Je kunt het in een boekje lezen, maar de praktijk is anders

Majoor Gijs Tuinman kreeg gisteren de allerhoogste militaire onderscheiding, de Willemsorde voor ‘moed, beleid en trouw’. Aan de keukentafel vertelt hij hoe dat is, vechten in Afghanistan.

„Hoe wij in Afghanistan werkten, zo werken wij nog steeds”, zegt majoor Gijs Tuinman. Gisteren kreeg hij de hoogste militaire orde. Foto Andreas Terlaak

„Het blijft onwerkelijk. Ik ben nog naar de musical van Soldaat van Oranje geweest en nu word ik opgenomen in die groep ridders.” Majoor Gijs Tuinman (35) is nog niet gewend aan het idee dat hij vandaag dezelfde allerhoogste militaire onderscheiding krijgt als de hoofdpersoon in Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema, en andere verzetsstrijders. Gisterochtend decoreerde koning Willem-Alexander op het Binnenhof de commando met de Militaire Willemsorde. Gijs Tuinman is een held omdat hij, „creatief, tactisch weloverwogen en altijd gericht op resultaat” handelt, aldus de koning.

Aan zijn eigen keukentafel geeft Tuinman ruim een week eerder zijn eerste interview voordat hij de geschiedenisboeken ingaat als de tweede ridder van de 21ste eeuw. De militair die wordt beloond voor de manier waarop hij de vijand in Afghanistan wist te verrassen, tastte zelf tot het allerlaatste moment in het duister over de precieze reden voor die onderscheiding. Pas gisteren werd bekend gemaakt voor welke vijf gevechtsacties hij zijn onderscheiding ‘voor moed, beleid en trouw’ kreeg.

Maar helemaal als een verrassing komt die niet. In juni was al naar de Volkskrant gelekt dat Tuinman geridderd zou worden voor wat hij in de laatste maanden van 2009 deed in Uruzgan. En „ik weet natuurlijk wel wat daar gebeurd is; dat het een hele bijzondere periode was”, zegt hij. „We hebben daar opdrachten, operaties en missies uitgevoerd die, euh, er wel toe doen. We zijn boven onszelf uitgestegen en hebben dingen gedaan die vooraf niet mogelijk leken.”

Gijs Tuinman vindt het lastig om uit zichzelf concreet te worden over wat er precies gebeurde in Uruzgan. Hoe hij en zijn mannen de meest gevaarlijke situaties moesten opzoeken en uitlokken, hoe zij herhaaldelijk zwaar onder vuur kwamen te liggen en op bermbommen reden, hoe zij Talibaanstrijders oppakten of doodden, en hoe zij een collega verloren, maar hem niet op het slagveld achterlieten. En wat zijn eigen rol daarin was. Liever praat hij abstract over de filosofie achter zijn werk: over vertrouwen, verantwoordelijkheid, moreel besef en „het grotere plaatje”.

„Hoe wij in Afghanistan werkten, zo werken wij nog steeds. Alles wat ik daarover zeg kan het voor de jongens die nu uitgezonden zijn moeilijker en onveiliger maken en dat is het laatste wat ik wil.”

Een gevechtscène naspelen

In de loop van het gesprek begint Tuinman toch met een schittering in zijn ogen een gevechtscène na te spelen. De theedoos stelt een ommuurde woning (quala) voor waarin hij met zijn mannen dekking zocht en de lijnen die hij trekt op het kindvriendelijke plastic tafelkleed verduidelijken de gevaarlijke situatie. Hij praat in de tegenwoordige tijd over hoe hij met vier anderen op een verkenning werd beschoten en alleen dekking kon zoeken in een ondiep irrigatiekanaaltje.

„De troepen achter ons zijn aan het terugvallen omdat ze zelf beschoten worden. De vijand neemt ons van alle kanten onder vuur. En al het elektronische spul – radio’s, gps, satellietcommunicatie – is kapot door het water en de hitte. Je weet niet meer waar je bent en je kunt met niemand meer contact maken. Ik kom omhoog uit het kanaaltje om te vuren en op dat moment explodeert mijn wapen in mijn gezicht.” Hij verdwijnt kopje onder en als hij weer boven komt is zijn wapen onbruikbaar en zijn helm kwijt.

Gijs Tuinman switcht in zijn verhaal naar de verleden tijd. „Op dat moment werd mijn wereld even heel klein. Ik was niet meer bezig met de missie, of met de mensen die elders aan het vechten waren, maar met of wij er zelf wel levend uit zouden komen. Toen gingen er wel wat flitsen van thuis door mij heen.” En dat is nu net wat de commandant niet moet overkomen.

Hij werd weer op scherp gezet door een maat die, te midden van al die chaos, zijn helm wist te vinden en die boven zijn hoofd omkeerde. De drijfnatte Tuinman kreeg opnieuw een lading water over zich heen. „Dat heb je dan nodig: even afkoelen, relativeren”, zegt hij lachend.

