Deense Volkspartij gedoogde tien jaar lang een rechts minderheidskabinet. In Noorwegen regeert nu de populistische Vooruitgangspartij mee. Maar in Zweden liggen deze opties moeilijker. Behalve de Zweden-Democraten pleit geen enkele andere partij – vooralsnog – voor minder migratie. Ook hebben de Zweden-Democraten, anders dan de Deense en Noorse populisten, een geschiedenis van extreem-rechts gedachtengoed.

Nederland-consensusland ging voor

Daar komt bij dat ook coalities met populisten niet altijd een lang leven beschoren zijn, zo leert de Nederlandse ervaring. Het kabinet Balkenende-I met de LPF hield het 86 dagen vol; Rutte-I met gedoogpartij PVV zes maanden. Nederland ging Zweden voor: opeens bleek het saaie consensusland een politiek instabiele natie.

Löfven beschuldigt het centrum-rechtse blok er alvast van de Zweden-Democraten het hof te maken. Door ze voor de alternatieve begroting te laten stemmen, zou rechts de Zweden-Democraten „in staat stellen de voorwaarden van de Zweedse politiek te dicteren”.

Een andere optie is een ‘grote coalitie’ van centrum-links en centrum-rechts, om het de facto veto van de Zweden-Democraten te omzeilen. Löfven zinspeelde daar op door geen enkele coalitie uit te sluiten, behalve één met de Zweden-Democaten. Zo’n ‘grote coalitie’ zou voor Zweden bijzonder zijn.

Maar in Europa zijn grote coalities van links én rechts geen uitzondering meer. Door de opkomst van nieuwe partijen op de flanken worden centrum-links en centrum-rechts in elkaars armen geduwd. Angela Merkel moest met de SPD regeren omdat Alternative für Deutschland Merkels oude coalitiepartij FDP decimeerde. In Spanje, waar de linkse protestpartij Podemos heel groot kan gaan worden, en in het Verenigd Koninkrijk, waar anti-EU-partij UKIP doorbreekt, wordt nu ook over het onmogelijke gesproken: een grote coalitie.