Maximaal zeven minuten en geen ‘eh’

Bo&Caro zijn bij debatten, productpresentaties en borrels en willen graag weten: wie is hier belangrijk?

Wat en waar: Een avond professioneel speechen bij de Amsterdam Toastmasters Club in het Bilderberg Garden Hotel.

Wie: 59 speechers, onder wie: Milene Rijcken, Edmond Vrancken, Bogdan Manta, Paul Huxley, Zuzana Eskinasi en Florance Lavroff.

Wie ze allemaal vooral níet willen zijn: de dronken oom die tussen het voor- en hoofdgerecht gaat staan, glas in de linkerhand, lepeltje in de rechter. Tingelingelingeling. Mag hij éven de aandacht? Dan komt hier een abc’tje. Speciaal voor het bruidspaar.

En daarom oefenen ze, de 59 leden van de Amsterdam Toastmasters Club, die deze avond in het Bilderberg Garden Hotel bijeen zijn: vooral Duitse, Engelse en Amerikaanse expats en twee Nederlanders die naar de twee sessies per maand komen. Ze gruwelen stuk voor stuk van abc’tjes, spiekbriefjes voor tijdens het speechen, en vage toespraken waarbij onnodig wordt uitgeweid.

Hier kunnen ze hun speechvaardigheden uittesten. Eén voor één staan ze op - rechte rug, zelfverzekerde glimlach.

Hier mag je fouten maken

„Het is hier heel ontspannen. Iedereen is vriendelijk. Je mag fouten maken”, fluistert communicatiemedewerker Milene Rijcken. Als je maar niet overdrijft. Een veelbetekenende blik richting de dame – speech nummer drie – die met wilde armgebaren een verhaal vertelt over (hoe meta) „the joy of public speaking”.

„En.. Stop!” Of ze er een eind aan wil breien, vraagt de man achterin, vriendelijk doch dringend. Hij zit naast een stoplicht waar hij streng op wijst. Rood licht. Ze heeft de maximale spreektijd van zeven minuten overschreden. Langer kunnen toehoorders hun aandacht nu eenmaal niet vasthouden. Een goede speech duurt daarom tussen de vijf en zeven minuten.

Theatrale zucht. Ze was nog lang niet klaar. Pech gehad, vindt ook de clubvoorzitter.

Oude Chinese leer

„Next”, zegt de stoplichtman. Gauw een geforceerd applausje – volgende.

Een middelbare Engelsman die vertelt over guerrilla gardening in Parijs, een Duitse vrouw over hoe ze haar keuken inrichtte volgens de oude Chinese leer feng shui.

Er wordt beleefd geluisterd. Soms een aantekening gemaakt. Na afloop ontvangen de deelnemers de formulieren met ongezouten kritiek van hun fellow toastmasters, waarmee de clubleden telkens worden aangesproken.

Zelfverzekerd overkomen

Opperste concentratie. Soms een zenuwachtig kuchje. Een vrouw in groen gewaad is naar voren geroepen voor een spontane speech. Vertel gewoon een verhaal, is de opdracht. Komt in het echt ook wel eens voor, toch? Goed om te oefenen dus, vinden de leden. „Eh...”, zegt ze.

„Eh, eh. I’ll tell you about my Bridget Jones moment, okay?”

Drie punten aftrek, denken Rijcken en haar buurvrouw. Ze houden het aantal fillers bij, de eh’s en ah’s. Worden allemaal toegevoegd aan het feedbackformulier. En die ‘okay’? Was ook al niet handig, zeggen ze. Als speecher moet je bovenal zelfverzekerd overkomen. Hoofdschuddend krabbelen ze op het evaluatieformulier. Het was geen abc’tje, maar het scheelde niet veel.