Met de omschrijvingen van de acties waarvoor Tuinman wordt onderscheiden, komen ook details aan het licht over de werkwijze van de commando’s. En net als toen medecommando Marco Kroon vijf jaar geleden werd geridderd, schept het meer inzicht in de heftigheid van de strijd in Uruzgan, toen Nederland er al vier jaar als ‘lead nation’ de dienst uitmaakte. Daarnaast heeft nu nog één van de commando’s, die graag zo anoniem mogelijk door het leven gaan, een naam en een gezicht.

De Tuinmannetjes: van jongsaf aan een twee-eenheid

Wie is de nieuwe ridder? Gijs Tuinman werd tegelijkertijd met zijn broer Joost geboren in Heerlen. ‘De Tuinmannetjes’ leken „als twee druppels water” op elkaar en werden daarom ook nooit als individu maar als twee-eenheid gezien. „Het vechten om als Gijs erkend te worden, heeft me wel gevormd”, zegt Tuinman. Toch hadden de tweelingbroers tijdens de middelbare school dezelfde bijbaan bij een boer, waar ze onderlinge competities hielden wie per dag de meeste aardbeien plukte. En gingen ze na het vwo samen naar de militaire academie KMA in Breda, „op zoek naar avontuur en uitdaging”.

Gijs Tuinman mocht bij wijze van uitzondering („ik ben op het irritante af volhardend”) direct na de KMA naar de commando’s. Zijn broer koos voor de luchtmobiele brigade. Ze zien het leven eigenlijk nog steeds als een wedstrijd, nu één die onderling wordt uitgevochten als ze samen de racefiets pakken.

Op verkenning rond Deh Rawood

Terug naar Afghanistan, waar Tuinman zijn heldendaden verrichtte. De meest bijzondere episode die door koning Willem-Alexander gememoreerd werd, vond plaats op 6 september 2009. Vers in het gebied ging de eenheid onder leiding van commandant Tuinman op verkenning rond de plaats Deh Rawood.

Zijn speciale taskforce van commando’s en mariniers, ondersteund door helikopters, straaljagers en drones, moest zorgen dat de bolwerken van de Talibaan in de buitenranden van Uruzgan werden bestreden. Tuinman is „nogal een planner” en had vooraf allerlei scenario’s doorgenomen en alternatieven bedacht. Er was jaren op dit soort situaties getraind en geoefend.

Maar eenmaal in de beruchte vallei barstte het geweld al snel los en ontstond wanorde. Tuinman was zelf eerst vooruit gegaan op een verkenning en had dat ternauwernood overleefd door in dat irrigatiegootje te schuilen, waar bovendien zijn automatische geweer ontplofte. Na bijna een kilometer door het water kruipen wist hij weer bij zijn mannen te komen. Terug in de beschermde quala, die als uitvalsbasis diende, bleek dat één van de commando’s ontbrak.

Meteen stonden er twee mannen klaar om korporaal Kevin van de Rijdt te gaan zoeken. „Die waren nooit teruggekomen als ze met zijn tweeën weer naar buiten waren gegaan”, zegt Tuinman. Daarom regelde hij als commandant snel dat gevechtshelikopters op de vijand zouden schieten terwijl zes mannen op zoek gingen. „Never leave a man behind, je kunt het in een boekje lezen, maar in de praktijk is het toch anders.” De zes vonden de collega, maar diens verwondingen waren zodanig dat ze zijn leven niet meer konden redden.

„Wat er met Kevin gebeurde, was verschrikkelijk en dat vergeten we nooit meer, maar we hebben hem niet achtergelaten. Ik vind het bijzonder dat die jongens hem zijn gaan halen, in de overtuiging dat de ander het ook voor hen zou doen.” Tuinman ziet zijn onderscheiding daarom vooral als een erkenning voor de hele groep die daar destijds zat. Zijn collega’s waren er allemaal bij op het Binnenhof gisteren.

Weg en nu weer terug bij defensie

Ondanks het avontuur en de kameraadschap vertrekt Tuinman na zijn thuiskomst eind 2009 bij defensie. Er is een derde kind op komst, op de krijgsmacht wordt meer dan een miljard bezuinigd en hij vindt het tijd voor iets anders. Hij gaat bestuurskunde studeren en wordt consultant bij Deloitte.

Het heeft zijn blik verruimd, „want ik had natuurlijk twaalf jaar door een militair kokertje naar een militaire wereld gekeken”. Een paar jaar later is hij weer terug als stafofficier bij de landmacht. „Dingen die me in de organisatie tegenstonden waren daarbuiten niet beter.” Gijs Tuinman wordt dankzij zijn militaire inzicht, intelligentie en heldendaden al getipt als toekomstig commandant der strijdkrachten. „Leuk dat mensen het zeggen, dat moeten ze vooral doen. Maar ik kan er niks mee”, is zijn reactie. De hoogste militair is hij voorlopig nog niet, maar de huidige oppergeneraal Tom Middendorp hoort hem nu te salueren.