Gepiepeld door het tuig

De jandoedel en de dwingeland, het is een terugkerende confrontatie in het oeuvre van thrillerschrijver René Appel (1945). In zijn vorige boek, De advocaat, was een middelmatige advocaat de schlemiel. In De kortste nacht, Appels 23ste roman, is die rol weggelegd voor Rob Koolwijk, bedrijfsleider van een partycentrum. In beide boeken laten de hoofdpersonen zich piepelen door een charismatische onderwereldfiguur, die hen gevangen neemt in een web van manipulaties.

Koolwijk – gelukkig getrouwd, drie kinderen, een hazenlip – krijgt na twintig jaar onverwacht bezoek van zijn jeugdvriend, Edwin Basthoven. Die chanteert hem met een geheime misstap uit zijn verleden en scheept hem op met een Roemeense vrouw, die toiletjuffrouw wordt in zijn partycentrum. Niet veel later blijkt de politie zijn oude kameraad in de gaten te houden en raakt Koolwijk tot over zijn oren in de problemen.

Bij thrillerschrijver René Appel draait het om de drie M’s: misdaad, mensen en maatschappij. Die drie elementen samen leveren de interessantste boeken op, zei hij vorig jaar nog in een vraaggesprek met Vrij Nederland.

Steeds gaat het om kleine misdaden, doorsneemensen en actuele maatschappelijke onderwerpen, groot en klein – geen thrillerschrijver die zo goed de actualiteitenrubrieken en de lifestylebijlagen bijhoudt.

Met sardonisch genoegen laat Appel burgermanslevens ontsporen, om en passant aan te tonen hoe smal de grenzen tussen goed en kwaad zijn. Daarbij mijdt hij kromme zinnen, overbodige uitwijdingen en tenenkrommende dialogen. De kortste nacht is niet Appels beste boek. Daarvoor krijgt de M van misdaad ditmaal iets te veel en de M van maatschappij een beetje te weinig reliëf en is dit iets minder de ‘doorzonthriller’ waar Appel het patent op heeft. Maar dat is gemiezemuis; wie op zoek is naar een intelligente en onderhoudende good read voelt zich bij Appel al snel thuis.