Eerste test van opvolger Space Shuttle

De Amerikanen testen Orion, een ruimtevaartuig waarmee ze eindelijk weer zelf mensen de ruimte in kunnen sturen.

Bovenop een oude beproefde Delta-IV-raket wachtruimtecapsule Orion op zijn lancering vanaf Cape Canaveral in Florida. Foto AFP

De langverwachte opvolger van de roemruchte Apollocapsules en de Space Shuttles bleef donderdag op het lanceerplatform staan. De Amerikanen zijn nu afhankelijk van Russische raketten voor vervoer van en naar het internationale ruimtestation ISS. Maar de eerste testvlucht van ruimtecapsule Orion, nog onbemand, is uitgesteld tot vrijdagmiddag, als deze krant naar de pers is.

Eerst voer donderdag een boot het strikt afgegrensde stuk zee binnen bij het lanceerplatform op Cape Canaveral, Florida. Toen waaide het te hard, en daarna blokkeerden de ventielen in de zuurstoftanks van de toch beproefde Delta IV Heavy-raket. Daarmee was het ‘lanceervenster’ van ruim 2 uur en 39 minuten voorbij.

De eerste test in 42 jaar van een kegelvormige, bemanbare ruimtecapsule werd een etmaal uitgesteld. De vijf meter brede Orion biedt plaats aan maximaal zes astronauten, maar voor deze onbemande vlucht was het ruimteschip volgestouwd met sensoren. Na twee rondjes rond de aarde moet Orion 4 uur en 24 minuten na de lancering, aan drie parachutes, in de Stille Oceaan bij San Diego plonzen, waar marineschepen wachten. In de tweede omloop bereikt de Orion een hoogte van 5.800 kilometer – veel hoger dan de 400 kilometer waarop het ISS rond de aarde draait.

Die uitzonderlijke hoogte dient het hoofddoel van de testvlucht ESF-1: een terugkeer in de dampkring met een snelheid van 32.000 kilometer per uur, waarbij de temperatuur van het hitteschild oploopt tot 2.200 graden Celsius. Zulke snelheden, fors hoger dan André Kuipers op zijn terugvlucht van ISS doormaakte, ondergaan astronauten bij terugkeer uit deep space: de maan, een asteroïde of Mars.

En dat is het doel van Orion: mensen voor het eerst sinds de laatste Apollo-maanlanding in 1972 voorbij een lage baan om de aarde brengen. De vraag is of dat gaat lukken. Orion is de erfenis van het Constellation-programma dat president George Bush de NASA in 2004 oplegde bij het beëindigen van het Space Shuttle-programma. Klassieke raketten met een klassieke capsule moesten Amerikanen terugbrengen naar de maan.

President Obama beëindigde dat programma in 2010, maar spaarde Orion en veranderde de bestemming. Niet naar de maan, maar naar Mars moest de mens. Ergens na 2030. Daarom bouwt NASA nu de gigantische Space Launch System-raket (SLS). Die vanaf 2017 de Orion diep de ruimte in moet kunnen brengen.

Critici noemen Orion en SLS ruimtevaartuigen zonder bestemming. Want voor een bemande reis naar Mars moet nog veel meer technologie ontwikkeld worden, zoals een goede manier om er te landen en weer te vertrekken. Daar heeft NASA nog geen geld voor.

Het haalbare tussendoel dat NASA in 2013 presenteerde, het ophalen van een asteroïde naar een baan om de maan om er een bemand bezoekje te brengen, kan op weinig steun rekenen van zowel politiek als de wetenschap. Inmiddels hebben zowel het SLS- als het Orion-project vertragingen en kostenoverschrijdingen opgelopen.

Rond deze lancering trekt NASA publicitair daarom nu alles uit de kast trekt, tot optredens van Sesamstraat-icoon Elmo toe, om het publiek te betrekken bij deze onbemande testvlucht.

Behalve het hitteschild worden ook de remparachutes getest, en de stralingsbestendigheid, wanneer het ruimteschip de Van Allen-stralingsgordels rond de aarde doorkruist.

De volgende, ook onbemande, vlucht van Orion staat gepland voor eind 2017, aan boord van een SLS-raket. Dan gaat voor het eerst ook de Service Module mee, gebouwd door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Dat is een ondersteunend gedeelte achter de capsule voor onder andere stroom, water- en zuurstofvoorziening. De eerste bemande vlucht van de Orion volgt dan in 2021.