Met robotstem waarschuwt Hawking voor robots

Britse fysicus vreest dat steeds slimmere computers en robots het einde van de mensheid kunnen inluiden.

Steven Hawking, eerder deze week. Foto AFP

„De ontwikkeling van algemene kunstmatige intelligentie zou het einde van de mensheid kunnen betekenen”. Dat voorspelde de wereldberoemde Britse kosmoloog Stephen Hawking (73) eergisteren.

Niet voor het eerst waarschuwde Hawking zo voor de ramp die slimme computers en robots teweeg kunnen brengen. De gelegenheid was wél speciaal. Hawking presenteerde zijn nieuwe spraakcomputer die hem twee keer zo snel laat spreken als voorheen.

Het maakte de waarschuwing enigszins ironisch. De door het Britse bedrijf Swiftkey voor die spraakcomputer ontwikkelde software is juist een toonbeeld van machineslimheid. De software leert Hawking’s manier van spreken steeds beter kennen, en vult zo steeds trefzekerder woorden voor hem aan, of stelt woorden voor. Net zoals veel smartphone-applicaties dat al doen.

Hawking, die vrijwel volledig verlamd is door de spierziekte ALS, noemde de verbetering van zijn computer ‘levensveranderend.’ Intel, dat de computer al jaren verzorgt, installeerde bijvoorbeeld ook nieuwe randapparatuur om de minieme bewegingen te registreren die Hawking nog met wang en wenkbrauw kan maken en waarmee hij de computer bedient. De karakteristieke, metalige stem van de spraakcomputer bleef wél hetzelfde – ouderwets of niet. Die robotstem is mijn handelsmerk geworden, zegt Hawking al jaren.

Maar: voor echte robots is Hawking dus beducht. Dat meldde hij eerder dit jaar ook al in een betoog naar aanleiding van de sciencefictionfilm Transcendence. „Als een superieure buitenaardse beschaving ons een berichtje zou sturen – We verwachten binnen een paar decennia op aarde aan te komen –, zouden we dan antwoorden: ‘Oké, bel ons als je er bent – we zullen het licht aanlaten?’”, zo schreef Hawking (met drie collega’s) retorisch. „En toch gaat het nu zo met kunstmatige intelligentie.” Ofwel: mogelijke gevolgen ervan worden te luchtig weggewuifd.

Het gaat dan natuurlijk niet om de specifieke slimheid van de Swiftkey-software, of van welke andere software ook die zich richt op één enkel, scherp afgebakend terrein. De echte zorg is dat gecombineerde inzichten uit de hersenwetenschap en de computertechniek een brede én eigenzinnige kunstmatige intelligentie voortbrengen. Eentje met vele talenten: van rekenen en taal tot creativiteit en (een vorm van) sociaal inzicht. En eentje die daarna steeds sneller zichzelf aanpast en verbetert. „Mensen, die beperkt worden door de langzame biologische evolutie, zullen er niet tegen opgewassen zijn en overvleugeld worden”, zei Hawking tegen de BBC.

Niet iedereen deelt die vrees. De meerderheid van de experts verwacht rond 2075 machine-intelligentie op het niveau van een mens, zo bleek uit recent onderzoek. Maar velen van hen denken dat er manieren zijn om de macht en zelfredzaamheid van zulke machine-intelligenties in te perken.

Voor nu deelt Hawking zijn software in elk geval nog graag. In januari worden de software en besturingssystemen van zijn spraakcomputer (de Assistive Context Aware Toolkit) beschikbaar gesteld als open source. Ofwel: door iedereen vrijelijk te gebruiken en zonodig aan te passen. Hawking en Intel hopen dat onderzoekers zo nieuwe toepassingen voor andere invaliden zullen ontwikkelen.