Ieder mens is schuldig

Somberder dan in Aan de oever is Rafael Chirbes nog nooit geweest. En dat terwijl hij in zijn vorige roman, Crematorium, toch ook al een weinig rooskleurig beeld schetste van de staat van Spanje. Toen ging het over de verloedering als gevolg van de economische boom die het land vanaf de jaren negentig een ongekende welvaart had gebracht. Spanje werd het toneel van ostentatieve verspilling, patsersgedrag, decadentie en corruptie, de voornaamste motor van de nieuwe rijkdom.

Crematorium verscheen in 2007. Niet veel later kwam de terugslag en liep de vastgoedballon leeg. Daarover gaat Aan de oever: een af en toe door andere stemmen onderbroken monoloog van een timmerman wiens bedrijf mét de bouwsector ten onder ging. Hij is afkomstig uit een rood nest, zijn vader zat ooit om politieke redenen vast maar bleef zijn idealen trouw: nooit zou hij mensen in dienst nemen om goede sier te maken met onderbetaalde arbeidskracht.

Zijn zoon Esteban staat minder sterk in de schoenen. Hij gaat in zee met een plaatselijke projectontwikkelaar en verliest al zijn geld. Een groot deel daarvan is mét zijn compagnon verdwenen, juist op het moment waarop hij van zijn pensioen denkt te gaan genieten. Nu heeft hij alleen zijn demente vader nog om te verzorgen; zelfs de hulp in de huishouding moet hij ontslaan. Met oude vrienden, stuk voor stuk op hún manier ooit aangestoken door de goudkoorts en berooid achtergebleven, slaat hij in het café zijn dagen stuk.

Chirbes maakte naam met een drietal romans die – geplooid rond de 20ste november 1975, de sterfdag van Franco – een sociale kroniek vormden van de vreedzame overgang van dictatuur naar democratie. Helemaal zonder slag of stoot ging ook dát niet. Oude klassentegenstellingen bleken hardnekkiger dan het progressieve geloof wilde; families die onder Franco machtig waren, bleven dat ook in de nieuwe verhoudingen.

Maar dominant in deze romans – De lange mars, De val van Madrid en Oude vrienden – was de verwachting van een betere toekomst, al had Chirbes het communisme van zijn jongere jaren intussen afgelegd. Van die verwachting is in zijn jongste romans, gesitueerd in de streek tussen Valencia en Alicante waar Chirbes geboren werd en nog altijd woont, geen spoor meer over.

Niet alleen financiële en politieke corruptie heeft het leven aangetast. In het bestaan van Esteban is alles failliet: familiebanden, erotiek, vriendschap en zelfs het eigen lichaam en geweten laten het afweten. Wat rest is een ‘wanhopig makende kijk op de wereld, de overtuiging dat er geen mens is die het niet verdient om als schuldige te worden behandeld.’