‘Geld legt zijn wil op aan ideeën en gerechtigheid’

Het oeuvre van Chirbes fileert de Spaanse geschiedenis vanaf de Burgeroorlog. Zijn nieuwste roman – ‘onaange- naam en bitter’ – is het beste boek over de economische crisis in zijn land. ‘Onschuld koop je bij ons via bloed.’

Raphael Chirbes: ‘Spanje heeft zijn tegenstrijdigheden nog steeds niet opgelost’ Foto Olivier Middendorp

Spaanse boekenwinkels kunnen er inmiddels hele kasten en tafels mee vullen: crisisliteratuur. Sinds het land zeven jaar geleden in een recessie belandde, floreert in Spanje het aantal boeken over ‘la crisis’. Meestal betreft het non-fictie. Analyses waarin economen uitleggen hoe het land zo diep heeft kunnen vallen. Pamfletten waarin intellectuelen oproepen tot ‘regeneratie’ van openbaar bestuur. En boekjes waarin (oud-)politici uiteenzetten hoe het land volgens hen uit de put kan komen.

Het beste boek over de Spaanse crisis is echter geen non-fictie, maar een roman. In En la orilla (Aan de oever), schetst Rafael Chirbes (1949) een gitzwart beeld van zijn land. Het boek werd vorig jaar jubelend ontvangen door Spaanse critici en won diverse prijzen. In Spanje zijn inmiddels 40.000 exemplaren verkocht. Het is een succes dat Chirbes enigszins bevreemdt, legt hij uit in een Amsterdams hotel. Hij noemt zijn roman ‘onaangenaam’ en ‘bitter’. „Ik had zelf veel twijfels over het boek. Maar tot mijn eigen verrassing is het een bestseller geworden.”

Chirbes schrijft zijn boeken, vertelt hij, in relatief isolement, in zijn dorp in het achterland van de Valenciaanse kust. Een prachtig gebied dat, zoals bijna de hele kustlijn van Spanje, verminkt werd tijdens de bouwwoede van de jaren negentig. Hij komt niet vaak buiten en volgt het nieuws via kranten en televisie.

Dat hij de tijdgeest toch scherp weet te vatten, verklaart hij uit het feit dat hij op veel plekken in Spanje woonde en werkte. Veel inspiratie deed hij op in kroegen. „Toen ik nog twaalf gin-tonics op een dag dronk en drie pakjes Ducados rookte.”

Chirbes’ werk was nimmer opwekkend. Hij schreef uitgebreid over de nasleep van de Spaanse Burgeroorlog (1936-’39) en de Transición (Transitie), de terugkeer naar de democratie na de dood van dictator Franco (in 1975). Zijn eigen generatie begon met veel idealisme aan die overgangsperiode, maar faalde uiteindelijk op veel punten.

Zijn voorlaatste boek Crematorio (2007) handelt over de compleet ontspoorde vastgoedsector, die uiteindelijk instortte en de economie meesleurde. De welvaartsgroei in Spanje is abrupt gestokt. Het aloude tweepartijenstelsel is zo impopulair geworden dat het bij de eerstvolgende stembusgang lijkt te gaan imploderen. Dat Aan de Oever nu zo aanslaat, ligt volgens Chirbes „een beetje aan de fase die het land doormaakt. Het boek heeft een breed publiek gevonden, in tegenstelling tot mijn eerdere boeken, omdat het land voorheen nog een andere kant opkeek.”

Inmiddels lijkt de rest van het land ook wakker.

„Het zal je misschien verbazen, maar ik ben er niet trots op dat ik dit allemaal al beschreven heb. Ik heb al die boeken in de eerste plaats voor mezelf geschreven. Ik schrijf om mijn eigen gedachten te ordenen in een poging de wereld om me heen enigszins te begrijpen.

„Ik voel me verkeerd begrepen als mensen zeggen dat mijn boeken de staat van het land willen ‘aanklagen’. Er wordt dan vaak gezegd: zijn boeken gaan over de naoorlogse periode, over de Transitie en tegenwoordig over de corruptie en crisis. Maar dat is niet waar. Daar gaan de geschiedenisboeken over of de journalistiek. Ik heb altijd bovenal over de menselijke conditie willen schrijven.”

Toch lijkt het boek ook kritiek te uiten wanneer u uw hoofdpersoon Esteban laat zeggen ‘dat er geen menselijk wezen is dat het niet verdient behandeld te worden als schuldige’.

