Gatti neemt revanche met Berg en Wagner, maar Schumann mist rust

Het slechte nieuws: de militante Mahler Zes waarmee Daniele Gatti vorige week als toekomstig chef van het Concertgebouworkest debuteerde, kreeg van pers en publiek een zeer gemengde ontvangst. Technisch intimiderend, maar emotioneel bleef de druk regisserende Gatti in gebreke. Harde geluidsmuren werden gehekeld.

Is de keuze voor Gatti te snel gemaakt, zoals een boze briefschrijver meende? Op Twitter werd gevreesd voor de Amsterdamse Mahler-traditie. Die sombere conclusies lijken te snel gemaakt. De ongrijpbare Italiaan begint in 2016. Bovendien kon Gatti zich reeds een week later met ander repertoire in het Concertgebouw revancheren.

Niet dat de Derde symfonie ‘Rheinische’ van Schumann donderdag meteen geruststelde. Weliswaar was de dirigent nu beduidend spaarzamer in zijn aanwijzingen. Maar Gatti slaat de maat niet, hij boetseert. En in Schumanns toch al onrustig stromende muziek ligt zeeziekte dan snel op de loer. Bovendien ging het vormen van frasen en ritmiek ten koste van balans en transparantie: dat Schumanns dikke orkestraties toch kunnen werken, wist Gatti niet goed over te brengen.

Des te raadselachtiger was de volstrekt lucide uitvoering van Alban Bergs Vioolconcert. Dit meesterlijke werk met de ondertitel Dem Andenken eines Engels schreef Berg in 1935 ter nagedachtenis aan een op achtjarige leeftijd overleden meisje. Het kost een lang leven om de complexe twaalftoonpartituur te doorgronden, maar de emotionele impact is bij eerste beluistering direct voelbaar.

De uit het hoofd dirigerende Gatti leidde imponerend nauwkeurig. Onder zoveel liefdevolle precisie bloeide het Concertgebouworkest schitterend op: moeiteloos vloeiden passages van fluit via cellogroep naar vioolgroep, teder werd een trompetliedje in het grotere geheel geweven. Magistraal waren de rouwende trombonenoten van de gelukkig in het orkest teruggekeerde Jörgen van Rijen.

Bij zoveel orkestrale pracht zou je bijna de solist vergeten, ware het niet dat artist in residence Leonidas Kavakos een pijnlijk mooi betoog bracht. De violist leek minder rusteloos dan vaak het geval is, koerste blind op Gatti’s directie en liet de muziek ontwikkelen van naïef naar ijselijk en ten slotte hemels onthecht.

Een toepasselijke epiloog vormde het Voorspel en Isoldes Liebestod, waarmee Wagners liefdesopera Tristan und Isolde in twintig minuten wordt samengevat. Gatti liet de eb- en vloedbeweging sensueel golven en weerstond de luidste volumes.