Boven is het stil

NPO 2, 23.55-01.28u.

(Nanouk Leopold, 2013). Wat in Gerbrand Bakkers veelbekroonde roman Boven is het stil (2006) slechts een pagina in beslag neemt, het ‘naar boven doen’ van vader, duurt in Nanouk Leopolds verfilming zeker vijf minuten. Het kost hoofdpersoon Helmer (Jeroen Willems) zichtbaar veel moeite om de zware matras te verplaatsen en zijn zieke vader de trap op te hijsen. Daarmee introduceert Leopold haar belangrijkste thema: het (vergankelijke) lichaam. Het oude lijf van Helmers vader (Henri Garcin) wordt van heel dichtbij getoond, met veel aandacht voor de rimpels op zijn handen. Ook filmt ze Helmers ademende buik in close-up als hij van de inspanningen bijkomt. Die interesse voor het vleselijke blijkt ook uit de scènes waarin Helmer aan het werk is in de koeienstal of zijn twee ontsnapte ezels weer terug in de wei drijft.

De film koppelt deze lichamelijkheid aan verlangen. Leopold observeert meermalen hoe Helmer vanuit een hoekje van de stal stiekem naar de melkrijder (Wim Opbrouck) kijkt die elke dag langskomt. De komst van een jonge knecht (Martijn Lakemeier) maakt het leven van Helmer alleen maar moeilijker: hij is nog niet klaar om zijn seksuele gevoelens daadwerkelijk te omarmen.