„In die woorden moet niet te veel worden gelezen. Wat ik daar wil zeggen, is dat je onschuld koopt met geld. En dat men in Spanje onschuld koopt via bloed. Dat zit zo: de generatie van mijn ouders won of verloor de oorlog. De winnaars kochten met hun zege onschuld voor hun kind door hem te kunnen laten opklimmen. En wie verloor, liet zijn kind achter met verwarring: óf hij kon niet opklimmen door zijn eigen falen óf door het gebrek aan connecties.”

Over de misdaden begaan tijdens de Burgeroorlog werd na Franco’s dood een zwijgpact gesloten tussen links en rechts.

„Mijn stelling is dat het land in de vette jaren zijn herinneringen inruilde voor geld. Links en rechts drongen het land een tweepartijenstelsel op. Als een nieuw hiërarchisch regime waarbinnen zij van bovenaf de dienst uitmaakten. Elk initiatief van onderop werd ingekapseld. Ondertussen werd Spanje een land van het snelle geld. Een aanpak van wortel en stok.”

Spanje worstelt nu opzichtig met de vraag wie schuld heeft aan de crisis. Burgers erkennen dat ook zij zich lieten meeslepen door de bouwgekte. Maar zij zien de bankiers, de politici, de projectontwikkelaars als de hoofdschuldigen voor de crisis. En ze worden boos dat juist zij nu de rekening moeten betalen.

„Ik wil niet zeggen dat iedereen schuld draagt, want daarmee zou ik de slechteriken vrijspreken. Wel denk ik dat geld in hedendaags Spanje een verschrikkelijke, cynische waarde heeft gekregen. Een waarde die zijn wil oplegt aan ideeën, aan de gerechtigheid, aan het goede en aan het kwade.”

Is er nog een weg terug voor dit Spanje, dat zijn ziel aan de duivel heeft verkocht?

„Een weg terug is er nimmer. Maar sinds kort zien we de opkomst van een beweging die de hele Transitie in twijfel trekt, zoals ik in al mijn boeken en artikelen al deed.”

Chirbes doelt op Podemos, een begin dit jaar opgerichte anti-establishmentpartij rondom de linkse universiteitsdocent Pablo Iglesias. Zij wil ‘het regime’ dat tijdens de Transitie werd opgetuigd, slopen. In sommige peilingen krijgt Podemos inmiddels meer steun dan de twee aloude machtspartijen.

Chirbes: „Ook Podemos maakt me niet erg gelukkig. Iedereen is bij hen verdacht en wordt meteen veroordeeld. Bijvoorbeeld laatst, toen ze overdreven ophef maakten over de declaraties van een museumdirecteur. Het mondt al snel uit in een soort vreemde inquisitie.”

De voorlieden van Podemos zijn veelal twintigers en dertigers: zo oud was uw eigen idealistische transitiegeneratie, in 1975, ook.

„Inderdaad, het spel lijkt zich te herhalen. Ik wil ook niet te pessimistisch zijn: als zij de politici van nu kunnen wegjagen, prima. Laten we de boel eens schoonmaken. Maar ik ben 65 jaar oud. Ik heb dit soort linkse figuren al eens gezien op de faculteit. Dit is slecht van mij, zo word ik nog een cynische reactionair. En ik wil niet aan de verkeerde kant van de geschiedenis belanden. Dus laten we ze verwelkomen als een frisse wind. Maar wel met een dosis gezonde scepsis.”

Voor de crisis waren veel Spanjaarden amper geïnteresseerd in politiek. Nu geldt ‘de politiek’ ineens als een van grootste problemen van het land.

„Als ik zie hoe snel mensen nu radicale standpunten innemen, lijk ik als oude linkse man, ineens een rechtse sociaal-democraat geworden. Ik krijg regelmatig het verwijt dat ik geen oplossingen aandraag. Maar ik ben geen geestelijke. En ook geen politicus. Noch uw minnaar. Noch een psychiater.

,,Ik vertel wat ik om me heen zie. En wat ik zie, is een egoïstische samenleving, waar steeds meer mensen in misère leven. Een land dat zijn tegenstrijdigheden nog steeds niet heeft opgelost. En daarmee is het een land, neem ik aan, zoals heel veel andere.”

Toch lijkt in Spanje – na al die jaren van groei en die zogenaamd voorbeeldige Transitie – de ontluistering nu groter dan in andere landen.

Chirbes werpt zich terug in zijn stoel. „Mag ik nu even gemeen zijn: dan had men mijn eerdere boeken maar moeten lezen.”