Column

Lava en rood licht, voor het echte baarmoedergevoel

Rolinde Hoorntje spot trends en geeft tips. Deze week: Sven Väth en een grot, twee redenen om dit weekend te kiezen voor Timewarp.

Een beetje ‘teleurgesteld’ waren ze bij Timewarp wel dat Rocco Veenboer dit jaar zijn Awakenings zonodig in hetzelfde weekend als Timewarp organiseert. „Wir sind toch nicht im Kindergarten?” zegt marketing director Robin Ebinger via Skype over de zet van de concurrent.

Want Timewarp, het indoor techo-evenement dat zaterdag in de Jaarbeurs in Utrecht plaatsvindt, en Awakenings, de techno-tweedaagse die vrijdag in de Gashouder in Amsterdam begint, richten zich op dezelfde consument: de hallenknallert. Beide organisaties stunten met namen die groot genoeg zijn om meer dan 3.000 bezoekers op de been te brengen, maar toch nog zijn te verkopen als ‘underground’. Awakenings boekte veteraan Dave Clark en de piepjonge Happa (17) die tintelende techno draait in de categorie snel, sneller, snelst. Maar waar Awakenings zich beperkt tot één ruimte – een oude graansilo – en vooral het hardere beukwerk opzoekt, kenmerkt Timewarp zich door pluriformiteit. Er zijn zes podia. De Nederlandse technoveteraan Steve Rachmad (voor het eerst te zien als Sterac op Timewarp) doet een set, maar ook housetalent Job Jobse draait naast grote namen als Maya Jane Coles en Ricardo Villalobos. Er worden vijftienduizend bezoekers verwacht.

En toch begon het klein, zoals alles in de nineties. De eerste Timewarp was twintig jaar geleden in de Walzmülle in Ludwigsdorf, een molen waar boeren graan lieten vermalen. Speedy J deed hetzelfde met de oren van de 1.400 bezoekers, Ebinger herinnert zich „vrijwel niets”.

Er ging blijkbaar iets goed want een jaar later verhuisde Timewarp naar een markthal in Mannheim en groeide het bezoekersaantal tot 10.000. In 2005 was de eerste show over de grens in Praag, afgelopen jaar waren er edities in New York en Buenos Aires. Zaterdag is de zevende editie in Nederland.

Timewarp heeft twee geheime wapens in de slag om de hallenknallert, antwoordt Ebinger: Sven Väth en The Cave 2.0. Väth vierde onlangs zijn vijftigste verjaardag en is er al twintig edities bij. De kale technoprofessor met het uilenbrilletje draait epische sets waarin hij op de juiste momenten de bas bombastisch bijdraait en het publiek weet mee te nemen op een vloeiende trip. Vorig jaar deed hij dat in The Cave 1.0, de main stage. Het decor bestond uit blauw ijzig uitgelichte bogen, vormgegeven als stalactieten, die de hele ruimte omspanden. Dit jaar is de druipgrot geüpgraded tot Cave 2.0, een ruimte met lavagesteente waar rood licht doorheen komt. „Het versterkt het gevoel van escapisme”, zegt Ebinger. Maar waar ligt de grenst tussen kunst en kitsch? „We hebben geen tonnen glitter op de dansvloer”, zegt Ebinger. „Er zijn niet allemaal verschillende kleuren. Het is een groot understatement.” Van Ice Bar naar lavagrot. Voor het echte baarmoedergevoel.