Innemende La Bohème met sterke jonge cast

Mimi (Grazia Doronzio) in La boheme van Puccini, nu bij De Nationale Opera. Foto Monika Rittershaus

Bij De Nationale Opera is het tij aan het veranderen. Premières worden opgeluisterd door BN’ers op een rode loper met fotograaf. En waar het huis vorig jaar nog Prokofjevs weinig behaagzuchtige De Speler bracht in december, is er dit jaar een zeer feestmaandfähige, zelfs met dwarrelsneeuw opgeluisterde productie van Puccini’s hitopera La bohème – met ingrediënten als ware liefde, vrijheidsdrang, kameraadschap en dood een ultiem vehikel voor ontroering.

Van de succesvolle Australische regisseur Benedict Andrews was in Nederland nooit eerder een toneelstuk of een operaregie te zien, al hadden we wel zijn eigen theaterteksten en poëzie kunnen lezen.

Andrews’ stijl werd door The New York Times recentelijk omschreven als ‘comfort-zone-trashing’ maar wie zich had voorbereid op een ontwrichtend conceptuele Bohème, werd verrast met het tegendeel: een zorgvuldig verteld liefdesverhaal. Eigentijds in de beeldentaal, maar wars van vondsten tegen het verhaal en de muziek in.

Andrews’ Bohème is innemend fris. Hij laat zijn personages in hun eigentijdse setting tijdloos menselijk zijn, waardoor je je als nieuw realiseert: ze zijn inderdaad net als wij. Bij Puccini werkt dat uitstekend. Die vier rondlummelende kunstenaars in hun IKEA-loft, aan de vooravond van het echte leven? Net Friends! De rumoerige tweede acte in de stad bij café Momus? Doet met z’n eetstalletjes en brassende vriendengroepjes denken aan de Hallen in Amsterdam of de markthal in Rotterdam. De kostuums (veel zonnebrillen, kinderen op Uggs) overdrijven dat effect een beetje, en dat is jammer. Maar de gelaagde prachtdecors van Johannes Schütz vormen juist wel een vitaal onderdeel van de kracht van de voorstelling. Bij de desolate sterfscène van de aan tbc lijdende Mimi (rillend in een sleets slaapzakje) ligt er achter de ramen van de kale loft een speeltuintje tussen lentebomen. Een zinnebeeld van het leven als schurend visueel contrapunt. Klinkt kitsch, maar is pijnlijk, filmisch mooi.

Andrews selecteerde een jonge cast en ook dat werkt uitstekend. De lekker theatraal zingende Rodolfo (Atalla Ayan) heeft echt iets jongehonderigs in zijn liefde voor deze fraaie en warme Mimi (Grazia Doronzio). Ook de rest van de vriendengroep is zeer geloofwaardig en vocaal sterk, met Thomas Oliemans als een lekker branieachtige Schaunard, en Massimo Cavalletti als mooi genuanceerde Marcello en Joyce El Khoury als ultiem divaeske Musetta.

Jammer dat ze in de eerste akte zo hard moeten uithalen om over de door dirigent Renato Palumbo weinig fijnzinnig gemodelleerde orkestklank heen te komen. Ook elders gaat hij het warmbloedig spelend NedPhO voor in te zwaar aangezet drama. Puccini heeft dat volstrekt niet nodig.

Later deze maand is een registratie van deze productie op tv. Waarschijnlijk is het dan een ideale ‘instapopera’ voor wie eerder nog niet voor opera gewonnen was.